Rampjaar 2010

Aardbevingen, overstromingen, olielekken: de afgelopen twaalf maanden rolden de catastrofes over de wereld. Natuurrampen alleen al veroorzaakten 168 miljard euro schade, veel meer dan in voorgaande jaren. Een selectie. door Mark Traa

In het straatarme eilandstaatje wonen negen miljoen mensen. Ruim 220.000 van hen komen om bij een aardbeving op 12 januari. Dat zijn er in absolute zin minder dan bij de tsunami in 2004; die maakte circa tienduizend slachtoffers meer. Maar afgezet tegen de totale bevolking van een getroffen land is de ramp in Haïti een van de grootste uit de recente geschiedenis. Een zesde deel van de bevolking raakt dakloos.

De veronderstelde omvang van de ramp varieert overigens flink in de tijd. De Haïtiaanse president René Préval schat het dodental aanvankelijk op dertig- tot vijftigduizend, maar spreekt even later over meer dan driehonderdduizend doden. Onderzoek van de Wereldomroep leert eind februari dat er niet meer dan honderdduizend doden kunnen zijn. De burgemeester van Port-au-Prince vindt het getal van zijn president ook te hoog, maar honderdduizend weer te laag: hij komt halverwege uit. Uiteindelijk wordt het dodental vastgesteld op ruim 220.000. Een inzamelingsactie in Nederland brengt ruim 111 miljoen euro op.

Het aantal slachtoffers is inmiddels gegroeid met meer dan tweeduizend: een cholera-epidemie is uitgebroken onder de talloze slachtoffers die nog steeds in tentenkampen wonen.

Het Zuid-Amerikaanse land wordt op 27 februari getroffen door een aardbeving met een kracht van 8,8 op de schaal van Richter. Het epicentrum ligt voor de kust, waardoor een vloedgolf ontstaat die nabijgelegen eilanden teistert. Verder van het epicentrum zwakt hij af tot een fikse golf, zodat het voor 53 omringende landen afgegeven tsunami-alarm weer kan worden ingetrokken. In Chili zelf is de aardbeving verwoestend: er vallen ruim vijfhonderd doden (aanvankelijk is er sprake van achthonderd), circa twee miljoen Chilenen raken dakloos. De aardbeving is zo krachtig – vijfhonderd maal sterker dan die in Haïti – dat door de verschuiving van gesteentelagen hele steden opschuiven: Concepción ligt drie meter westelijker dan voorheen, de hoofdstad Santiago schuift 24 centimeter westwaarts.


In de lente is het in het zuidwesten van China ongekend droog. Het is warmer dan normaal terwijl er maar half zoveel regen valt als gewoonlijk. Op sommige plekken is al maandenlang geen druppel gevallen. Tientallen miljoenen Chinezen krijgen te maken met een acuut tekort aan water. Rivieren vallen droog, landbouwgrond verdort. Miljoenen tonnen graan worden naar het gebied gebracht om mensen te voeden. Ook Vietnam en Thailand worden getroffen. Opgewaaid zand uit de Gobi-woestijn belandt in de lucht en treft het vliegverkeer in heel Zuidwest-Azië.

Bij een eerste oprisping van de Eyjafjallajökull op 20 maart lijkt er nog niks aan de hand, maar een maand later – na een echte eruptie – gaat het in Europa nog maar over één ding: de aswolk. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog worden grote delen van het Europese luchtruim afgesloten voor vliegverkeer. Miljoenen reizigers stranden op luchthavens in de hele wereld. Wekenlang is het onzeker welke landen op welk moment hun luchtruim kunnen openen en hoe lang dat dan kan duren. Het gedoe rond de aswolk blijkt vooral aan te tonen dat de Europese eenheid ook boven de grond nog ver te zoeken valt.

Voor Rusland is de zomer van 2010 de warmste ooit gemeten. Maar het is niet alleen warm, het is ook droog. Kurkdroog. Eind juli breekt in Siberië een reeks branden uit die zich onwaarschijnlijk snel uitbreidt. Binnen enkele dagen fakkelen er duizenden. Moskou, dat onder de heersende wind ligt, is wekenlang gehuld in dikke, verstikkende rook. Door de hitte en de smog vallen er veel meer doden dan normaal. In de loop van augustus komen de verlossende regenbuien.


VN-secretaris-generaal noemt de overstromingen die het land vanaf eind juli teisteren de grootste ramp die hij ooit zag. Duizenden mensen verdrinken, miljoenen raken dakloos. Als gevolg van ongekend hevige moessonregens staat op zeker moment een vijfde van het land onder water. Wegen, landbouwgronden en vee gaan verloren. In Nederland komt na enige aarzeling een inzamelingsactie op gang die ruim 27 miljoen euro opbrengt.

In oktober barst hier een reservoir van een aluminiumfabriek open. Een miljoen kubieke meter rood slib, afval dat vrijkomt bij de productie van aluminium, overspoelt de wijde omtrek. De smurrie bevat zware metalen en is zelfs licht radioactief. Acht mensen overlijden, meer dan honderd houden er brandwonden aan over. Honderden mensen worden geëvacueerd. Een in allerijl opgetrokken dam moet het slib tegenhouden. De directeur van de fabriek wordt later gearresteerd. Volgens de Hongaarse staatssecretaris voor Milieu gaat het om de ernstigste ecologische ramp in de geschiedenis van het land.

In de ochtend van 20 april vindt een explosie plaats tijdens een proefboring van het Amerikaanse olieplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico. Er vallen elf doden. Vanaf die dag stroomt olie de zee in via een defecte afsluiter. Het zuiden van de VS is in rep en roer: alles wordt uit de kast getrokken om de kuststrook te beschermen.

Maar hoe erg is de ramp? De maanden erna lopen de berichten daarover nogal uiteen. Vlak na de ramp zou het nog relatief meevallen, al klinkt de aanvankelijk door de kustwacht genoemde hoeveelheid van 1,3 miljoen liter gelekte olie per dag al duizelingwekkend. Daarna lopen de schattingen snel op. Eind april wordt er door onderzoekers gesproken van 10,2 tot 17,4 miljoen liter olie per dag. In juni gaat het over ruim zes miljoen liter olie die dagelijks in zee zou stromen. De New York Times spreekt van zestien miljoen liter. In oktober – het lek is dan inmiddels gedicht – wordt de balans opgemaakt: 780 miljoen liter olie zou zijn weggelekt.


Dat klinkt als een nauwelijks te bevatten hoeveelheid. Maar onderzoekers wezen er al snel op dat de ene olieramp de andere niet is. In NRC Handelsblad schreef Kees Camphuysen van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee dat de schade van de olieramp werd overdreven. Het gaat niet alleen om het aantal liters olie, het gaat er ook om waar de olie terechtkomt, welke flora en fauna er leven en welk jaargetijde het is. De Golf van Mexico, zei Camphuysen, is helemaal geen stuk oceaan met een bijzonder rijk leven. Van uitsterven van soorten zal helemaal geen sprake zijn. De gelekte olie zal snel verdampen of worden afgebroken.

In augustus kreeg Camphuysen grotendeels gelijk van de Amerikaanse oceanografische dienst NOAA. De olie was volgens die dienst zo verdund dat er amper nog schade zal zijn aan de ecosystemen in de Golf. Toch zal het nog jaren duren eer echt valt in te schatten hoe ernstig de ramp is geweest: pas dan weten we hoe de flora en fauna zich hebben kunnen stabiliseren.

De Merapi – ‘berg van vuur’ – op Java staat al tijden bekend als een van de meest verraderlijke vulkanen op aarde. Uitbarstingen in het verleden eisten soms duizenden doden. Op 26 oktober is het weer zover: as en stof worden anderhalve kilometer de lucht in geworpen. Het blijkt slechts een voorbode voor een aantal grote erupties de dagen erna. Tot tientallen kilometers verderop regent het hete as. De bevolking van de omliggende dorpen, die normaal profiteert van de vruchtbare grond op de flanken van de vulkaan, is dan al in groten getale gevlucht. De Merapi is nog steeds niet tot rust gekomen. De teller staat dit jaar al op meer dan driehonderd doden.

import terugblik