Sportquote van het jaar

Met alle respect voor de zwoegende collegae, maar sport- en dan met name voetbaljournalistiek zit boordevol blaartrekkende en bovenal uiterst voorspelbare clichés. Als FC Utrecht in Europees verband Liverpool loot, kun je er donder op zeggen dat de krantenjongens en masse op Dirk Kuyt afstappen (bij voorkeur bij zo’n georganiseerde tafeltjessessie van het Nederlands Elftal in Noordwijk, waarna je in de diverse dagbladen tienmaal hetzelfde interview leest, alsof het een schrijf-opdracht op de lagere school betreft) en de blonde Kick Wilstra-lookalike vervolgens laten zeggen dat het ‘altijd heel speciaal is om tegen je oude cluppie te spelen’. Door drukke werkzaamheden heb ik niet álle kranten kunnen bijhouden, maar toch kwam ik het nog een keer of zes tegen. Met een knipoog naar Johan Cruijff: voor hij die opmerking maakte, had-ie ‘m niet hoeven maken. Ofwel: bespaar je als chef de moeite om iemand helemaal naar Noordwijk te sturen, want die flutquote had je ook zonder interventie van Kuyt wel in je kolommen kunnen zetten. Misschien een aardig idee om een databank aan te leggen met vrij te gebruiken voetbalclichés. Wie als speler of trainer zijn handtekening zet, gaat ermee akkoord dat alle in het bestand opgeslagen gemeenplaatsen in zijn mond gelegd kunnen worden. Is voor die jongens ook wel lekker. Hoeven ze tenminste niet zelf “Niemand is groter dan de club” te zeggen. Of: “Ik ga mijn stinkende best doen.” Of: “Ik heb overwogen solidair te zijn met de ontslagen trainer, maar in het belang van de club…”

Niemand hoeft dan ook meer uit eigen beweging “Ik wil prijzen pakken” te zeggen, wat met voorsprong de gruwelijkste lulkreet van de laatste jaren is. Want als je die instelling níet hebt, als broodvoetballer zijnde, dan zou de trainer toch echt allebei je benen moeten breken! Trouwens, wie als journalist “Ik wil prijzen pakken” boven een interview met, pakweg, de rechtsback van FC Groningen of de opkomende middenvelder van Roda JC zet, verdient zelf ook een ferme draai om de oren. Een voetballer die GEEN prijzen wil pakken, DAT is pas nieuws! Volgens mij was Oeki Hoekema, die in 1978 uit ideologische redenen het WK in Argentinië boycotte, de eerste en de laatste voetballer die op een bepaald podium geen prijzen wilde pakken.

Afijn, dit soort gemijmer overviel me rond de meest recente loting voor de Europa League. Want ik vreesde alweer dat de letterkoelies uit de papiersector, waartoe ik mijzelf uiteraard niet reken, erop uit werden gestuurd voor het ergste dat je op de voetbalpagina’s kunt lezen: de Reacties Op De Loting. Dat is altijd rolmopsenwerk, qua tenen. Loot een Nederlandse club AC Milan of Real Madrid, dan heet het ALTIJD dat ‘we die ploeg liever verderop in het toernooi waren tegengekomen’. Stuit een vaderlandse vereniging op Metalurg Donetsk of Petrolul Ploiesti, dan wordt steevast de weinig benijdenswaardige positie van de penningmeester in herinnering gebracht, want in geval van een totaal niet aansprekende tegenstander lukt het hem natuurlijk niet de hondstrouwe aanhang (cliché!) acht tientjes uit de zak te kloppen. Maar sportief gezien biedt zo’n verzameling anonieme schoffelaars de club natuurlijk een uitstekende mogelijkheid om, komt er weer eentje, ‘te overwinteren’.


Onlangs lootte Ajax het Belgische Anderlecht. En wat zei Ajax’ nieuwe coach Frank de Boer, toen hem geheel volgens verwachting om een reactie werd gevraagd?

“Lekker dichtbij.”

En dat was een verademing, kan ik u zeggen. Sportquote van het jaar, wat mij betreft. Benieuwd wat-ie gaat zeggen als Ajax ooit tegen zijn ouwe cluppie Barcelona komt te spelen.

Ik gok op: “Zonnebrillen mee.”

import michiel blijboom