Is Geert Wilders de nieuwe Messias?

Geert Wilders en de PVV hebben een grote aantrekkingskracht op christenen van allerlui pluimage. Hoe komt dat toch? En waarom zijn andere christenen juist tegen de PVV? Een ingezonden analyse van politiek historicus Ewout Klei en bestuurskundige Jeffrey Lemm. “De ChristenUnie lijkt op het eerste gezicht anti-PVV. Niettemin raakt de boodschap van Wilders bij een deel van het CU-electoraat een gevoelige snaar.”

De grote verliezer van de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni was het CDA. De partij ging van 41 zetels terug naar 21, bijna een halvering. Grote winnaar van de verkiezingen was de PVV, die haar zetelaantal bijna verdriedubbelde en van 9 naar 24 ging. Op niet weinig christenen heeft Geert Wilders een grote aantrekkingskracht en zijn PVV is door het dagblad Trouw eens getypeerd als de tweede christelijke partij van Nederland. Bij andere christenen roept Wilders echter veel weerstand op. Hoe zijn beide houdingen te verklaren?

In Nederland heeft decennialang niet de tegenstelling tussen links en rechts een rol gespeeld, maar die tussen confessioneel en niet-confessioneel. Tot 1967 hadden de christelijke partijen een meerderheid in het parlement en was de Nederlandse samenleving verdeeld in drie grote zuilen: een protestants-christelijke, een rooms-katholieke en een socialistische zuil. Met de confessionele partijvorming en verzuiling was in 1879 aangevangen, toen de Antirevolutionaire Partij (ARP) werd opgericht.

Hoewel de ARP zich keerde tegen de idealen van de Franse Revolutie – vrijheid, gelijkheid en broederschap – accepteerde voorman Abraham Kuyper als democraat de pluralistische samenleving. Hij vond dat katholieken en vrijzinnigen dezelfde rechten moesten hebben als orthodoxe protestanten. Voor sommige protestanten was dit vloeken in de kerk, omdat Kuyper hiermee het theocratische en monoculturele ideaal van Nederland als protestantse natie had opgegeven. De ARP kreeg in haar 101-jarige bestaan te maken met diverse rechtse afsplitsingen, die dit ideaal (tot op zekere hoogte) wel hoog hielden en vonden dat de ARP had gecapituleerd voor de tijdgeest. De belangrijkste van deze afsplitsingen was de in 1908 opgerichte Christelijk-Historische Unie (CHU), die vond dat het in de politiek niet moest draaien om de majoriteit (de democratische meerderheid) maar om de autoriteit (namelijk de van God gegeven regering). De CHU stond in tegenstelling tot de ARP negatief tegenover de verzuiling, omdat hiermee de Nederlandse volkseenheid was verbroken. Net als de ARP ging de CHU in 1980 op in het CDA.

De grootste partij die in 1980 opging in het CDA was de Katholieke Volkspartij (KVP). In het van oudsher protestantse Nederland hadden de katholieken eeuwenlang een achtergestelde positie. De generaliteitslanden Noord-Brabant en Limburg waren ten tijde van de Republiek (1588-1795) geen volwaardige provincies. Dankzij het algemeen kiesrecht, hoge geboortecijfers en een hechte organisatie maakten de katholieken echter een inhaalslag en waren ze in de jaren vijftig op het hoogtepunt van hun macht.

De in de tweede helft van de jaren zestig ingezette ontzuiling kwam daarentegen ook het hardst aan bij de katholieken. De KVP halveerde bijna tussen 1963 en 1972, van 50 zetels naar 27. Ook de CHU halveerde in deze periode, van 13 zetels naar 7. Alleen de ARP wist zich electoraal staande te houden, van 13 zetels in 1963 naar 14 in 1972. De partij speelde in op de veranderingen in de samenleving en werd evangelisch-radicaal. De ARP keerde zich tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika en de Vietnam-oorlog en zette zich in voor de Derde Wereldproblematiek. Het is niet toevallig dat van de zeven CDA-loyalisten in 1977, die grote moeite hadden met het centrumrechtse CDA-VVD-kabinet, er zes een ARP-achtergrond hadden.

De CHU was conservatiever dan de ARP en hield het ideaal van Nederland als protestantse natie hoog in het vaandel. Het is daarom geen toeval dat oud-CHU’ers meer zien in samenwerking met de monoculturele PVV dan oud-ARP’ers. Uit een enquête van het Nederlands Dagblad blijkt, dat slechts 37 procent van de CDA’ers die zich verwant voelt met de ARP een kabinet met de PVV steunt, terwijl dat bij CDA’ers die zich met de CHU verwant voelen maar liefst 58 procent is.

De KVP had van oudsher haar basis in het katholieke zuiden: Brabant en Limburg. Deze provincies ontwikkelden zich tot een soort van swing states als gevolg van de eerder omschreven ontzuiling. Wiegel en Den Uyl lieten respectievelijk de VVD en de PvdA doorbreken in het katholieke zuiden en ook de SP werd geboren in Brabant. Veel populistische leiders hebben een katholieke achtergrond, dat leert een rondgang langs Fortuyn, Wilders, Marijnissen en Roemer. Zelfs D66-voorman Van Mierlo was een jezuïetenleerling en de ouderenpartijen vonden in de jaren negentig hun basis in Eindhoven. Al met al lijken nieuwe politieke bewegingen, of ze nu populistisch worden genoemd of niet, snel aan steun te winnen in het katholieke zuiden. Jan Dirk Snel ziet het populisme in deze lijn als iets wat hoort bij de katholieken die losser zijn in hun religie en meer openstaan voor nieuwe politiek. Ook zijn de CDA-kaderleden die zich positief uitspreken over samenwerking met de PVV overwegend katholiek. Toch mag deze constatering niet teveel afleiden.

De ChristenUnie lijkt op het eerste gezicht anti-PVV. Na de Tweede Kamerverkiezingen sloot André Rouvoet samenwerking met Wilders uit en twee CU-prominenten betitelden de PVV in een opiniestuk als antirechtstatelijk. Niettemin raakt de boodschap van Wilders bij een deel van het CU-electoraat een gevoelige snaar. De website van het zeer op de ChristenUnie georiënteerde Nederlands Dagblad staat vol met reacties van orthodox-christelijke islamcritici, die in Geert Wilders een soort van nieuwe Messias zien die het christendom moet beschermen tegen het kwaad van de islam. Wilders’ boodschap lijkt vooral aan te slaan bij ‘evangelische’ christenen. Zij zijn, omdat zij in tegenstelling tot gereformeerde christenen vooral emotioneel en minder rationeel geloven, gevoeliger voor complottheorieën en de aantrekkingskracht van sterke leiders. Ook zijn evangelischen net als Wilders zeer pro-Israël. Toch heeft de ChristenUnie op 9 juni nauwelijks stemmen aan de PVV verloren. Ook de SGP verloor weinig stemmen aan Wilders. Hoewel de achterban van de SGP zich herkent in veel PVV-standpunten (tegen de islam, voor Israël, tegen links en vooral tegen het non-discriminatiebeginsel), blijft men de eigen partij trouw. ChristenUnie en SGP zijn veel meer verzuild dan het CDA, en hebben daarom minder last van electorale concurrentie van de PVV. Sympathie voor Wilders vertaalt zich dus niet altijd in een stem op de PVV.

Wilders zelf is een markante politieke verschijning met een meanderende loopbaan. Waar hij begon als liberaal, is hij uitgegroeid tot nationaal populist. Hij groeide op in het katholieke Venlo, maar is voor zover bekend nooit heel religieus geweest. Wat wel als een rode draad door zijn leven loopt, is zijn liefde voor de staat Israël. Wel is hij zijn politieke gedragingen zich meer en meer gaan richten op de joods-christelijke cultuur en de bescherming daarvan tegen de islam. Hierin is hij de politieke opvolger van Fortuyn die de islam ook onverenigbaar achtte met de joods-christelijke tradities.

Concluderend kun je met het christendom zowel linksom als rechtsom en zijn christenen niet per definitie meer pro of contra Wilders; ook binnen deze gemeenschap wordt verdeeld op hem gereageerd. Om deze scheidslijn vast te leggen op de grens katholiek of protestant is eenzijdig en doet geen recht aan de complexe werkelijkheid. Wel is er veel sympathie onder katholieken, maar die is er ook vanuit een aanzienlijk deel van de protestanten. De van oudsher christelijke partijen hebben, evenals veel andere traditionele partijen, hun vanzelfsprekende legitimiteit ten opzichte van hun achterban verloren: dit verschijnsel is echter niet puur christelijk.

Ewout Klei is politiek historicus, Jeffrey Lemm is bestuurskundige en algemeen bestuurslid van de VVD Kamercentrale Brabant.

Een uitgebreidere versie van dit artikel staat in het decembernummer van Liberaal Reveil, het orgaan van het wetenschappelijk bureau van de VVD.

frank verhoef