De rechterhand van de koning

Bobby Farrell wilde geen ster zijn, maar de maan, want die is uniek!

Als fitness onder sport valt, dan was de onlangs overleden Bobby Farrell een sportman.Wat heet: een topsporter! Zijn ook op latere leeftijd nog zeer gespierde torso onderstreept die stelling.

Ach, wat zou het toch mooi zijn geweest als ze het boegbeeld van Boney M. hadden gevraagd voor het programma Nederland beweegt… Me dunkt dat je als tv-kijker een stuk fitter aan de dag zou zijn begonnen als je die molenwiekende, dekking zoekende, rondtollende Arubaan met dat hoogpolige tapijt op zijn borstkas had moeten nadoen in plaats van de in brave huppelpasjes grossierende, volkomen seksloze akela Olga Commandeur. Het heeft helaas niet zo mogen zijn.

Jaren geleden had ik het genoegen Bobby te interviewen, in zijn sobere huis in Gaasperdam, aan de rand van de Amsterdamse Bijlmer. Het genoegen ja, want de man reeg de ene lezenswaardige quote aan de andere en sprong daarbij van de spreekwoordelijke hak op de al even spreekwoordelijke tak. Anders gesteld: hij praatte zoals hij bewoog. Onnavolgbaar, maar met een uitermate hoge amusementswaarde. Terwijl ik in mijn door hemzelf gezette kop thee blies – een van de hoogtepunten van mijn journalistieke loopbaan: thee gezet krijgen door Bobby Farrell – ratelde hij honderduit. Over die keer dat Boney M. in Duitsland optrad voor neo-nazi’s. “Wist ik veel. Wij leerden op Aruba nooit over Hitler – ik dacht dat al die jongens de keizer Nero-groet deden.” Over de man van zijn oud-collega, Boney M.-zangeres Liz Mitchell, die hem in elkaar zou willen slaan. “Daarom reis ik door Duitsland altijd met een Joegoslaaf van twee meter. Voor de veiligheid.” Over de joodse, islamitische, christelijke, boeddhistische en rastafarisymbolen die hij om zijn nek had bungelen. “Dus als ik in de hemel kom, heb ik met niemand problemen, hahaha!”


De sportman Farrell, die ooit eens staande werd gehouden toen hij met een jerrycan vol benzine op weg was om zijn huis en zijn Macedonische vrouw in brand te steken (“Niet veel later zijn we gescheiden. Ach, ze vond me toch maar een oude man, geloof ik”), zag zichzelf trouwens ook geen moment als zanger. “Pavarotti is een zanger, ik niet. Ik ben een aap. Ik maak de mensen aan het lachen, doe een kunstje. Maar let op: een oude Indiase wijsheid zegt: de aap is de rechterhand van de koning. Wat hij de koning vertelt, gelooft de koning ook. Lee Towers is trouwens tof. Die kust me altijd. ‘Hé, Bobby!’ Anderen denken alleen maar: hij is aan de drugs. Weer anderen zeggen: ‘Je bent net als John Lennon.’ Dat komt, net als Lennon wil ik óók altijd andere artiesten in mijn kleedkamer. Iron Maiden, Whitesnake… Vind ik gezellig, weet je. Ik heb met Michael Jackson opgetreden in het Duitse programma Musikladen. Hij zei tegen me: ‘I’ve never seen a nigger behaving like this.’ Stond ik met een lange baard om Rasputin te doen. Ja, ik heb een mooi leven gehad. Ik had kaartjes nodig voor Prince. Dus ik belde hem op in het Sonesta Hotel. Hij riep meteen: ‘Kom langs!’ Hij kent Boney M.: Rivers Of Babylon vindt-ie een goed nummer. Sterren onder elkaar? No way man, ik wil geen ster zijn! Daar zijn er al te veel van. Bobby Farrell wil de maan zijn, want die is uniek!”Denk daar die motoriek van een op hol geslagen windvaan bij en realiseer je dat Nederland beweegt een fantastische kans heeft laten liggen om toptelevisie te maken. Die verschoven rugwervels na de eerste aflevering had ik er als kijker graag voor overgehad.

import michiel blijboom