Gerdi Verbeet

Gerdi Verbeet (Amsterdam, 1951) zit sinds 2001, met een kleine onderbreking in 2002, voor de PvdA in de Tweede Kamer. Vanaf december 2006 is ze Kamervoorzitter.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Ik heb het naar mijn zin. Ik heb me voorgenomen dat ik me niet van de wijs zal laten brengen door uw vragen. Het is een beetje de gemoedstoestand die ik altijd heb. Ik ben meestal goedgehumeurd.

Wie zijn uw helden?

Tante Johanna. Zij was een buurvrouw die we tante noemden, en ze steekt boven alles en iedereen uit. Ze is in 1945 uit de onderduik gekomen en heeft in de oorlog veel familieleden verloren. Ondanks dat werd zij toch de zon in mijn jonge leven. Ze was altijd opgewekt en vrolijk. Echt een voorbeeld.

Wat is uw grootste angst?

Die van iedere ouder: dat een van mijn kinderen of kleinkinderen eerder wegvalt dan ik.

Bidt u weleens?

Ik hoop weleens. Telt dat ook?

Bent u aantrekkelijk?

Ik merk dat mensen makkelijk op me afkomen om bijvoorbeeld een praatje te maken. Dat gebeurde ook voordat ik een bekend gezicht had. Ik hoop dat het komt doordat ik vriendelijk ben. In esthetisch opzicht heb ik over mezelf geen oordeel.

Bent u monogaam?

Tegenwoordig wel.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Toen ik weer terug was in mijn werkkamer na het Uruzgandebat. Na uren was nog steeds niet helder wat er nou feitelijk gebeurd was. Er werd ook erg op de man gespeeld. Het was een naar debat en ik was er door van slag.

Wat is uw definitie van geluk?

Tevreden zijn met wie je bent en wat je hebt.

Waar schaamt u zich voor?

Het gevoel van schaamte herinner ik mij alleen nog van vroeger: betrapt worden met je hand in de koekjestrommel. Daarna heb ik het niet meer meegemaakt. Ik schaam me nergens voor.


Lijkt u op uw vader?

Meer dan op mijn moeder. Mijn vader kon slecht tegen oneerlijkheid. Misschien was hij soms iets te bot, maar wel eerlijk en uiteindelijk toch goedgehumeurd. Net als ik. Ik heb ’s ochtends altijd een koude start, maar ik ben eigenlijk nooit chagrijnig.

Als u iets aan uzelf zou kunnen veranderen, wat zou dat dan zijn?

Er mag een paar kilo vanaf.

Wat is uw dierbaarste bezit?

Mijn huis aan de Amstel. Ik heb het echt om dat heerlijke uitzicht gekocht. A room with a view.

Hoe is ongeluk te vermijden?

Niet. Je moet het verdragen en er kansen in zien. Daar ben ik flegmatiek in. Zie het onder ogen en maak er weer het beste van.

Hoe moedig bent u?

Moedig genoeg om in de voorzittersstoel te zitten. Je zit toch te kijk en alles wordt op televisie uitgezonden. Tegen mensen die op het punt staan de moeder aller zinnen uit te spreken, moet je ook vaak zeggen: “Uw tijd is om.”

Wie is uw grootste liefde?

Wim, mijn huidige partner. We zijn inmiddels vier jaar samen.

Van wie heeft u het meest geleerd?

Als het gaat om zelfkennis: van mijn kinderen. Van tante Johanna heb ik geleerd om altijd positief te blijven en van Anne Vondeling leerde ik op te komen voor de belangen en de kracht van het parlement.

Wanneer was u het gelukkigst?

Ik ben nooit gelukkiger geweest dan de periode waarin ik nu zit.

Wat zijn uw dagdromen?

Ik zou het leuk vinden om eens een keer wat langer met mijn geliefde op vakantie te gaan. Bijvoorbeeld naar Nieuw-Zeeland en dan met een auto van het ene naar het andere bed & breakfast. Lekker vier weken samen weg. Dat zou in het zomerreces kunnen, maar dan is het daar helaas geen prettig weer.


Welke eigenschap waardeert u in een man?

Autonoom zijn maar wel openstaan voor anderen. Dat waardeer ik ook in vrouwen.

Wat is uw grootste ondeugd?

Ik kan heel kribbig reageren als mensen ja zeggen en nee doen. Ik ben dan vrij onverdraagzaam en kan daar lang in blijven hangen.

Hoe ontspant u zich?

Met een boek op de bank. Of een goede film kijken.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?

Twintig jaar geleden waren we met de hele familie op vakantie. Mijn moeder was nog een sterke, gezonde vrouw. Ik droomde toen dat ik haar in mijn armen droeg. Ze was heel fragiel en dun. Eigenlijk zoals ze nu in het echt is. Ze is dement en erg kwetsbaar. Ik werd betraand wakker en nam me voor om het alleen nog maar leuk met haar te hebben. Sindsdien is ons contact steeds inniger geworden, terwijl we daarvoor weleens botsten.

Wat is uw grootste prestatie?

Mijn pompoensoep. Hij is romig zonder dat er room in zit. Heerlijke soep, hoor.

Wat is uw grootste mislukking?

Dat ik mijn studie sociale geografie niet heb afgemaakt. Dat zit me nog altijd dwars.

Gelooft u in God?

Nee.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

Ik ben gescheiden en heb mijn kinderen veel verdriet gedaan door bij hun vader weg te gaan. Dat realiseer ik me heel goed.

Wat is de beste plek om te wonen?

Mijn huis met uitzicht op de Amstel.

Wat is uw devies?

Als je ergens veel energie in stopt, groeit het alleen maar. Investeer daarom alleen in alles wat positief is.

Ernest Marx