‘Het bestel is volkomen vastgelopen’

En toen was kunst een ‘linkse hobby’. Met deze vaststelling legde de PVV van Geert Wilders een zenuw bloot bij de Nederlandse cultuurlobby, die moord en brand schreeuwde om de bezuinigingsplannen. Onterecht, vinden deskundigen. ‘Dit had al veel eerder moeten gebeuren.’

Actrice Carice van Houten schreeuwt het uit, cabaretier Freek de Jonge staat als vanouds op de barricaden. De strijd tegen de bezuinigingen op kunst en cultuur voltrekt zich met het gebruik van dramatische leuzen als ‘culturele kaalslag’. De laatste drie maanden is er geen ontsnappen aan. Je zou bijna de indruk krijgen dat met het beperken van de kunstsubsidies de Nederlandse beschaving op haar grondvesten staat te trillen.

“Hopeloos, zoals de sector dit allemaal weigert in te zien.” Het klinkt geërgerd uit de mond van Jaap van Beusekom. De voormalig directeur van het Nationaal Pop Instituut, nog actief als muzikant van CCC Inc., voelde zich jarenlang een roepende in de woestijn. “Je krijgt steeds het verhaal te horen over het belang van cultuur voor de maatschappij. Mijn God, dan hóór je een hoop onzin. Het luisteren naar muziek zou de rechterhersenhelft stimuleren en dat is uiteindelijk ook goed voor de economie. Wat een flauwekul, het lijkt wel religie!”

Zelden zal een bezuinigingshoofdstuk meer lawaai en verwarring hebben veroorzaakt. Per jaar geeft de Rijksoverheid 938 miljoen euro aan cultuur uit, zo’n zes tientjes per Nederlander. Het kabinet-Rutte heeft zich voorgenomen jaarlijks 300 miljoen euro te besparen, grofweg verdeeld over een drietal maatregelen. De cultuursubsidies moeten trapsgewijs worden afgebouwd met 200 miljoen euro. Vlak voor de kerst werd de verhoging van het btw-tarief op podiumkunsten en kunstvoorwerpen van 6 naar 19 procent – weliswaar met een uitstel tot 1 juli – geaccordeerd door de Eerste Kamer. Dit moet 90 miljoen euro per jaar opleveren. In de zomer van 2012 volgt de afschaffing van de WWIK (Wet Werk en Inkomen Kunstenaars), een regeling waarbij kunstenaars een uitkering krijgen op 70 procent van het bijstandsniveau. Dit scheelt de schatkist jaarlijks 10 miljoen euro.


Het is de vraag waar dit allemaal over gaat. In macro-economische zin is het antwoord: helemaal nergens over. Want, zegt Arjen van Witteloostuijn, hoogleraar economie van de universiteiten van Antwerpen, Tilburg en Utrecht: “De bezuinigingen zijn natuurlijk peanuts. Het argument kan hooguit zijn: we moeten allemaal inleveren. Zelf zou ik direct de hypotheekrenteaftrek hebben aangepakt.” Ter verduidelijking: het kabinet wil 18 miljard bezuinigen. Het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek zou 11 miljard opleveren. Wat de Rijksoverheid jaarlijks uitgeeft aan cultuur vormt nog geen procent van de totale uitgaven.

“Nou en?” Uitdagend werpt Pim van Klink het op, als de theorie van de druppel op de gloeiende plaat ter sprake komt. Hij is als gastdocent kunsteconomie verbonden aan de Universiteit Antwerpen en was in het verleden onder meer voorzitter van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties. Hij wil maar zeggen dat het niet een praktische discussie over de hoogte van het bedrag is, maar dat het veel meer draait om de beste manier waarop het geld kan worden besteed. “Ik ben vijf jaar geleden gepromoveerd op een proefschrift over het kunstbeleid en de effectiviteit daarvan. Nou, we hebben in Nederland een heel slecht beleid, het systeem kent heel veel feilen.

Het bestel is volkomen vastgelopen. Dit had al veel eerder moeten gebeuren.”

Nieuw is het plan zeker niet, weet ook Van Beusekom. “In 2007 kreeg ik een intern stuk van het ministerie van OCW onder ogen. Daarin hadden ze het bij instandhoudingssubsidies over ‘legitieme verspilling’. Nou, dan moeten toch echt alle bellen gaan rinkelen. Want laten we eerlijk wezen: dertien symfonie-orkesten, dat is voor Nederland toch te veel van het goede? En wat dacht je van al die kunstvakopleidingen? Iedereen zit nu de PVV en de VVD de schuld te geven, maar het ambtelijk apparaat had de plannen al lang klaar liggen. De PvdA en GroenLinks mogen dankbaar zijn dat dit kabinet als de kop-van-jut dient.”


In de jaren zestig werden de verschillende regelingen voor kunst en cultuur door de sociaal-democratie bedacht als een manier om het volk te ‘verheffen’. Kunst moest toegankelijk zijn voor iedereen. Deze gedachte heeft lange tijd zijn weerslag gehad op het overheidsbeleid, met als meest recente voorbeeld het kabinet-Balkenende IV. PvdA-minister Ronald Plasterk kreeg als opdracht te werken aan een verhoging van de eigen inkomsten in de cultuursector. Hij kwam niet verder dan het langzaam groeien naar een norm van 17,5 procent in 2013 als doelstelling. Van Witteloostuijn: “Dat is echt veel te laag. Bovendien zit de sector al op die norm. Dus maakt het niet uit.” En Van Klink: “Ik ben er een groot voorstander van om het op te schroeven naar vijftig procent.”

Of de elitaire bovenlaag van de kunstsector het nu wil horen of niet: zulke geluiden worden inmiddels door het merendeel van de Nederlanders met instemming begroet. In het voorjaar van 2010 liet het tv-programma Nova door het bureau Synovate onder duizend landgenoten een onderzoek uitvoeren. Slechts drie procent gaf te kennen dat er absoluut niet bezuinigd mocht worden op kunst en cultuur; liefst zes van de tien vonden dat prima. Logisch dat de politiek ingrijpt. Van Beusekom: “Het hele systeem is op. Net als het systeem van ontwikkelingshulp. Ik heb voortdurend gezegd: ‘Als je niks aan het systeem doet, word je vanzelf door de overheid gesaneerd.’ Je bent namelijk niks anders dan de kokkelvissers of een andere beroepsgroep, die dit al veel eerder heeft meegemaakt. Denk je dat er iemand wakker van ligt, als de opera verdwijnt? Dacht het niet, hoor! Het sukkelt al jaren zo. Neem de WWIK. Kunstenaar Jeroen Henneman zegt altijd: ‘Van de WWIK ga je niet tekenen, maar rekenen.’ Geen enkele zichzelf respecterende kunstenaar wil in die regeling zitten.”


Een principiële ommezwaai naar bezuinigingen op kunst en cultuur is één, een effectieve invulling een tweede. Zie het gedoe met de btw-verhoging. Het gevaar is, zo wordt geopperd, dat de kaartverkoop door de hogere prijzen zal dalen. Juist de succesvolle ondernemingen, drijvend op een gezond bezoekersaantal, zijn de klos. Van Klink: “Ik ben principieel geen voorstander. Het kabinet moet juist het ondernemerschap aanmoedigen en dan kun je beter een lager tarief handhaven. Op deze manier raken de vrije producenten gefrustreerd, terwijl zij juist een groeiend marktaandeel hebben gecreëerd.”

Van Beusekom: “Hier is niet goed over nagedacht, als je juist wilt dat er meer particulier initiatief komt. De Melkweg in Amsterdam heeft bijvoorbeeld iets van 95 procent aan eigen inkomsten. Veel poppodia houden de eigen broek al lang op. Die worden toch op deze manier gestraft. Maar je kunt je afvragen hoe groot het effect zal zijn. Ik denk dat de kaartjes voor Lowlands nog steeds uitverkocht raken. De verhoging van de btw zal echt niet de doodsteek zijn. Een besparing van 90 miljoen euro, ach, ik hoor ze in de kunsthandel nu al grinniken. Ze hebben het al over een route via Engeland, zodat ze nog maar vijf procent hoeven te betalen. En je krijgt allerlei uitzonderingen, bijvoorbeeld voor het circus. Dat mag dan tegen een lager tarief. Nou, dan noem je je festival een circus. Of je dansfeest een sportevenement. Het is een discussie die je niet moet willen.”

Economische onderzoeken bevestigen de gedachte van Van Beusekom over het milde effect op de kaartverkoop. Van Witteloostuijn: “Het kan meevallen. Het is gebleken dat de kaartverkoop voor cultuur nogal prijsinelastisch zijn.” Van Klink: “Als de prijzen tien procent stijgen, krijg je een vraaguitval van vijf procent. Plus binnen enkele maanden een gewenningsverschijnsel. Wat dat betreft kan ik de vrije producenten geruststellen. En sommige economen redeneren: de interesse voor een product neemt juist toe als de prijs hoger is. Dan ontstaat de indruk dat de geleverde kwaliteit hoger is. Ik denk dat het kabinet die 90 miljoen de komende jaren, vanaf 2012, zeker gaat halen. Ik zeg zelfs dat het meer wordt, als de economie aantrekt.”


Het hardst moet het snoeimes de subsidiepot treffen. Het afromen is, volgens Van Beusekom, met fusies al enige tijd aan de gang. ‘Zijn’ NPI ging bijvoorbeeld op in Muziek Centrum Nederland. “De tweede klap komt in de kunstproducerende hoek. En het einde is nog niet in zicht. Je kunt er donder op zeggen dat de vakopleidingen aangepast gaan worden. Die blijven maar kunstenaars uitspugen. Je hebt nu twaalf of dertien conservatoria, dat zijn er tien te veel.”

Van Witteloostuijn: “Waarom moet je, door middel van enorme subsidies, een sector stimuleren? In andere landen doen ze het niet of in elk geval veel minder. In Engeland moeten ze veel meer de eigen broek ophouden en trekken ze veel meer publiek. Wat dat betreft zitten er in het Nederlandse systeem rare perversiteiten. De subsidies lijken vooral een manier om een deel van de bevolking van een uitkering te voorzien; je stimuleert de neiging om te overproduceren. Het ligt in de aard van een kunstenaar om te produceren, ook al is er geen vraag naar wat hij maakt.”

Van Klink: “De sector is met 700 miljoen euro nog steeds goed bedeeld in vergelijking met andere Europese landen. In de jaren tachtig zaten we met ons subsidiestelsel in de middenmoot, tegenwoordig in de top. Het heeft niet geleid tot een culturele explosie. Dat moet toch aan het denken zetten. In het Verenigd Koninkrijk bezuinigen ze meer dan in Nederland. Ze zijn daar ook niet blij. Maar het heeft wel aangetoond dat organisaties zich vervolgens met dubbele energie op de markt richten. De kunst manifesteert zich in Engeland ook veel meer in de samenleving, met bijvoorbeeld volkstheaters in achterstandswijken. Dat zie je in Nederland nu pas een beetje opkomen.”


Op 6 december schreef de staatssecretaris van OCW, Halbe Zijlstra, een brief aan de Tweede Kamer over de aanpak van het subsidiestelsel. In algemene bewoordingen wordt daarin gesproken over het trekken van voldoende bezoekers, over het stimuleren van ondernemerschap en de toegankelijkheid van kunst voor kinderen en jongeren. Van Klink vindt het te vrijblijvend. “Hoe het kabinet dat wil aanpakken, daar weten we nog niks van. Dat vind ik heel slecht en wat dat betreft ben ik een fel criticus. Dit kabinet probeert voortvarend te werk te gaan, maar het neemt juist hier een lange aanloop. Aan het einde van 2013 zal pas duidelijk worden welke instellingen het loodje leggen. Ik denk dat het om een sanering gaat die je het beste zo snel mogelijk kunt doen. Je krijgt nu lang onzekerheid; het zal de sector veel kwaad doen, het zal mensen lam slaan. Terwijl het juist zo belangrijk is dat er nieuwe initiatieven komen. Mijn voorstel is om al heel snel, liefst deze zomer, met een goed plan te komen. Dat zal pijn doen. Maar goed, dat moet dan maar. Je ziet dramatische bezoekersaantallen bij het gesubsidieerde aanbod. Als je dan 200 miljoen euro gaat bezuinigen, is dat niet alleen kommer en kwel. Je krijgt vermoedelijk een revitalisatie van de sector, er komen nieuwe initiatieven, er zal creatief worden nagedacht over het beter bereiken van het publiek. Je hebt in Nederland een groot overaanbod. Straks is er voor de overblijvers meer mogelijk. Zo sla je twee vliegen in één klap.

De kern van het draagvlakprobleem voor de gesubsidieerde kunst ligt ook bij de Raad voor Cultuur. Met dat zogenaamde expertoordeel krijg je kunst voor de kunst en gaat het voorbij aan de breedte van de bevolking. Als deskundigen subsidies moeten toewijzen, dan gaan deze naar voorstellingen die slechts interessant zijn voor deskundigen. Die beoordeling is buitengewoon ondoorzichtig. Het parlement heeft het oordeel uitbesteed: de Raad voor Cultuur doet dat in anonieme commissies en dan weet je dus echt niet hoe er wordt gekeken. Vervolgens gaat het terug naar het parlement, waarop de kunstsector als een gek gaat lobbyen. Je kunt beter zeggen dat de Raad het doet, of dat de Tweede Kamer het doet. Dit is te halfslachtig.”


Van Witteloostuijn: “Je zou beter de bedrijfsprestaties kunnen belonen met een subsidie. Bijvoorbeeld dat je geld krijgt als je veertig procent aan eigen inkomsten genereert. Je moet het omdraaien. Tsja, dan zegt de sector: dan belonen we geen kwaliteit meer. Dat is een heel geniepige discussie, over hoge en lage kunst. Het wekt de suggestie dat je als succesvol kunstondernemer geen kwaliteit zou kunnen leveren.”

Het effect van de bezuinigingen zal een shake-out zijn, voorspelt hij. “Sommige instellingen verdwijnen; het wordt een race om te overleven. En je overleeft als je het geld van elders weet te halen. Dat kan gunstig zijn, juist tot creatieve dingen leiden. In Vlaanderen zijn de subsidies traditioneel veel lager. Ze moeten wel op tournee, naar het buitenland. Lijkt me lovenswaardig. Er wordt nu in Nederland moord en brand geschreeuwd. Maar misschien zijn we te lui geworden.”

‘Fuck toch op met je marktwerking, man. Daar komen nu juist alle problemen in deze tijd vandaan. Je weet niet waarover je praat!’ Acteur Gijs Scholten van Aschat tijdens een debat in De Rode Hoed tegen ex-VVD-Kamerlid Arend Jan Boekestijn.

‘De bezuiniging heeft veel weg van een afrekening, van verraad.’ Acteur Erik van der Donk bij een manifestatie in Arnhem.

‘Subsidie is er niet alleen voor langharig VPRO-tuig dat in een roze tutu voor een projectiescherm abstracte teksten proclameert.’ Cabaretier Johan Fretz.

‘Ik hoop dat we geraakt blijven worden door kunst en niet verzanden in een oppervlakkige, domme samenleving.’ Actrice Halina Reijn op kunstindeknel.avro.nl.

‘Het belang van klassieke muziek is meetbaar, want in 75 procent van de winkelcentra wordt het ingezet om hangjongeren weg te pesten.’ Muzikant en radiopresentator Henk Westbroek op kunstindeknel.avro.nl.

Marc Hoeben