Koud kunstje

Sarah Vaughan, Jazz at the Concertgebouw – If This Isn’t Love, 3 sterren.

Op 7 juni 1958 deed Sarah Vaughan ten overstaan van het publiek in het Amsterdamse Concertgebouw de volgende confidentie: “I’m feeling like an apple on top of William Tell/ This I cannot grapple, ‘cause you’re so adorable” – waarbij zij het laatste woord (adoraBEL) liet rijmen op William Tell. Deze valse klemtoon, voorafgegaan door een hyperbolische metafoor, komt anno 2011 nogal lachwekkend over. Het is een cabaretesk smetje dat in verschillende verschijningsvormen terugkeert op deze door Muziek Centrum Nederland uitgegeven historische cd.

Waar de songs van Billie Holiday nog steeds door de ziel snijden, is de barokke, epaterende stijl van Sarah Vaughan toch een beetje een kunstje geworden, dat wij zo langzamerhand wel een beetje door hebben. De variaties op de oorspronkelijke melodie klinken clichématig en het vertragen en oprekken van noten en frases, haar handelsmerk, gaat zelfs een beetje irriteren. Vaughan mist daardoor soms de aansluiting met haar muzikanten. Cherokee roept beelden op van een ritmesectie die als een sneltrein door een station raast, terwijl de zangeres, met verbazing in de ogen, nog met haar koffertje op het perron staat.

In dat koffertje zitten, als we er ook maar eens een metafoor tegenaan mogen slingeren, Vaughans kostbaarste bezit: haar fenomenale talent om een ballad te zingen. Passing Strangers, een song die zij in 1957 opnam met Billy Eckstine, is een miniatuurtje van onschatbare waarde. “Sing it like the man wrote it,” zei een zangpedagoog ooit tegen een aanstellerige leerlinge. En als Sarah Vaughan dat doet, is zij op haar best.

Ruud Meijer