Later wordt het leuker

Ons levensgeluk is geen langzaam dalend pad dat eindigt aan het graf. Wie ouder wordt, gaat juist een leuker leven tegemoet. Al helpt het als je geen watje bent.

Ik ben drie maanden geleden door een reorganisatie mijn vaste baan kwijtgeraakt. Dat is me zeventien jaar geleden, eveneens buiten mijn schuld, ook overkomen. Destijds was ik kwaad en klaagde ik voortdurend tegen mijn vriendin over dit onrecht. Pas na een half jaar zei ze: “Wordt het niet eens tijd om dit achter je te laten?” Nu, zeventien jaar ouder en vele andere tegenslagen rijker, waarvan sommige aanzienlijk ingrijpender dan dat ontslag, accepteer ik mijn tweede ontslag met relatief gemak. Ook andere vervelende gebeurtenissen brengen me minder snel uit mijn evenwicht dan vroeger, terwijl ik – bijna vijftig – meer kan genieten en relativeren.

Ik ben gelukkig niet de enige die beter met het leven leert omgaan naarmate hij ouder wordt. Dat lijkt in tegenspraak met de algemeen aanvaarde veronderstelling dat ons levensgeluk een langzaam dalend pad is dat eindigt bij het graf. Een dynamische samenleving als de onze heeft een grote liefde – je zou bijna zeggen: obsessie – met alles wat jong is, want dat zorgt voor verandering en ontwikkeling. Oud wordt vaak gelijkgesteld met conservatief en gebrekkig.

Vraag een groep mensen van dertig jaar en een groep mensen van zeventig jaar welke groep het gelukkigst is, en beide zullen antwoorden: de jongeren. Maar als beide groepen wordt gevraagd hoe gelukkig ze zich zelf voelen, blijken de ouderen gelukkiger te zijn dan de jongeren. De geluksbeleving blijkt geen neerwaartse lijn te zijn maar een u-vormige curve. Dat blijkt uit grote onderzoeken als de General Social Survey in de VS en Eurobarometer van de EU, en ook uit onderzoek van emeritus-hoogleraar Ruut Veenhoven van de Erasmus Universiteit in Rotterdam, die wereldfaam heeft verworven met zijn internationale studies naar geluk.


Zolang we jong zijn, zien we het leven over het algemeen van de zonnige kant. Uit onderzoek uit 2009 van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat 94 procent van de jongeren tussen twaalf en 24 jaar zichzelf als ‘gelukkig’ en ‘tevreden’ omschrijft. Dat verandert zo tegen ons dertigste. Dan is het gedaan met ons vrije leventje, want we gaan werken. We vinden een partner met wie we gaan samenwonen en we krijgen kinderen. De hypotheek moet elke maand worden betaald, de kinderen moeten naar school gebracht en onze partner eist zijn of haar aandacht op. Veenhoven: “Wanneer je jong bent, ben je relatief vrij en ongebonden. Je kunt dan nog vrij makkelijk weg uit situaties die je niet bevallen, zoals een verkeerde studie of relatie. Zodra je je settelt, wordt dat moeilijker, en daardoor blijven in die levensfase meer mensen hangen in een patroon dat ze eigenlijk niet zo goed bevalt. Dat drukt op je geluk.”

Ook bij het hebben van kinderen is er een kloof tussen de verwachting en de werkelijkheid. Veel jonge mensen verwachten gelukkiger te worden als ze kinderen krijgen, maar uit vervolgonderzoek blijkt dat het geluksgevoel na de komst van kinderen juist iets afneemt. Kinderen verrijken weliswaar ons leven, maar ze geven ons ook kopzorgen en belasten vaak de relatie tussen de ouders onderling.

Gemiddeld zijn we in Nederland het minst gelukkig tussen ons veertigste en vijftigste levensjaar. Na die leeftijd vliegen de kinderen het nest uit en krijgen we weer wat meer vrijheid. Tegelijkertijd beginnen we steeds sterker de gevolgen van het ouder worden te ervaren. Ons haar valt uit en de rimpels in ons gezicht worden dieper. Borsten gaan hangen, er verschijnen vetrolletjes rond ons middel die er met geen mogelijkheid af lijken te gaan, hoe fanatiek we ook sporten, en het geheugen begint zo nu en dan te haperen. Maar het is verrassend hoe we hiermee omgaan. In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, gaan we ons leven niet schraler maar juist leuker vinden.


Levenservaring is een van de oorzaken hiervan, zegt professor Veenhoven. Wie ouder is, kan simpelweg beter omgaan met de leuke en minder leuke kanten van het leven. “De jaren leren ons wat de dagen nooit wisten,” schreef de Amerikaanse schrijver Ralph Waldo Emerson honderd jaar geleden. De oudere maakt minder snel ruzie en komt met betere oplossingen om een conflict te beëindigen. Hij kan zijn emoties beter in bedwang houden en gaat beter om met de tegenslagen die onvermijdelijk zijn. Tijdens een studie in Groot-Brittannië moesten de proefpersonen naar geluidsopnamen luisteren van mensen die zich zogenaamd laatdunkend over hen uitlieten. Zowel de oudere als de jongere proefpersonen waren hierdoor aangeslagen, maar de ouderen reageerden minder boos en oordeelden minder hard over de kwaadsprekers. Een van hen haalde zijn schouders op en reageerde: “Je kunt het nu eenmaal niet iedereen naar de zin maken.”

Filosoof Hans Korteweg (67) is schrijver van het boekje Nog vele jaren, waarin hij vertelt wat we in elk levensjaar – van 0 tot 84 – voor nieuws mogen verwachten. Hij herkent zichzelf in de conclusies van de internationale onderzoeken. “Vroeger vond ik het belangrijk dat anderen me interessant of aardig vonden. Nu kan dat me niets meer schelen, dat werkt bevrijdend. Ouder worden betekent ook afscheid nemen van illusies, en daarvoor in de plaats krijg je een groter realiteitsbesef. Dat helpt om dingen te kunnen relativeren.”

Een wezenlijk deel van die realiteit is het besef dat onze dood steeds dichterbij komt, dat werkt toch verlammend? Nee, zegt Korteweg, integendeel. “Elke dag wordt waardevol, je leert om er het maximale uit te halen omdat je weet dat het niet vanzelfsprekend is dat je hier rondloopt.” Jonge mensen gaan naar een feestje omdat ze het belangrijk vinden om daar te worden gezien of omdat ze hopen er mensen te ontmoeten die in de toekomst nuttig voor ze kunnen zijn. Ouderen gaan naar datzelfde feestje omdat ze hopen mensen te ontmoeten met wie ze een leuk gesprek hebben. Ambitie heeft plaatsgemaakt voor acceptatie. Zoals de Amerikaanse filosoof William James schrijft: “Hoe aangenaam wordt onze dag wanneer we niet meer jong willen zijn – of slank.”


Bejaarden blijken een veel leuker leven hebben dan jongeren denken. Uit studies in acht Europese landen komt naar voren dat hoogbejaarden zelfs gelukkiger zijn dan achttienjarigen. Ruut Veenhoven schrijft in Geron, een tijdschrift over ouder worden en maatschappij: “De vrees dat het leven op hoge leeftijd tot een last wordt, blijkt niet juist. Historisch is deze mate van levensvoldoening waarschijnlijk ook ongekend. Het ziet er dus niet naar uit dat de vooruitgang ons naar een langer maar slechter leven heeft geleid.”

Toch stappen we natuurlijk doorgaans niet lachend het graf in. De periode vlak voor onze dood, die vaak wordt gedomineerd door ernstige ziekte en pijn, wordt begrijpelijkerwijs als een stuk minder gelukkig ervaren. Maar dat vele mensen in de jaren ervoor al met gezondheidskwalen kampen, hoeft niet op de kwaliteit van hun leven te drukken. Veel van hen slagen erin om te verdringen waartoe ze allemaal niet meer in staat zijn en richten zich op wat er nog wel mogelijk is. Hans Korteweg: “Een ziekte kan een beperking zijn, maar dwingt je ook om actief te worden. Een van mijn favoriete uitdrukkingen is: Old age ain’t no place for sissies.”

Deze opmerkelijke conclusies komen voort uit een nieuwe kijk op economie en welzijn, vanuit het besef dat rijkdom een te beperkte graadmeter is voor het welbevinden van mensen en de politiek tekort schiet in zijn streven om ons een zo prettig mogelijk leven te bezorgen. Het Himalayastaatje Bhutan is het eerste land dat ‘Bruto Nationaal Geluk’ als officiële leidraad voor zijn politieke beleid hanteert. Iets dat in de praktijk trouwens minder spectaculair is dan het lijkt, want het is niet meer dan een hoogdravende term voor een beleid dat bedachtzame modernisering nastreeft. Twee jaar geleden vroeg de Franse president Nicolas Sarkozy, die toch niet als een zweverig type bekendstaat, aan de economen Amartya Sen and Joseph Stiglitz, beiden bekroond met een Nobelprijs, om een nieuwe meetmethode te ontwikkelen, die sterker rekening houdt met de geluksbeleving van burgers. De groei van het autogebruik geldt bijvoorbeeld als een indicator van economische vooruitgang, maar daarbij wordt geen rekening gehouden met de toename van het aantal file-uren en de invloed van al die uitlaatgassen op het milieu. Sen en Stiglitz gaan nog verder: zij beweren zelfs dat de huidige economische crisis het gevolg is van het vertrouwen dat ongereguleerde economische groei iedereen automatisch beter zou maken, maar waarvan is gebleken dat alleen de rijke bovenlaag ervan profiteert.


In Nederland – een van de gelukkigste landen ter wereld – zijn we relatief ver in het nieuwe denken over welzijn en welvaart. Het Centraal Planbureau is internationaal voorloper in het ontwikkelen van indices die het bruto binnenlands product aanvullen. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek heeft vorig jaar samen met ministeries en maatschappelijke organisaties een grootschalig onderzoek geïnitieerd, getiteld Kwaliteit van Leven, dat vanaf 2016 als basis voor ons overheidsbeleid moet dienen. Tijdens de voorbije Tweede Kamerverkiezingen deed GroenLinks als eerste partij al een opmaat door te pleiten voor geluk als maatstaf voor een geslaagde politiek: “De economische cijfers moeten kloppen, maar het zijn de mensen die tellen. Zowel de mensen die hier en nu leven als de mensen elders en in de toekomst.”

De bankencrisis, de toenemende milieuproblemen, maar ook het toenemende besef dat onze groeiende materiele rijkdom niet tot groter geluk leidt, hebben tot onvrede geleid.

“De basisproblemen hebben we in ons land wel zo’n beetje opgelost. Iedereen heeft een dak boven zijn hoofd, te eten en toegang tot zorg. De vraag is: wat nu?” zegt Veenhoven. “We spreken bijvoorbeeld over verhoging van de AOW-leeftijd. Dat levert meer geld op, maar worden we er ook gelukkiger van?”

Ons land profiteert ook materieel van geluk. Gelukkige mensen zijn bijvoorbeeld gezonder dan ongelukkige en doen dus minder vaak een beroep op gezondheidszorg, reden waarom de gezamenlijke zorgverzekeraars Univé, VGZ, IZA en Trias een grootschalig geluksonderzoek op www.gelukswijzer.nl sponsoren (zie het kader ‘Zo word je gelukkig’). Bovendien zijn gelukkige mensen, zo blijkt uit onderzoek, een stuk productiever.


De vergrijzing, die alom als wordt gezien als een molensteen om de nek van onze jongere generatie, heeft dus ook zijn positieve kanten. Ouderen zijn misschien soms wat trager, maar een stuk ervarener, en hun positieve kijk op het leven helpt jongeren om beter te presteren. Geluk is dus niet alleen een lekker gevoel, het levert ons ook keiharde euro’s op.

Wetenschappers hebben becijferd dat uw levensgeluk voor ongeveer zestig procent afhangt van factoren die niet of nauwelijks te beïnvloeden zijn, zoals de plek waar u wordt geboren, het gezin waarin u opgroeit en uw geestelijke en lichamelijke gestel. Het goede nieuws is dat u de resterende veertig procent zelf kunt sturen. Geluk is dus wel degelijk (deels) af te dwingen. Van essentieel belang, zegt geluksprofessor Ruut Veenhoven, is goed in kaart te brengen wat u een prettig of onprettig gevoel geeft. Een doeltreffend hulpmiddel is de website www.gelukswijzer.nl. Die wordt gerund door de Erasmus Universiteit in Rotterdam en de zorgverzekeraars Univé, VGZ, IZA en Trias. U vult van dag tot dag in wat u allemaal hebt gedaan en hoe gelukkig u zich daarbij voelde. Hoe langer u meedoet, des te preciezer zijn de resultaten. Een leuke bijkomstigheid is dat u uw eigen geluk kunt vergelijken met andere mensen in uw leefsituatie. Mocht u constateren dat het gras aan de overzijde van de straat niet zo groen is als het lijkt, dan maakt u dit hopelijk weer een tikkeltje gelukkiger.

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, de motor achter het grote onderzoek Kwaliteit van Leven, noemt dit als belangrijkste factoren voor ons geluk:


– Werk, betaald of onbetaald;

– Een redelijk inkomen en voldoende koopkracht;

– Goede relaties met familie en vrienden;

– Toegang tot goed onderwijs en permanente vorming;

– Een prettige woon- en leefomgeving;

– Een gezond milieu;

– Goede gezondheidszorg;

– Culturele expressie;

– Levensbeschouwing en het recht die in vrijheid vorm te geven;

– Politieke vrijheid.

“Age is an issue of mind over matter. If you don’t mind, it doesn’t matter.” Mark Twain.

“Het leven is een redelijk goed toneelstuk met een slecht geschreven derde akte.” Truman Capote.

“Ik neem altijd zélf de beslissingen. Dus als ze bij Ajax tegen me zeggen: je bent te oud, dan zeg ik: dat beslis jij niet, dat beslis ik.” Johan Cruijff.

“Je moet heel lang wachten voordat je jong bent.” Pablo Picasso.

“Het is eeuwig zonde dat zoiets prachtigs als jeugd wordt verspild aan jongeren.” George Bernard Shaw.

Thijs Joosten