Patent

Dat al die winterse kou niet alleen maar leed en ellende oplevert bewijst de ‘uitvinding’ van het ijsstokje. Op een koude avond in 1905 mengde de 11-jarige Frank Epperson wat ingrediënten in een glas en zette dit boeltje buiten om te laten bevriezen. Toen hij de volgende morgen het resultaat wilde bekijken bleek dat hij zijn roerstaafje in het glas had laten zitten. Na verwijdering van dit glas bleek er echter wel een heerlijk en handzaam te consumeren ijsje over te blijven. Hiermee werd onze kleine Frankie de uitvinder, of eigenlijk de ontdekker, van het ijsstokje. In 1924 verkreeg Epperson patent op zijn vinding, een patent dat hij echter al in 1929 moest verkopen omdat hij blut was geraakt.Ondanks of juist vanwege hun blijvende populariteit worden ijsstokjes vrijwel nooit genoemd als factor in de ontbossing van de regenwouden in Zuid-Amerika.

In de categorie ‘oplossingen voor problemen die er nooit geweest zijn’: het zelfdraaiende ijsje. Dit betreft een apparaat dat het ijs naar uw tong brengt in plaats van vice versa. U deponeert een flinke bol ijs (40) in het bakje (32, zet de machine aan en middels een elektrisch aangedreven tandwielsysteem begint het ijs te roteren. U hoeft alleen nog even de tong uit te steken en deze wordt vanaf dat moment volcontinu geprikkeld door elk volgend gedeelte van de ijsbol. Voor wie wel van ijsjes houdt maar al dat likken zo vervelend vindt. De uitvinder maakt in zijn patentaanvraag gewag van ‘enhanced licking action’: de mogelijkheid om met de tong ‘interessante vormen’ te maken in het ijsje. Maar dat ijs blijft natuurlijk nooit goed in het bakje zitten, zeker niet als je er met het puntje van je tong in gaat zitten priemen. En dan blijft er eigenlijk alleen maar een lawaaierig rondzoemendbakje over met een wat lullig meeslibbend klompje ijs.

import z