Scheiden is lijden

Het zuiden van Soedan beslist 9 januari over zijn onafhankelijkheid. Zal het noorden de tweedeling van het land accepteren? En kan de straatarme regio wel op eigen benen staan?

De aanblik van Renk, een stadje in het zuiden van Soedan, is de treurnis zelve. Er ligt niet één meter geasfalteerde weg, er is geen hotel en geen bioscoop. Zand waait door de straten, er scharrelen zwerfhonden rond en aan de stadsrand bivakkeren vluchtelingen uit Ethiopië.

De laatste weken is Renk nog een stukje treuriger geworden. Honderden inwoners hebben de plaats verlaten en duizenden zitten op ingepakte koffers te wachten. Niet ver van hier staan tanks paraat in de kazernes.

Het zijn spannende dagen in Soedan, in oppervlakte het grootste land van Afrika. Komende zondag, 9 januari, beslist het zuiden in een referendum of het zich wil afscheiden van het noorden. Internationale waarnemers, onder wie staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Ben Knapen (CDA), informeren zich over de voorbereidingen en het verloop. Als het zuiden onafhankelijk wordt – en daar ziet het naar uit – zal Renk een strategische plek worden, want de toekomstige grens loopt op slechts een half uur rijden van de stad.

Niet alleen Afrika zelf maar de hele wereld kijkt met angst en beven toe. Het lijkt erop dat president Omar al-Bashir, die in de westelijke regio Darfur al een bloedige oorlog uitvecht, zich niet zal verzetten tegen de afsplitsing, maar zeker is dit niet. En deskundigen vragen zich af of de opbrengsten uit olie, waaraan vooral het zuiden rijk is, voldoende zullen zijn om alle monden in de door honger geplaagde regio te voeden.

Vooral Peking en Washington tonen zich bezorgd. De Chinezen zijn een belangrijk afnemer van Soedanese olie en ook de Amerikanen staan niet te wachten op het zoveelste probleemland in Afrika. President Barack Obama heeft aan Al-Bashir beloofd om in ruil voor een vreedzame afscheiding zijn land te schrappen van de lijst van schurkenstaten, waarop het in de jaren negentig terechtkwam omdat het Al Qaida-leider Osama bin Laden onderdak had verschaft. Dit lijkt effect te sorteren, want vorige week sprak Al-Bashir in een toespraak milde woorden: “We zullen onze zuidelijke broeders hun beslissing niet ontzeggen.”


Een vredelievende oplossing zou voor Soedan ongekend zijn. Ruim veertig jaar lang voerden het islamitische noorden en het animistische en christelijke zuiden oorlog. De twee landsdelen werden in 1947 onder dwang samengevoegd en toen het land in 1956 onafhankelijk werd, begon een conflict dat aan meer dan twee miljoen mensen het leven zou kosten. Het zuiden, hoewel van nature rijk door olie, water en vruchtbare aarde, verviel tot de bedelstaf. Pas in 2005 sloten de strijdende partijen een akkoord.

De landelijke hoofdstad, Khartoem, heeft zich al die jaren nauwelijks bekommerd om het zuiden. Khartoem bloeide op, terwijl de zuidelijke hoofdstad, Juba, een stofnest bleef. Universiteiten, ziekenhuizen en geasfalteerde wegen vind je bijna alleen in het noorden.

“In het noorden hebben ze nooit gedacht dat het tot een referendum zou komen,” zegt Deng Mading (46), voormalig minister van een van de zuidelijke bondsstaten. Zes jaar vocht hij tegen de noorderlingen totdat een verwonding hem tot stoppen dwong. De oorlog heeft de aankomende elite van het zuiden aaneengesmeed, zegt hij. Mading kent ze allemaal, de officieren die klaar zijn om de toekomstige staat als bestuurder te leiden.

Delegaties uit Juba reizen de laatste tijd voortdurend naar Khartoem om de problemen rond de afsplitsing op te lossen. Hoe worden de olie-inkomsten verdeeld? Wie betaalt de enorme staatsschuld van zo’n 37 miljard dollar? En wat gebeurt er met de eveneens grondstofrijke regio Abyei, die precies op de grenslijn ligt en door zowel het noorden als het zuiden wordt opgeëist?

Er zijn ook talloze kleinere problemen, zoals de rechten van de nomaden die heen en weer trekken tussen noord en zuid, het grensverkeer tussen de twee staten en de stroomvoorziening van plaatsen als Renk, die tot dusver volledig van Khartoem afhankelijk zijn.


Er is inmiddels ook een enorme vluchtelingenstroom op gang gekomen. Honderdduizenden van de naar schatting twee miljoen Zuid-Soedanezen die in het noorden wonen, zullen terugkeren naar hun geboortegrond, ook omdat ze in het noorden niet meer welkom zullen zijn. Tegelijkertijd maken duizenden moslims uit het zuiden de omgekeerde tocht.

Wie de nieuwe staat gaat besturen, zal ook met een structurele oplossing voor de armoede moeten komen. Het zuiden kent de hoogste moedersterfte ter wereld en negen van de tien vrouwen zijn analfabeet. De helft van de inwoners verdient minder dan een dollar per dag. Buiten Juba is er niet één brug over de Nijl, die toch over een lengte van twaalfhonderd kilometer door Zuid-Soedan loopt. Voor 5,6 miljoen mensen is er maar één ziekenhuis dat die naam waardig is, in Juba. Behalve bier en drinkwater wordt er niets noemenswaardigs in Zuid-Soedan geproduceerd.

De beoogde president van de nieuwe zuidelijke staat, Salva Kiir (59), is een voormalige rebellenleider en vrijheidsstrijder. Hij heeft nauwelijks charisma maar is een slim tacticus en dat zou uiteindelijk de doorslag kunnen geven. Kiir heeft de voorbije maanden alle krijgsheren ingepalmd, vermoedelijk door ze invloed en een kabinetspost te beloven. Hij heeft verbazingwekkend mild getoonzette toespraken gehouden en ervoor gezorgd dat de SPLA, het zuidelijke leger, zich tijdens het referendum afzijdig houdt.

De olieruzie met het noorden heeft hij echter nog niet kunnen beëindigen, dus hierover zal na 9 januari vrijwel zeker een flinke strijd ontbranden. De boortorens staan in het zuiden maar de pijpleidingen lopen naar het noorden, naar de haven van Port Sudan. Tot dusver worden de opbrengsten fifty-fifty verdeeld tussen noord en zuid, maar omdat het zuiden over de meeste bronnen beschikt, eist het een groter percentage. Pagan Amum, secretaris-generaal van de regeringspartij in het zuiden en regionaal minister voor uitvoering van het vredesakkoord, zegt: “De huidige verdeelsleutel is niet acceptabel. Khartoem heeft ons onderdrukt en buitengesloten, en daaraan komt nu een einde.” Tot nu zijn de twee landsdelen nog met elkaar in gesprek, waarbij de voormalige Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki probeert te bemiddelen. Ze moeten wel, want ze zijn op elkaar aangewezen, maar een akkoord lijkt nog ver weg.


Een ander gevaar is dat de euforie onder het volk na de onafhankelijkheid snel omslaat in teleurstelling. Tienduizenden soldaten moeten bijvoorbeeld worden ontslagen zonder dat iemand over hun toekomst heeft nagedacht. Tegelijkertijd heeft het jonge land leraren, artsen en verpleegkundigen nodig, maar het is onbekend waar die vandaan moeten komen.

Minister Amum kijkt voorlopig alleen naar de onafhankelijkheid. “We streven die na in naam van al diegenen die hebben geleden. Wij willen een beter leven.”

Horand Knaup