Duurzaam luchtkasteel

In 2002 sloeg het begrip ‘cradle to cradle‘ in als een bom. Het radicale concept voor een wereld zonder afval vertaalde zich in hoopvol stemmende initiatieven. Maar nu? ‘Misschien was de term ‘revolutie’ achteraf wat te ambitieus.’

Misschien dat de mensen destijds ook niet meteen in de gaten hadden dat de Industriële Revolutie was begonnen. Dat er al een tijdje stoomtreinen reden en rook kwam uit de fabriekspijpen, voordat ze het verband zagen. Misschien moet je niet te dicht met je neus op revoluties zitten, moet de geschiedenis eerst voor de nodige afstand hebben gezorgd, voordat je ze herkent.

In de toekomst zeggen ze misschien dat cradle to cradle, de tweede Industriële Revolutie, begon in 2002. In dat jaar schreven een Duitse chemicus en een Amerikaanse architect het boek Cradle to Cradle – Remaking the Way We Make Things. In de vorige Industriële Revolutie zijn er dingen misgegaan, schreven ze. We hadden de wereld uitgeput en bedekt met een niet meer te verwerken berg afval. Dat ging veranderen, doordat we alles wat we maakten en gebruikten opnieuw gingen ontwerpen.

In de nieuwe wereld die Michael Braungart en William McDonough beschreven, bestond geen afval meer. Afval was voedsel geworden voor de natuur, voor nieuw leven. Hulpbronnen werden niet langer uitgeput, maar kwamen terecht in een eeuwigdurende kringloop, energie kwam van de zon en de wind. Fabrieken werden natuurparken, waar vogels floten en kinderen speelden. Niet langer zou de mens de wereld vertrappen met zijn footprint, hij liet geen sporen meer na. Hij zou lopen op lucht. Zweven.

Het was, in al zijn eenvoud, een ideale wereld die Braungart en McDonough beschreven, een aards paradijs van ‘eco-effectiviteit’.

Het concept van cradle to cradle ‘sloeg in als een bom’ in duurzame kringen, en ver daarbuiten. Industriëlen omarmden het idee van schadevrije productie en zorgeloos geld verdienen. De autofabriek van Ford in Amerika werd daadwerkelijk omgevormd tot de paradijselijke tuin die Braungart en McDonough voor ogen stond. Er werden T-shirts en ballpoints gemaakt die je tussen de struiken in de achtertuin kon laten composteren, en demontabele bureaustoelen voor verantwoord zitgenot. Er ging een wereld open, men sprak over vrachtwagens die de lucht zouden schoonrijden.

McDonough en Braungart vlogen de wereld over, ze spraken met wereldleiders, op congressen en conferenties, waar het gonsde van hoop en optimisme. De hemel was maakbaar, we hoefden hem alleen nog te ontwerpen. Doemdenken over het klimaat was niet meer nodig, de linnen tasjes van de milieubeweging konden op de composthoop van de geschiedenis, waaruit na twee eeuwen ellende eindelijk wat moois zou bloeien, een gelukkig huwelijk van people, planet en profit.

Vooral in Nederland sloeg de boodschap aan, na een indringende Tegenlicht-documentaire over cradle to cradle, oktober 2006. Veel mensen weten nog wat ze deden op de avond van uitzending. De meeste keken televisie. Een jaar later volgde een tweede documentaire, over de impact van de eerste. Er was ‘een revolutie gaande in Nederland’. Minister Cramer van Milieu zag ‘a torrent of positive energy’ en hoopte dat we over vijf jaar grote stappen zouden hebben gezet op weg naar ‘a kreddel to kreddel world’.

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Bert Nijmeijer