Een juweeltje met ‘fouten’

De Australiër Peter Weir mag worden gerekend tot de allerbeste filmmakers van de afgelopen decennia. Als regisseur van meesterwerken als Witness (1985), The Truman Show (1998), Dead Poets Society (1989) en Gallipoli (1981) geniet hij veel respect onder filmliefhebbers. Het is daarom jammer dat hij in de afgelopen twaalf jaar slechts twee films heeft weten te voltooien. In 2003 maakte hij voor het enorme budget van 150 miljoen dollar Master and Commander, een maritiem spektakel met Russell Crowe in de hoofdrol. De mondiale recette ging dat bedrag weliswaar te boven, maar vanuit boekhoudkundig perspectief was de 138 minuten durende film een fikse teleurstelling. Weir had het aangedurfd om niet van de ene actiescène naar de andere te jakkeren. Hij nam de tijd om zijn verhaal kleur en reliëf te geven met een weelde aan visuele en anekdotische details. Dat niet iedereen over het geduld beschikte om die verteltrant op waarde te schatten, nam de regisseur voor lief.

En dat doet hij nu ook weer met The Way Back, een visueel overweldigende film (ontleend aan echte gebeurtenissen) over een groepje van zeven gevangenen die anno 1940 uit een Siberisch strafkamp ontsnappen. De mannen ondernemen te voet een barre tocht die ze zuidwaarts naar Mongolië voert. Daar wacht hen een teleurstelling: Mongolië blijkt een communistische vazalstaat van de Sovjet-Unie. Als ze blijvend aan de lange arm van Stalin willen ontkomen zullen ze dus verder moeten trekken, de woestijn door en de Himalaya over – naar India.

Bij aanvang van de film wordt verteld dat drie mannen het einddoel van deze 6400 kilometer tocht hebben gehaald. De rest is onderweg bezweken. Vanuit commercieel perspectief maakt Weir hier dezelfde ‘fouten’ als in zijn vorige film. Met 133 minuten is de film andermaal aan de lange kant en een pragmatisch Hollywood-producent zou er zonder mankeren een half uur uit hebben geknipt. De momenten waarop Weir het gaspedaal intrapt dan wel loslaat staan ook op gespannen voet met de dogma’s van Hollywood. De eigenlijke ontsnapping uit het kamp (potentieel een sterk thriller-element) wordt bijna terloops getoond en belangrijke dramatische momenten zijn op tamelijk ingetogen wijze in beeld gebracht. De camera neemt daarentegen alle tijd om te laten zien hoe de mannen zich wapenen tegen vrieskou, hitte, regen, zandstormen, ongedierte en andere ontberingen. Dat maakt The Way Back tot een welhaast fysieke film. We zitten de personages heel dicht op de huid terwijl ze voortsjokken door toendra en woestijn. De acteerprestaties zijn voortreffelijk. Jonkies Jim Sturgess en Saoirse Ronan bieden mooi tegenwicht aan veteraan Ed Harris. En de ster in het ensemble – Colin Farrell – overtuigt als de enige crimineel in een gezelschap van politieke gevangenen. The Way Back onderscheidt zich van doorsnee Hollywood-amusement zoals een met zorg bereid diner verschilt van een kant-en-klare prak uit de magnetron. Anders gezegd: je moet er écht voor gaan zitten. Wie de bereidheid opbrengt mee te gaan in het ritme wordt deelgenoot van een aangrijpende en fascinerende reis.


The Way Back. Regie: Peter Weir. Vanaf 13 januari in de bioscoop.

Erik Spaans