‘Psychiatrie is negentig procent intuïtie’

Jules Tielens (1960), ‘straatpsychiater’, grootheid in de dak- en thuislozenwereld en schrijver van het boek Bemoeizorg, won dit jaar Ereprijs van het Fonds Psychische Gezondheid voor zijn werk met mensen met psychotische stoornissen.

‘Schat,’ zei ze, ‘voordat we gaan eten: ik heb iets dat ik kwijt wil. Ik heb al een jaar een ander en ik ga bij je weg.’ Dat was de vrouw met wie ik tien jaar samen was. Je hebt weleens een relatie dat je denkt: wat een getob is dit eigenlijk allemaal, maar in dit geval was ik reuze tevreden. Ik dacht: je bent goed bezig, man. Dit was écht pootje haken. Hop, en je ligt op je bek. Het ging om een knaap die als ontwerper werkte bij Citroën in Parijs. Geen idéé gehad. Totaal onverwacht. Het hele voorgaande jaar had de schets van de nieuwe Citroën Xsara nog boven het huwelijksbed gehangen. Ik heb nog twee weken mijn verbazing geuit en toen zei ik: ‘Flikker maar op, ik hoef je nooit meer te zien.’ En dat heb ik zo gehouden; nooit meer gesproken. Het huis werd verkocht. Kom je binnen, zijn al haar spullen weg en de rest zit in dozen. Dat is wel even hyperventileren.

Ik ben er dankbaar voor nu. Mijn broer heeft zelfmoord gepleegd. Ik had een paar jaar voor die scheiding een depressie gehad. Als ik met haar oud was geworden, was het waarschijnlijk helemaal niets geworden. Ik was altijd een beetje punk geweest, rebels, en in die tien jaar heb ik me ertoe laten verleiden een soort corpsbal te worden. Ik had mezelf verloren; niet meer zo moeilijk doen, beetje aanpassen, het grote volwassen leven, een huis, een baan. En nee, we hadden nooit ruzie, wíj waren ideaal. Er moeten dan toch wel wat alarmbellen gaan rinkelen, maar op de een of andere manier denk je dat jij de uitzondering bent. Ik was echt aan het inslapen. Ik heb nooit zo veel gejankt als in die tijd na die scheiding, maar ook nooit zo intens geleefd. Je wordt heel snel weer veel opener voor dingen. De akker wordt rigoureus omgeploegd en dan dus weer vruchtbaar. De pijn en het lijden hebben nut gehad. Ja ik weet het, het kan zo in de Libelle, maar het is wel waar.


Belangrijke momenten in je leven moet je markeren, dus ik ben richting India gegaan: rugzak, open ticket en een blanco verleden, want daar was net tien jaar uit gesneden. Ik dacht: ik ga mijn leven anders doen. In Tibet kwam ik in een vijfhonderd jaar oud klooster terecht, midden in de Himalaya. Paspoort inleveren. Ja ja, je wilt dit doen, oké, maar er halverwege uitstappen is geen optie. Tien dagen lang niet praten, tien uur per dag mediteren in stilte. Doe het maar eens. Pijn in je rug van het rechtop zitten en dan slapen op een matje van twee centimeter dik met snurkende Indiërs om je heen. Vreselijk, man. In het begin ontstaat er heel veel verzet: ja, kom op zeg, wat dóe ik hier, ik heb wel wat beters te doen. Maar uiteindelijk was het mind-blowing. Toen ik eruit kwam, was ik heel kalm. Ik voelde me zo licht, zo losgekomen van de dingen. En dat heb ik vast kunnen houden. Sindsdien doe ik niks meer wat ik niet leuk vind. Ook niet meer de ene kick na de andere; haal ik er wel uit wat er in zit voor ik 65 ben? Nee, meegaan met de grote beweging; als je uitgaat van hoe je in elkaar gezet bent ga je optimaal draaien en als je goed oplet merk je het meteen als je daarvan afwijkt. Niet rationeel duwen en trekken, maar vertrouwen op je intuïtie. Dat is bewustzijn.

Word je daar een goede psychiater van? Ik ben intellectueel opgevoed. Nadenken, alles analyseren, maar daar heb je niet zo veel aan in dit vak. Het aanvoelen, de intuïtie is negentig procent van het werk. Iemand met een psychose is als een fles die in scherven ligt. Je kan meneer de dokter gaan spelen en het heel precies weer aan elkaar proberen te plakken, maar dan heb je nog die fles niet terug. Het is beter om samen te zoeken naar een richting, een doel, een andere functie voor de scherven, en dan moet je toch ergens een bron vinden waar je uit kan putten. Als psychiater van het team voor psychotische dak- en thuislozen nam ik ook graag mensen aan die een scheiding of een verslaving of iets hadden doorgemaakt. Ik heb lang bij het soort mensen gehoord dat geen flikker heeft meegemaakt, en echt, je staat toch tien-nul voor als je een beetje weet wat er te koop is in de wereld. Je gaat het pas zien als je het door hebt.”


Volgende keer: Joyce Mercedes

Gijs De Swarte