Voor altijd samen?

Naties zijn geen onwrikbaar gegeven, ook de Nederlandse niet.

U hebt het misschien nog niet door, maar in de Benelux is op dit moment een interessant dubbelexperiment aan de gang.

In Den Haag zit een regering die zich voortdurend om de eigen daadkracht op de borst roffelt. Alles moet anders en wordt dus grondig gereorganiseerd: wat centraal was, wordt voortaan decentraal, wat decentraal was juist centraal – dus precies zoals het tot voor tien of twintig jaar geleden was, toen men dolenthousiast het omgekeerde ging doen. Doel is te kijken hoever je met zulke daadkracht daadwerkelijk komt.

In Brussel proberen ze daarentegen uit hoever je als land zónder regering kunt komen. En het moet gezegd: België is nog steeds niet totaal verlamd. Evenmin is het op de wereldwelvaartsranglijst van de tiende naar de honderdtiende plaats gekukeld. Kennelijk kan België het equivalent van Rutte best een tijdje missen.

De vraag is: hoelang? Is het uitblijven van tot ‘hoogstnoodzakelijk’ verklaarde reorganisaties en bezuinigingen (België) ernstiger dan het doorvoeren ervan (Nederland)? Is niet beslissen erger dan voortdurend beslissen?

Met dat eerste kun je eigenlijk verrassend lang voort. Maar uiteindelijk gaat het toch wringen, en dan wreekt zich de reden van de stagnerende kabinetsformatie: de Belgen vormen geen natie. De Vlamingen zijn niet langer bereid om (financiële) verantwoordelijkheid voor het lot van de Walen te nemen, en dus offers te brengen. Elke wens van de laatsten stuit op een njet van de eersten. Als dat zo blijft, valt België onherroepelijk uit elkaar – als de partijen het tenminste dan dáárover eens kunnen worden, en over het staatkundige lot van Brussel bovenal.


Naties zijn namelijk geen onwrikbaar gegeven; ook de Nederlandse niet, zoals Máxima tot Wilders’ opwinding constateerde. Wat houdt een land bijeen? Dat is een gevoel van lotsverbondenheid, verwantschap en onderlinge solidariteit, dat in België dus steeds minder bestaat. Maar is dat gevoel in Nederland voor altijd boven alle twijfel verheven? Ook Nederland is ooit ontstaan als een toevallig samenraapsel van gewesten, dat zich vooral door een gemeenschappelijke vijand verbonden voelde – heel veel dank dus aan Philips II. Het Limburg van über-Nederlander Wilders kwam er pas veel later bij.

Daarnaast was de religieuze verdeeldheid zo groot, dat tot ver in de vorige eeuw niet over het Nederlandse volk, maar over de volksdélen werd gesproken, die elke cruciale gebeurtenis uit het verleden anders waardeerden. De Tweede Wereldoorlog vormde pas de eerste historische ervaring die (tenminste in retrospectief) gemeenschappelijk werd beleefd. Die periode is daarmee tot maatstaf voor Goed en Kwaad geworden – wat, tot in de brievenrubrieken aan toe, de publieke overgevoeligheid verklaart indien zelfs maar een bescheiden parallel met het heden wordt gesuggeréérd.

Maar ook dat Nederlandse natiegevoel staat steeds meer onder druk: door de uniformerende Europese eenwording, door westerse en niet-westerse immigratie, door het neoliberale profijtbeginsel van ieder-voor-zich, en door toenemende maatschappelijke polarisatie: bij voortgaande verwilderisering is er voor verlichte joden als Job Cohen en Clairy Polak straks niet langer plaats.

Ik voel daarom weinig nationale lotsverbondenheid met PVV-partijpropagandachef Martin Bosma (het omgekeerde geldt vast ook). Die term zal vast weer tot grote opwinding leiden, maar daarmee betaal ik slechts met gelijke munt terug: Bosma betitelt zijn tegenstanders immers steevast als doelbewuste wegbereiders van Islamistan. Maar u weet dat in dit land rechts alles mag zeggen, want dat heet vrijheid van meningsuiting. Als links dat doet, heet het demonisering.


Waar het om gaat: het is lang geleden dat ik trots kon zijn op Nederland en als de huidige verwording doorzet, zal dat voor mij – en vele linkse kiezers met mij – alleen maar sterker worden. Dat zet uiteindelijk ook het collectieve natiebesef onder druk.

Anders dan in België is zo’n politieke breuklijn hier niet zo makkelijk in een geografische te vertalen, want dat zou resulteren in een gigantische Baarle-Nassau-achtige lappendeken. Maar Wilders doet met zijn anti-Randstadsentiment wel erg zijn best. En De Telegraaf foeterde na politiecommissaris Weltens opmerkingen over het niet handhaven van het boerkaverbod dat de rode hoofdstad zijn plaats moest kennen.

Kijk: er kan dan natuurlijk een moment komen waarop wij in Amsterdam, dat door veel Henken-zonder-Ingrid vooral tijdens vrijgezellenbraspartijen wordt geterroriseerd, niet eens meer de hoofdstad van dit land wíllen zijn. Om het in Vlaams-Waalse termen te gieten: financieel teert Venlo eerder op Amsterdam dan andersom.

Thomas von der Dunk