10 zachte vingers

Wie liefde nodig heeft – en wie heeft dat niet? – kan het hart laten verwarmen op Buitenplaats Reijgersbroeck. Langs de Weespertrekvaart herleven de tijden van het continent Mu. Maar: ‘Ik mik niet op een geitenwollensokkendoelgroep.’

Dat tientje in de Oudejaarsloterij was de druppel.

“Gefeliciteerd met uw prijs!” schreven die boeven ook nog.

En dat terwijl ze me 27,5 miljoen euro in het vooruitzicht hadden gesteld.

Dus je laat automatisch dertig euro van je bankrekening afschrijven, krijgt er een paar weken later tien teruggestort en daar word je dan mee gefeliciteerd!

Mijn bloed kroop weg.

Tel daar een kop vol snot bij op, onder een grauwgrijs wolkendek met lekkageverschijnselen, en het moge duidelijk zijn dat ik 2011 al haatte voor het goed en wel was begonnen. Het chagrijn walmde m’n poriën uit en door mijn aderen stroomde azijn. Zelfs tussen de oren was ik aan het verzuren. Ik walgde van alles en iedereen – en van mezelf misschien nog wel het meest. Ik had heel dringend liefde nodig, luidde mijn zelfdiagnose.

Maar waar haal je die zo één, twee, drie vandaan?

Bij Mariëtte Sinninghe Damsté, las ik in de krant.

Bij Mariëtte, eigenares van een spiritueel wellnesscentrum met de naam Buitenplaats Reijgersbroeck, kon je een doosje met liefde bestellen. En dat doosje werd dan, bij wijze van cadeautje, opgestuurd naar een door jou te bepalen adres. Weer ’s wat anders dan een bioscoopbon. Maar om zoiets nou naar jezelf te sturen… Dan kun je net zo goed honderd euro op je bankrekening storten met de toevoeging ‘Gefeliciteerd met uw prijs!’

Het leek me derhalve zinvoller om eens bij Mariëtte langs te gaan. De blondine, zag ik op internet, resideert in een monumentale, uit 1890 stammende boerderij aan de rand van Amsterdam. De plek zelf was in 1734 aangekocht door Lieve Geelvinck, een verre voorganger van Eberhard van der Laan. De toenmalige burgemeester Geelvinck gold als een fervent jager op reigers, vandaar de naam die hij het terrein gaf. Van Geelvinck is voorts bekend dat hij de vogels na het afschieten met zeer veel genoegen oppeuzelde. Curieus, hoe smaak door de eeuwen heen verandert.


Mariëtte jaagt niet op reigers. Mariëtte jaagt helemaal nergens op. Mariëtte neemt niet, Mariëtte geeft alleen maar. Op haar website omschrijft ze Buitenplaats Reijgersbroeck als ‘een hart-verwarmend rustpunt onder de rook van Amsterdam’ (let op het zorgvuldig geplaatste koppelstreepje) en ‘een vertrekpunt voor het pad naar binnen, de enige reis die écht de moeite waard is’. Verderop wordt ze iets cryptischer (“Een sessie op Reijgersbroeck gaat over eenvoud: aanraken en geraakt worden.Een aanraking vanuit een open hart, een aanraking die je uitnodigt om volledig aanwezig te zijn bij dat wat is”), maar het slotakkoord laat aan duidelijkheid niets te wensen over. “Met tien zachte vingers raak ik je – aan.”

Die tien zachte vingers omklemden voorlopig eerst een kop sterk geurende Indiase kruidenthee. Mariëtte zat tegenover me op een met dierenhuiden bekleed bed en lachte me vriendelijk toe. Haar knieën, verscholen in een harembroek, wezen richting plafond, terwijl haar tenen mijn kant op keken. Het was stil in het statige pand. Slechts heel in de verte klonken hemelse harpklanken, waarvan ik eigenlijk niet zeker wist of ze uit een geluidsinstallatie kwamen of uit mezelf. Ik was nog geen tien minuten binnen en Mariëtte had me al helemaal ingepakt. Met schoonheid, zowel die van haarzelf als die van de omgeving, en met rust, de serene repen stilte waarmee ik laag voor laag werd omwikkeld. Elders in het gebouw zouden nog medewerksters van haar moeten zijn, maar hun aanwezigheid was met geen mogelijkheid waar te nemen. Laat staan dat ik wist of het Chantal was (“Mijn aanrakingen zijn zacht en verfijnd, ze verwelkomen alles wat in jou aanwezig is”) of Mona (“Ik nodig je uit om je te openen voor wat zich aandient”). Of misschien wel de mysterieuze Regina (“Ik voel en luister met mijn handen naar het verhaal van het lichaam”). Voor de mooiste omschrijving van wat zich binnen de eeuwenoude muren van Buitenplaats Reijgersbroeck afspeelt tekende overigens de Chinees/Nederlandse schrijfster Pay-Uun Hiu. “Deze vingers,” schreef ze naar aanleiding van een aan den lijve ondervonden holistische massage, “zoeken niet naar de knopen in je vlees, maar naar de knopen in je ziel.”


Mariëtte en ik zaten in de zogeheten Groene Kamer. Dat wist ik, omdat het op de deur stond geschreven. Binnen leek die kleur geenszins te overheersen. Maar het kon ook dat ik het niet goed zag, want de gordijnen waren dicht. Dat zijn ze altijd op Buitenplaats Reijgersbroeck, vertelde Mariëtte me. Had te maken met het waarborgen van de intimiteit. Naast de Groene Kamer zou er sprake zijn van een Roze Kamer en een Paarse Kamer. Dat voerde terug naar de legende van het continent Mu, een beschaving waarin healing een grote rol speelde. De helende sessies aldaar vonden plaats in speciale tempels waar werd gewerkt met de vibraties van kleur, geluid, kristallen en huid-op-huid-contact. Mariëtte wil de tijden van het continent Mu graag laten herleven, hier langs de Weespertrekvaart. Vandaar dat de kamers in Buitenplaats Reijgersbroeck voluit tempelkamers heten.

“Wat ik met Reijgersbroeck voor ogen heb?” herhaalde ze mijn gruwelijk obligate openingsvraag. “Ik wil liefde geven. Want iedereen is daarnaar op zoek. En liefde geven ervaar ik als iets heel basaals. Door middel van liefdevolle aanraking wil ik dat de mensen weer liefde voor zichzélf gaan voelen. Nee, ik zie dat niet als iets idealistisch van mezelf, want webali parofghu tufpoilka demetewvetek….”

Hier kon ik mijn aantekeningen niet meer lezen. Het was nogal donker in de Groene Kamer.

“Ik krijg hier veel tweeverdieners,” vervolgde Mariëtte, nadat ik iets anders was gaan zitten. “Mensen die geslaagd zijn in het aardse leven, maar toch nog iets missen.” Feller: “Ik mik niet op een geitewollensokkendoelgroep. Daarom zitten we nu ook niet in een kille ruimte met een IKEA-kast. Ik vind dat je je best mag onderdompelen in schoonheid en rijkdom. Échte geitewollensokken verafschuwen materie, vinden dat maar onzin.” Blazend in mijn kruidenthee staarde ik even naar Mariëttes prachtige voeten. Het zou inderdaad een doodzonde zijn om die in grofharig grijs te verpakken.


Ze liet me een langwerpig stukje plexiglas zien. Althans, mijn lekenoog associeerde het met die dingen die Doe Maar-meisjes medio jaren tachtig in hun oren hingen. Maar het was helemaal geen stukje plexiglas, het was een kristal. En dat zou straks kunnen worden opgeladen met de energie van de liefdessessie, zodat ik die overal mee naartoe zou kunnen nemen. “Kristal heeft een geheugen,” doceerde Mariëtte, nog steeds bevallig balancerend op het futonmatras. “Water trouwens ook.” Ze vertelde over de Japanner Masaru Emoto, die ooit een baanbrekend experiment had uitgevoerd. Hij fotografeerde waterkristallen die waren blootgesteld aan hardrock én waterkristallen waarop de zoetgevooisde klanken van Mozart waren afgevuurd. De hardrockkristallen bleken na de luisterbeurt aanzienlijk grilliger van vorm dan de kristallen die met Wolfgang Amadeus te maken hadden gekregen. Er schoot me meteen een heerlijk ontregelend vervolgonderzoek te binnen. Je zou zo’n bak water eigenlijk eens het live-album van Venom, een van de hardste black metal bands aller tijden, moeten laten horen. Want die plaat heet Eine kleine Nacht-musik…

En of ik me toen maar even helemaal wilde uitkleden. “Leg dat kladblokje maar op de schouw,” zei Mariëtte vervolgens, terwijl ik in geboortekostuum tegenover haar stond, “want als je aantekeningen gaat maken, verstoor je de balans.” Mijn pen legde ik er braaf bovenop, want waar had ik die anders moeten laten? Nou ja, de vraag stellen was hem beantwoorden natuurlijk. Dan toch maar liever op de schoorsteenmantel.

Terwijl ik op mijn buik lag te wachten op de dingen die gingen komen, pakte Mariëtte een pot warme amandelolie waarmee ze bepaald scheutig omsprong. In een mum van tijd voelde ik me een baklava, zo’n stuk Turks gebak waar de honing aan alle kanten vanaf druipt. Mariëttes tien zachte vingers, waarover ze geen woord had gelogen, verdeelden het weldadige spul gelijkmatig over mijn gehele achterkant. Af en toe gebruikte ze slechts twee vingers van elke hand, waardoor het leek alsof mijn rug het speelterrein was geworden van twee schaatsenrijdende kaboutertjes die zwijgend hun pirouetjes maakten.


En toen pakte ze m’n hoofd vast en begon ze aan een activiteit die zich slechts met het damesbladenwoord ‘kroelen’ laat omschrijven. Hier ging Mariëtte de aangekondigde grens over en werd masseren liefkozen en beminnen. Binnen een nanoseconde besloot ik mij daar niet tegen te verzetten.

Drie kwartier ging dat zo door. Daarna werd uw aal- en aalgladde scribent verzocht zich om te draaien, voor het wat meer confronterende tweede deel van de sessie. Mariëttes tien zachte vingers waren geen tel op dezelfde plek en het kostte me de allergrootste moeite de aangeboden liefde niet à la minute te beantwoorden. Terwijl je als voetbalverslaggever wél een bal terugschopt als die jouw kant op wordt geschoten, maalde het door mijn hoofd. Maar dat was meer ter rechtvaardiging van mijn basale gedachten.

En hé, daar waren vijf van de tien zachte vingers ineens op de plek waar, eh, de kleermaker zijn meetlint plaatst als hij de lengte van de broekspijp wil bepalen.

Even daarvoor had Mariëtte me gewaarschuwd. “Het kán zijn dat je zometeen een erectie krijgt. Maar dat moet je dan maar loslaten.”

Dat vond ik een rare toevoeging. Ik moest aan Oud & Nieuw denken.

“Ik zal een erectie zeker níet zien als een uitnodiging!” had ze ook nog gezegd, en de koele manier waarop ze die woorden de Groene Kamer in katapulteerde zorgde er mede voor dat we zonder ongelukken de sessie beëindigden.

Waarna het tijd was voor de evaluatie. Of het me duidelijk was geworden dat het voor mij slechts een kwestie van ontvangen was – en niet van geven. Ja, dat had ik begrepen. Wat dat betreft was het precies het tegenovergestelde van de Staatsloterij. Op haar beurt gaf Mariëtte toe dat het ‘heel begrijpelijk’ was dat haar stortvloed aan liefkozingen als het ware schreeuwde om een reactie. “Het is heel intiem natuurlijk, en ik snap best dat er op een gegeven moment behoefte is aan verbinding…”


Zó netjes had ik het nog nooit iemand horen verwoorden.

“…en ik ben me er ook van bewust dat ik verwarring in de hand werk. We realiseren ons niet altijd hoe bijzonder het is dat mensen in een warm bad vol liefde ontvangen worden door vrouwen die hun hart openstellen. Die onbevooroordeeld naar je luisteren en je dan ook nog eens liefdevol aanraken. Maar pas als die verwarring er is, kun je de ontwarring uitnodigen. Kun je de mensen laten zien dat de liefde en warmte die ze ervaren hun eígen liefde is. Wij spiegelen dus alleen maar. Want weet je: iets wat je zelf niet in huis hebt, kun je ook niet herkennen in een ander! Ik heb dus de liefde in jouzélf wakker gemaakt, meer niet.”

Of ik, ter verhoging van de feestvreugde, misschien ook nog even een sjamanistische krachtdierenkaart wilde trekken. Dan kon duidelijk worden welk beest er diep in mijn binnenste huist. Zonder nadenken toverde ik de afbeelding van de bergleeuw tevoorschijn, en dat vond Mariëtte vreemd. “Want zoals ik jou net heb gevoeld, ben je meer een das.

” Een das, legde ze uit, staat voor een bepaalde agressiviteit en de aangeboren drang om cote que cote doelen te willen bereiken. Die informatie had ze tijdens het strelen en minnekozen via haar ‘derde oog’ binnengekregen. Om de harmonieuze sfeer niet te doorbreken, besloot ik haar niet de basale vraag te stellen waar dat derde oog zich bevindt.

“Qua kleuren heb ik trouwens veel paars bij je gezien,” zei ze ook nog. Thuis heb ik meer dan negentig cd’s van Deep Purple, dus dat vond ik dan wel weer sterk.


“Wil je me de tekst van tevoren nog even toesturen?” vroeg Mariëtte terwijl ze me vriendelijk glimlachend uitgeleide deed.

“Met alle liefde,” antwoordde ik.

Een week later won ik in de reguliere Staatsloterij veertig euro. Het herstel was ingezet.

www.reijgersbroeck.nl

Michiel Blijboom