‘Deze business is een riool’

Joyce Mercedes (1973) draait overal ter wereld en is een van de meest succesvolle vrouwelijke Nederlandse dj’s. Binnenkort komt haar eerste vocale single uit, Give It Up, gemaakt met de beroemde Ierse producer Gerry Owens. door Gijs De Swarte, foto Jan van Breda

‘The music business is a cruel and shallow money trench, a long plastic hallway where thieves and pimps run free, and good men die like dogs…’ staat er op mijn website, en met een reden.

Hoe kom je hier terecht? Je komt uit Nijmegen en je gaat economie studeren. Je krijgt een vriendje in Amsterdam, gaat dansen in de toenmalige discotheek IT en leert mensen kennen die dansers regelen voor clubs in Duitsland en Zwitserland. Ik leer een voetballer kennen en beland mede via hem in de meidengroep Centerfold, totdat die uit elkaar valt. De dans- en de dj-scene liggen vlakbij elkaar, dus ga je wat draaien op aftertjes voor de lol. Een vriendje opent een restaurant op Ibiza, daar ga je draaien. Miami volgt, een afterparty in een of andere dikke mansion, en nog een, en nog een. En dan denk je: ik ga het maar eens serieus aanpakken. Dus ik volg een opleiding, schrijf een marketingplan, breid mijn netwerk uit. En dan volgen grotere klussen; vaste dj in de Supperclub in Amsterdam, de clubs Ministry of Sound in Taipei en Shanghai, de club Space op Ibiza. Opeens zit je midden in de wereld van limousines en sterrenhotels. Je staat in de mannenbladen: FHM, Maxim, Playboy. Maar… er zit ook een heel andere kant aan.

Je bent een meisje met een droom en die wil je vervullen. Je wil een wereldhit en daar knok je voor, maar je weet de weg niet en dus kom je in een labyrint terecht. Wat ik doe, heeft vaak een erotische ondertoon. De set die ik speel, mijn presentatie op het podium. Dan zie je dat promotors je in je hotelkamer proberen te zoenen, of ze komen aan met een kletsverhaaltje: ‘Ik kom het geld wel even naar je kamer brengen.’ Ik herinner me een producer in Los Angeles, een grote jongen in onze business. Tijdens een telefoongesprek zegt hij opeens tegen me: ‘Ik heb een hele grote duim.’


‘Huh, wat?’

‘Ik heb een grote duim voor je en ik ken iedereen in dit vak. Als ik goed ben voor jou moet jij goed zijn voor mij. Je bent toch in Amsterdam?’

‘Ja, hoezo?’

‘Zullen we dan afspreken in Londen? Ik regel wel een kamer.’

Of ik sta in mijn eentje op een berg in Griekenland na een show. Ik heb geen vervoer naar het vliegveld en ben maar ten dele betaald. ‘Echt, we gaan alles voor je doen,’ zeiden ze. Ze zouden een vijfsterrenhotel voor je regelen maar dat blijkt een afgetrapte bende, en dan moet je na een zware dag ook nog strijd gaan voeren. Of die keer in Wit-Rusland, vlakbij Minsk. ‘We halen je op met een limo,’ hadden ze beloofd. Maar die limo blijkt een ouwe Lada en – echt waar – elf uur later is het nog steeds ‘maar een klein stukje rijden’. Ondertussen is er nergens een huis te bekennen, alleen maar bomen, sneeuw en nog eens sneeuw.

Misschien is het een open deur, maar het uitgaansleven is een peilloos diepe schacht van emotionele behoeftigheid. Iedereen zoekt er juist datgene wat er niet is. Ik durf te beweren dat er niemand er ooit iets heeft gevoerd dat in de verste verte op een goed gesprek lijkt. Als je succes wil hebben in die business, moet je harde en pijnlijke lessen leren, die je karakter veranderen. En dan is er ook nog de coke. Het is niet normaal dat een promotor je opwacht met een berg wit poeder. Maar, en dat is het dodelijke, na een tijdje ga je denken van wel. Ik was er heel erg op tegen maar iedereen gebruikt het, ook in Nederland. Ik heb dat nu achter me gelaten, maar zie er eerst maar eens van af te komen. Op een goed moment kom je aan op Schiphol en realiseer je je dat je te weinig tijd hebt gehad voor een sociaal leven en al helemaal geen gezinsleven hebt opgebouwd. Dus hoe verder? Dan zoek je naar de kern van je ziel en daar vind je muziek… En muziek is geluk.”

import als ik eerlijk ben