Gebed zonder einde

Papier is geduldig, maar op de realiteit ginds hebben we geen vat.

Het is voor een democratie makkelijker met weinig fatsoen een oorlog te beginnen, dan om hem met goed fatsoen te beëindigen. Dat illustreert niet alleen Irak, maar ook Afghanistan: er komt geen einde aan, omdat het verloop van een oorlog ver weg zich door gebrek aan medewerking van de tegenstander niet houdt aan de eigen planning en de vierjaarlijkse verkiezingscyclus thuis.

We zagen de afgelopen dagen weer een hele stoet aan deskundigen pro en contra nieuwe Nederlandse deelname voorbijtrekken (voortzetting volgt). De tegenstanders wisten erg veel over Afghanistan. De voorstanders erg veel over Amerika.

In hun argumentatie gaat het inmiddels zodoende nauwelijks meer om de vestiging van rechtsstaat en democratie die in 2005 de officiële reden voor onze overkomst hadden gevormd. En ik voorspel u: ook de komende dagen zullen we voor het verkrijgen van een ruime parlementaire meerderheid uit hun mond veel behartigenswaardigs vernemen over een cruciale test voor de NAVO, bondgenootschappelijke verplichtingen, de nieuwe ‘strategie’ van Obama, de internationale positie van Nederland, onze jongens die steun verdienen en soldaten die anders voor niets gesneuveld zijn. Kortom, om het in sporttermen te zeggen: meedoen is belangrijker dan winnen.

Eén vraag zal namelijk angstvallig worden gemeden: die naar het realiteitsgehalte van die zoveelste nieuwe oorlogsstrategie als het gaat om de duurzame effectiviteit ervan in Afghanistan zélf. Toch lijkt het me niet helemaal onbelangrijk of die ook slaagt. Zeker nu de strijd al bijna tien jaar voortzeurt, en die nieuwe strategie tegelijk als exitstrategie wordt gepresenteerd om het langzaamaan ongelovige thuisfront te apaiseren: nog even volhouden, en dan hebben we ginds bij ons nu toch écht aanstaande vertrek een stabiele staat die een beetje lijkt op het paradijs.


Kenners van de situatie ter plekke oordelen daarentegen tamelijk unisono negatief. Enige blijvende vooruitgang, die ook na het westerse vertrek zal standhouden, is in die tien jaar niet geboekt. Het door-en-door corrupte bewind van Karzai wordt, mede vanwege de gewelddadige ex-krijgsheren waarop het steunt, door de Afghanen zelf gehaat – koren op de propagandamolen van de Taliban. Nog meer koren: de NAVO wordt gezien als een anti-islamitische bezettingsmacht met cultuurimperialistische doeleinden van een omvang waarbij de Arabische bemoeienis met Deense Mohammed-cartoons verbleekt. En tenslotte is er Pakistan. Islamabad krijgt miljarden van Washington om de Taliban te bestrijden, maar steunt die ondershands.

Zelf zal ik me niet snel als Afghanistan-deskundige betitelen, maar het essentiële verschil met veel Amerika-deskundige voorstanders is dat ik wél naar hen luister, terwijl ze – zolang ze om allerlei binnenlandspolitieke redenen nog niet in Washington worden gehoord – ook door die Nederlandse voorstanders worden genegeerd. Dat is de fameuze automatische Atlantische piloot die, zoals een Amerikaans WikiLeaks-bericht vanuit Den Haag het formuleerde, bij Verhagen zo ver gaat dat hij altijd streeft ‘naar versterking van de bilaterale relaties met de VS, zo nodig zelfs ten koste van Europa’.

Daarom komt de openlijke geloofsafval van de PvdA (‘de hele NAVO-strategie is op wensdenken gebaseerd’) zo hard aan. Cohen is immers de eerste potentiële regeringsleider die openlijk zegt wat, zoals we dankzij WikiLeaks uit de mond van Van Rompuy weten, de hele Europese Unie feitelijk allang denkt: de Amerikaanse keizer heeft in Afghanistan geen kleren aan. De Washington-consensus van een snelle overwinning heeft niets met de interne Afghaanse en alles met de interne Amerikaanse verhoudingen te maken. Om de ene helft van zijn kiezers te behouden moet Obama snel weg, om de andere te behouden moet hij eerst winnen. Dus roept hij dat hij dat doet.


VVD en CDA waren er als de kippen bij om het PvdA-nee als ‘onverantwoord’ te betitelen: een paniekerige poging tot intimidatie door politici die zelf nooit tegen Washington nee durven zeggen en zich met een kamerbrede meerderheid tegen de gevolgen van mislukking willen indekken, opdat zij – wanneer de oppositie ná zo’n mislukking hun hoofd zou eisen – kunnen zeggen: ‘U heeft er toch ook zelf mee ingestemd?’

Daarom zal nu alles worden gedaan om tenminste D66, GroenLinks en de ChristenUnie voor de politieopleidingsmissie te paaien. Staat Jolande Sap op meer aandacht daarin voor vrouwenrechten, dan staat dat meteen op coalitiepapier. Wil André Rouvoet meer aandacht voor vervolgde christenen? Geen probleem. Papier is immers geduldig – op de realiteit ginds hebben we toch geen vat. Het is dat de PVV al bij voorbaat is afgehaakt, want anders ging er vast ook nog wat kersverse caviapolitie mee om Afghaanse agenten te leren hoe ritueel slachten te verbaliseren. >

Thomas van der Dunk