Honderd dagen

De eerste honderd dagen zijn cruciaal als je aan iets nieuws begint. Mark Rutte heeft in deze periode nergens last van gehad. Zijn politieke ADHD-stijl is goed gerecenseerd en alles zat mee. Geheel anders verging het de oppositie. Hun honderd dagen waren vreselijk. Desondanks werd op dag 95 het eerste oppositionele tijdvak feestelijk afgesloten binnen de veilige grenzen van de Amsterdamse grachten. Eenfundamentele politieke gedragsverandering werd daar nog niet zichtbaar. De genadeklap van de oppositie hoeft het kabinet voorlopig dus nog niet te vrezen. Linkse samenwerking: de discussie speelde al toen een column nog op een schrijfmachine werd getikt. Het is alsof vroeger nooit ophoudt. Als het zover is, is het electoraat er waarschijnlijk vandoor. Grote aarzelaar is trouwens D66. Boris van der Ham was naar de linkse manifestatie gestuurd, zo zei hij zelf, als ‘waarnemer’. Emile Roemer vroeg zich af of de OVSE ook waarnemers had gestuurd.

Het gaat oppositioneel zo moeizaam omdat het doel niet helder is. Het probleem voor links begon al tijdens de kabinetsformatie. Zelfs binnen het eigen PvdA-formatieteam was onenigheid over de koers. Er was kritiek op de leider. Mij werd toen al verteld dat Job Cohen onderhandelde alsof het ging over het nemen van besluiten in een college van burgemeester en wethouders. “Zo doe je dat niet; politiek is keihard, en zo speelt Job het niet.” Het liep sowieso niet soepel in dat team. Ronald Plasterk had zich inmiddels opgeworpen als financieel specialist, een kwaliteit van hem die bij veel PvdA’ers onbekend was. Het team werd ook steeds groter: wie erin zat, dacht dat kans op een kabinetszetel binnen handbereik lag. En GroenLinks dacht op zijn beurt ‘regeergeschikt’ te worden door te pleiten voor een Afghanistanmissie.

Dat resulteerde in een boemerangeffect. Afghanistan ligt GroenLinks nu zwaar op de maag. Cohen heeft onlangs intern toegegeven dat het, mede door hem, niet goed gaat. Maar tijdens een nieuwjaarsborrel liet hij weten alle vertrouwen in de toekomst te hebben ‘omdat het slechter niet kan gaan’. Emile Roemer adviseerde Cohen zich niets van alle kritiek aan te trekken. Elke politicus krijgt immers ooit een beurt. Toch is het naar als je een verkiezingscampagne start en De Telegraaf je daags erna groot afbeeldt in een Achterwerk in de kast-setting, en kopt: ‘Linkse poppenkast’.

Kees Boonman