Inholland 2002-2005: De manco’s van een leerfabriek

Hogeschool Inholland moest meer studenten aan een diploma helpen, tegen lagere kosten. Maar de laatste vijf jaar is de onderwijsmoloch vooral in het nieuws door slecht onderwijs, fraude met diploma’s en ruziënde bestuurders. Al twee bestuurders vielen over de affaires. Nu moet Doekle Terpstra, oud-voorzitter van de HBO-Raad, schoon schip maken. door Ivo van Woerden

In januari fuseert een aantal hogescholen: in Alkmaar, Haarlem, Diemen, Delft en Rotterdam. Met 39.000 studenten, 3000 medewerkers en 90 studierichtingen ontstaat zo de grootste Nederlandse hbo-instelling: Hogeschool Inholland.

De fusie was nodig omdat de overheid meer jongeren op het hbo wil, maar daar minder voor wil betalen. De besparing als gevolg van de schaalvergroting zal worden geïnvesteerd in het onderwijs. Daarnaast wil Inholland de concurrentie met andere hogescholen aangaan door onderwijs te bieden dat meer aansluit op de maatschappij.

Het bestuur moet ook inspelen op de veranderingen op onderwijsgebied. Medio 2002 wordt de NVAO (Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie) opgericht, die opleidingen moet accrediteren na het afleggen van een kwaliteitstoets. Zonder accreditatie is geen overheidsfinanciering mogelijk. Het gevolg is dat dezelfde opleiding voor alle locaties tegelijk moet worden geaccrediteerd en er dus hetzelfde uit moet zien. Ook de invoering van de bachelor-masterstructuurvraagt om aanpassingen. Bestuur, medewerkers en studenten van Inholland moeten aan veel veranderingen wennen die ook nog eens snel worden ingevoerd.

Het bestuur houdt daar rekening mee: “Naast een financieel risico voorzagen ze onrust in de organisatie die ten koste zou kunnen gaan van kwaliteit en productiviteit”, schrijft de onderwijsinspectie later, in 2005. Maar niets doen is nog erger, vindt de directie. Na de fusie wordt er geschrapt. Directie en college van bestuur worden drastisch verkleind. Daarnaast wordt een tiende van de drieduizend medewerkers herplaatst of zij verlaten de organisatie. De oorspronkelijke ondersteunende diensten van de hogescholen worden samengevoegd tot tien centrale diensten.


De boodschap naar de student is positief: “Inholland wil”, schrijft bestuursvoorzitter Jos Elbers in het jaarverslag 2002/2003, “groot zijn in kleinschaligheid. Vanuit een grote, krachtige organisatie vernieuwend en persoonlijk gericht onderwijs aanbieden aan haar studenten, zodat hun talenten naar voren komen en ze optimaal worden voorbereid op hun toekomstige rol in de maatschappij.”

Inholland wil voortdurend het onderwijs vernieuwen en aanpassen aan de laatste eisen van de arbeidsmarkt. De termen ‘competenties’, ‘ambitieus’, en ‘internationaal’ zijn tekenend.

Dit jaar moet de organisatie verder op poten worden gezet. Ook worden allerhande veranderingen doorgevoerd met flitsende Engelse namen als Blackboard en Peoplesoft. De opleidingen worden ondergebracht in zestien schools, zoals de School of Economics en de School of Social Work. Deze zijn verspreid over zes hoofd- en vier nevenlocaties. Arbeidsplaatsen worden geschrapt, waardoor docenten en andere medewerkers vertrekken. De onderwijsinspectie concludeert dat deskundigheid en ervaring hieronder lijden en de druk op het overblijvende personeel vergroot wordt. Op 20 juni stemt het college van bestuur in met een traject om de onderwijsvernieuwingen door te voeren. Dat heet Backbone. Volgens de begeleidende brochure mogen directeuren van de schools commentaar leveren op de punten van het concept.

De student moet nu echt centraal komen te staan. Back-bone heeft drie uitgangspunten: competentiegericht onderwijs, brede en gevarieerde keuzemogelijkheden voor studenten en ICT als motor voor didactische vernieuwing.

Ook wordt het major-minor-model ingevoerd. De student kiest daarbij een majorgedeelte dat de helft van de opleiding beslaat. De andere helft bestaat uit een specialisatie- en een differentiatieminor om zijn horizon te verbreden.


Jos Elbers in het jaarverslag: “In onze snel veranderende samenleving is het verwerven van kennis alleen allang niet meer voldoende. Het gaat veel meer om het verwerven van competenties. Om het vermogen om op intelligente en creatieve manieren in te kunnen spelen op telkens veranderende omstandigheden, telkens veranderende technologieën en kennistoepassingen.”

In april blijkt uit een tevredenheidsonderzoek onder medewerkers dat vlak na de fusie is uitgevoerd, dat docenten een enorme werkdruk ervaren. Dat komt mede door de vele veranderingen, die allemaal tegelijk en snel worden doorgevoerd. Ze hebben nog onvoldoende vertrouwen in de leiding, kunnen zich moeilijk vinden in het beleid en zijn nog niet trots op de organisatie.

In september wordt het nieuwe, nog niet volledig ontwikkelde concept met onderwijsinnovaties versneld ingevoerd bij de eerstejaars van alle opleidingen. “Dit leidde op meerdere plaatsen tot een haperende invoering van het onderwijs voor studenten en tot frustraties bij docenten,” aldus de onderwijsinspectie in 2005.

In het voorwoord van het jaarverslag over dit jaar schrijft Jos Elbers dat de veranderingen voor sommigen te snel zijn gegaan en voor anderen niet snel genoeg. Maar hij is blij met de grote inzet van de medewerkers en het vertrouwen in Backbone. Een punt van kritiek: “De tevredenheid van studenten is een blijvend aandachtspunt. Met name de begeleiding van studenten, de roosters, de lesuitval, de correctietermijn en reactie op vragen van studenten behoeven verbetering.”


Haddo Meijer, voorzitter van de raad van toezicht, zegt in het jaarverslag dat het fusieproces volgens hem absoluut niet te snel is verlopen. “Als het proces pijnlijk is moet je het kort houden, zo kort als maar kan.”

De omzet van Inholland dit jaar bedraagt 262 miljoen, 12 miljoen meer dan begroot. Er zijn 41.000 studenten, 2000 meer dan een jaar geleden.

Uit tevredenheidsonderzoeken en klachtendossiers over dit en komend jaar blijkt dat studenten de opbouw van het curriculum onvoldoende transparant vinden. Er is onvoldoende samenhang in de programma-onderdelen, onduidelijk welke competenties aan bod komen en hoe docenten die invullen en beoordelen. Studiebegeleiding wordt slecht gewaardeerd, terwijl dit juist een van de belangrijkste aspecten van de nieuwe onderwijsstructuur zou moeten zijn. En ten slotte zijn studenten ontevreden over de afhandeling van klachten. De onderwijsinspectie vindt: “Het ontbreekt de hogeschool en haar medewerkers niet aan ambitie, ideeën en plannen. Het organiseren van een goede uitvoering daarvan is echter problematisch.”

Joke Snippe wordt het nieuwe lid van het college van bestuur, naast Lein Labruyère en Jos Elbers. Snippe zegt het belangrijk te vinden om ondernemerschap te stimuleren. Studenten hebben begeleiding nodig, aldus Snippe, maar ze mogen niets voorgekauwd krijgen.

Bij de gezamenlijke centrale diensten werken nu 540 medewerkers, 110 minder dan twee jaar geleden.

In maart berichten media dat studenten en docenten ontevreden zijn over Inholland. Studentenvakbond LSVB kreeg dermate veel en ook zware klachten binnen dat ze besloot een onderzoek in te stellen. In de uitzending van het actualiteitenprogramma NOVA op 16 maart vertellen studenten wat er mis is: lesuren vallen uit, docenten zijn onbereikbaar. Staatssecretaris Mark Rutte vraagt de onderwijsinspectie om een onderzoek.


Dat is klaar in december. De onderwijsinspectie analyseert: “Zowel in de ontwikkelfase als in de implementatiefase doet het nieuwe onderwijsconcept (Backbone, red.) een zwaar beroep op de inzet van management en docenten.” Ook blijkt uit het rapport dat elke school zijn eigen klachtenregeling heeft, wat onduidelijkheid veroorzaakt. Inholland belooft beterschap. Er komt een ‘Verbeterbarometer’ over zaken als les- en toetsroosters, lesuitval, klachten en het aantal lesuren. Met deze Verbeterbarometer kan de school bijhouden of deze zaken verbeteren, maar de oorzaken van de problemen maakt de barometer niet duidelijk.

Andere beloften: docenten worden beter betrokken bij en beter voorbereid op het nieuwe onderwijs en studenten worden beter geïnformeerd. Docenten krijgen training om betere begeleiding te kunnen geven. Daarnaast worden er gesprekken met de docenten gevoerd waarin hun persoonlijke ontwikkeling centraal staat.

Ook het toetsbeleid wordt onder de loep genomen, om meer duidelijkheid en uniformiteit te creëren. Verder wordenlesuitval, wijziging van roosters en onduidelijkheden in de cijferregistratie aangepakt.

In het jaarverslag noemt Jos Elbers de waardering voor het competentiegerichte onderwijs als een van de positieve punten van 2005. Als minpunt noemt hij de negatieve media-aandacht, die volgens hem te veel energie kostte. Het uitwerken van het onderwijsconcept heeft daar volgens hem onder geleden. Inholland vindt dat het last heeft van een ‘imagocrisis’.

Ook vallen de cijfers tegen: het ziekteverzuim is gestegen naar 6,5 procent en er staan een stuk minder studenten ingeschreven dan gehoopt: 37.000. De omzet is gelukkig goed: 270 miljoen euro, 9 miljoen hoger dan begroot. Wie evenmin lijden onder de haperende voortgang van Inholland zijn de bestuurders: voorzitter Jos Elbers verdient 223.000 euro per jaar, vice-voorzitter Lein Labruyère 182.000 en nieuwkomer Joke Snippe 124.000. Die bedragen worden voor een aanzienlijk deel gevormd door prestatiebonussen. Onbekend is nog welke criteria hiervoor gelden.

import onderwijs