Jezus als E.T.

Je hebt wetenschappers die per telescoop de verste hoeken van het heelal aandoen om wat wijzer te worden over de schepping. Je hebt er die de donkerste oerwouden doorvorsen in de hoop de laatste onontdekte exotische mensensoort te vinden. En je hebt er die het leven van alledag al meeslepend genoeg vinden voor een flinke beschouwing.

Jaap van Heerden is er zo een. Hoewel opgeleid als filosoof heeft hij altijd in de psychologie geopereerd, de laatste jaren als hoogleraar in Maastricht. Daarnaast komen er zo nu en dan bundels columns en essays van zijn hand uit, waarvan Wees blij dat het leven geen zin heeft de bekendste is. Net is er weer zo’n boeket verschenen: Fascinaties – Een intellectuele autobiografie. In vijftien opstellen, eerder gepubliceerd in AMC Magazine, gaat de auteur in op allerlei kwesties die maar door zijn hoofd bleven spoken tot hij ze in essays genoegzaam had gefileerd.

Al jaren geleden viel hem bijvoorbeeld eens op dat een vrouw in een vrijwel lege bus plotseling opstond en een paar banken verderop ging zitten. “Het tocht daar zo,” verklaarde ze ongevraagd. Zoiets frappeert Van Heerden meteen. Waarom vond die vrouw het nodig aan een wildvreemde haar gedrag uit te leggen? Hetzelfde verschijnsel doet zich voor in liften, merkte Van Heerden. Iemand stapt uit en meteen weer in, en mompelt: “Ik dacht dat ik er al was.” Kennelijk, zo bepeinst Van Heerden, zijn mensen bang voor wispelturig of niet goed wijs versleten te worden, zelfs al gaat het om onbekenden, en is de drang om goed over te komen heel virulent.

Zo zet hij ook een mooie boom op over de (door de fysicus Paul Davies gestelde) vraag of de goddelijke genade zich ook uitstrekt tot buitenaardse wezens. Als God zijn zoon naar andere planeten stuurt om daar de lokale E.T.’s te redden, neemt hij dan het uiterlijk van E.T. aan? En ook van heel onappetijtelijke schepsels? Wordt het aardse gelovigen niet bang te moede van dat idee? “Een heel interessante vraagstelling, die echter bij mijn weten door geen enkele theoloog is opgepikt,” aldus Van Heerden. We geven het maar even door.


Een enkele verhandeling is minder geïnspireerd, zoals die over Ton Regtien en de universitaire onrust rond 1970. Maar dan is er wel weer de verrassende vraag of de psychologie een nieuw gevoel zou kunnen uitvinden. Of een vermakelijk essay over de neiging van psychoanalytici om welk probleem dan ook te wijten aan diepverscholen, scabreuze motieven. Zo zouden hooligans eigenlijk geplaagd worden door oedipale fantasieën waarin het eigen doel als moederlijke vagina geldt en het vijandelijke doelpunt als vaderlijke penetratie. Ook heeft de psychoanalyse volgens hem tal van grootheden, onder wie Goethe, Spinoza en Beethoven, opgezadeld met psychische complexen zoals verholen sadisme of seksuele onzekerheid. Herakleitos’ beroemde spreuk Panta rhei lijkt op diarree, wat ons leert dat de man ontevreden was over zijn stoelgang, aldus de psychoanalytici, noteert Van Heerden.

Jaap van Heerden mag dan als domineeszoon ter wereld zijn gekomen, hij is uiteindelijk vragensteller geworden. Vragen zijn interessanter dan antwoorden, lezen we in Fascinaties. In de wetenschap domineert de vraag en in de godsdienst het antwoord. Want geen antwoord blijkt definitief, zodat er steeds nieuwe vragen opdoemen.

Jaap van Heerden: Fascinaties – Een intellectuele autobiografie. Prometheus, € 15. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl

Matt Dings