Zwartboek Inholland deel 2

Hogeschool Inholland maakt weliswaar vrolijk reclame voor zijn open dagen, maar kampt intern met zware problemen. Vorige week stapte de raad van toezicht op, nadat eerder al het college van bestuur zich had teruggetrokken. Deel 2 van een driedelige serie waarin een oud-leraar terugblikt op zijn gevecht tegen een megalomane leerfabriek.

In alle acht jaar dat ik voor Inholland in Rotterdam heb gewerkt, is nooit duidelijk geworden waarom de particuliere opleiding Journalistiek überhaupt bestaat. Het zou fijn zijn als er ooit iemand was opgestaan die vanuit een bepaalde visie of urgentie zou kunnen uitleggen wat Inholland – naast de reguliere journalistenopleidingen – ooit dacht te kunnen toevoegen toen ze in 2002 begonnen. Dan was er een kans geweest dat de opleiding een leidraad of ‘gezicht’ had kunnen krijgen en het curriculum een logische eenheid vormde. Het is slechts een symptoom van iets wat acht jaar voortduurt: totale radiostilte vanuit het college van bestuur.

De kreet die we als docenten introduceren om de desorganisatie te maskeren, is ‘ondernemend’. Wij leiden de ‘ondernemende journalist’ op. Haha! Dat sluit goed aan bij het imago van Rotterdam en bij het feit dat onze studenten, in alle fasen van hun studie, bijna overal achteraan moeten lopen:  van correcte cijferlijsten tot snuffelstages tot beargumenteerde respons op hun werkstukken. Het spreekt een bepaalde groep (meestal bemiddelde) ouders nog aan ook: dat hun zoon of dochter het niet cadeau krijgt, maar voor 4000 euro in een organisatorisch wrak wordt neergelaten.
In 2005 verhuist de opleiding vrij plotseling naar het grote Inholland-gebouw aan de Zuidoever van de Erasmusbrug. Het verloopt (zoals alles bij InHolland) chaotisch. Er moet op stel en sprong gereageerd worden op een onvoorziene situatie: roosters, lokalen, studiegidsen – de hele machinerie staat weer eens onder zware druk. Zelf herinner ik me helder het moment waarop ik voor het eerst onze nieuwe etage betreed en grote groepen studenten wegens een gebrek aan lokalen drijfnat op hun uitgespreide regenjassen op de grond zie zitten, geleund tegen de muur. Campingtaferelen. En dan te bedenken dat de studenten bij ons 4000 euro per jaar betalen. Sommigen werken zich krom met bijbaantjes om het jaarlijkse collegegeld bij elkaar te sprokkelen. Maar een eenvoudig lokaal om hen te ontvangen en te informeren over de consequenties van de verhuizing? Het is niet geregeld.

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Hans van Willigenburg