Kind in de box, scheiden maar

Het begon tien jaar geleden – ik was toen 31 – met een ex-studiegenoot die ik tegenkwam in de supermarkt. Hij had een jongetje van twee bij zich. “Lief mannetje, hè?” zei hij met een vertederde glimlach. “Jammer dat zijn moeder en ik uit elkaar zijn.” Ik keek verbaasd. Wilde zeggen: “Wat?! Nú al? En dat jochie is nog maar twee!”

In mijn optiek was scheiden iets dat je eventueel pas overweegt als je kind minstens een jaar of zes is. Eerst moet je het een tijd écht samen hebben geprobeerd als gezin, meende ik. Zo ging het vroeger, toen ik zelf jong was, ook. Er al na één of twee jaar de brui aan geven, achtte ik misdadig ten opzichte van het kind.

In de jaren erna begonnen steeds meer vrienden en kennissen kinderen te krijgen. Aan hun comfortabele leven van wilde stapavonden, lang uitslapen en verre backpackvakanties kwam een eind. Ze moesten aan de bak; écht aan de bak. Ze wisten het en waren er klaar voor, zeiden al deze dynamische dertigers in koor.

Maar het ene na het andere jonge gezin sneuvelde al snel. Papa en mama waren ‘uit elkaar gegroeid’ en ‘konden elkaar totaal niet meer bereiken’. Er was, vernam ik, dus niks aan te doen; jammer, maar helaas. Elke keer weer was ik verbijsterd. Ik kon me niet voorstellen dat als je samen datgene deelt wat je het meest dierbaar is, je jezelf in omstandigheden manoeuvreert waarin je dat dierbaarste bezit niet langer kunt verzekeren van de liefdevolle aandacht van beide ouders tegelijk.

Een maand geleden vroeg ik verslaggeefster Esma Linnemann of zij eens wilde uitzoeken of het toeval is dat ik zo veel gescheiden dertigers met jonge kinderen ken, of dat er sprake is van een landelijke trend. “Ik denk dat laatste,” verzuchtte ze. “Ik ken er namelijk ook een heleboel.”

En inderdaad. Hoewel iedere case natuurlijk anders is, ontwaart Esma met behulp van diverse experts enkele opmerkelijke patronen in al die gezinsdrama’s.

Boudewijn Geels (b.geels@hpdetijd.nl)


PS: Sinds drie jaar heb ik zelf een kind en… Juist.

import vooraf