Oosterse wijsheden

De Chinese leider Hu Jintao was vorige week in Washington en plaatste daar orders ter waarde van vijfenveertig miljard dollar, die volgens Barack Obama goed zijn voor een half miljoen Amerikaanse banen. Eerder had de Amerikaanse president bij een bezoek aan India het thuisfront uitgelegd dat goede relaties met India vooral goed zijn voor de Amerikaanse economie. Het is even wennen dat de leider van het rijkste land ter wereld twee Aziatische reuzen die nog niet zo lang geleden tot de armste ter wereld behoorden als ‘goed voor de welvaart in Amerika’ opvoert. Dan mag je zeggen dat Azië in opmars is. Ooit gold dat alleen voor Japan. Daar kwamen Zuid-Korea, Taiwan en de stadsstaten Singapore en Hongkong bij. Nu heeft een heel continent een tijger in de tank en probeert het stadsbestuur van Peking, waar dertig jaar geleden alleen werd gefietst, de groei van het aantal auto’s (nu vier miljoen) te beperken.

U heeft van mij nooit veel over China gelezen, en dat heeft een goede reden: ik weet er niet veel van. Maar ik heb ook het idee dat al diegenen die op dreigende toon, of we daarmee even rekening willen houden, waarschuwen dat ‘China eraan komt’, niet veel meer van China weten. Natuurlijk, zij zijn er geweest en doen er zaken, en het is verstandig om er notie van te nemen, maar ik weet niet goed wat ik ermee aanmoet. Bang worden? Uit mijn luie stoel komen? Of het beste ervan hopen? Omdat het Verre Oosten ver weg is, kies ik voor het laatste. Daarbij gaat mijn kennis over China nog wel zover dat ik weet dat daarover vroeger ongelooflijk veel onzin is verteld.

In de jaren zestig werd de revolutie in China verdedigd met het argument dat Mao er toch maar voor gezorgd had dat de Chinezen te eten hadden (de obligate kom rijst), en dat kon je van het democratische India niet zeggen. Daarbij werd vergeten dat ‘de grote sprong voorwaarts’ in de jaren vijftig tot grote hongersnoden had geleid en dat de culturele revolutie in de jaren zestig, waarbij studenten met het rode boekje in de hand boeren de les gingen lezen, China nog verder terugwierp. De echte sprong voorwaarts kwam toen eind jaren zeventig onder Deng Xiaoping een nieuwe koers werd ingeslagen, die van het staatskapitalisme. Deng was pragmaticus. Het maakte hem niet uit wat voor kleur de kat had, als hij maar muizen ving. Als dat oosterse wijsheid is, ben ik voor oosterse wijsheden, met deze kanttekening dat in het land van Confucius nog steeds Karl Marx in ere wordt gehouden. Daar is niets oosters en moderns aan. Marx was een negentiende-eeuwse Duitse econoom die ‘de Aziatische productiewijze’ als achterlijk beschouwde en het westerse kolonialisme – dat het trotse China vernederde – als progressief. Dat had de grote criticus van het kapitalisme goed gezien. Het is het enige marxistische denkbeeld dat de tand des tijds heeft doorstaan.


Ik citeer graag de oude partijleider Zhou Enlai, die in de jaren twintig studeerde in Frankrijk, België en Duitsland en over de Franse Revolutie zei dat het nog veel te vroeg was om de gevolgen daarvan te beoordelen. Heerlijk, zo’n relativerende blik op de geschiedenis. Er spreekt ook het besef uit dat de bordjes op termijn verhangen kunnen worden. Van zin voor continuïteit getuigt het officiële partijstandpunt dat Mao ‘voor zeventig procent goed was en voor dertig procent fout’, al vinden wij deze oosterse wijsheid iets te mild voor een roerganger die vooral massamoordenaar was. Maar in China kijken ze niet op een mannetje meer of minder, en onze fabrikanten beginnen al te glimmen bij het idee dat je al massa-omzet hebt als je aan elke Chinees een stukje zeep verkoopt. Het is die winstverwachting waar de Chinese leiding graag op inspeelt, alleen moeten we vaststellen dat ‘de Aziatische productiewijze’ nu de hele wereld bedient en wij blij mogen zijn als we straks nog een echt stukje Franse badzeep overhouden. Een heuse wereldrevolutie, al is het denk ik nog veel te vroeg om de gevolgen daarvan te overzien. ‘China komt eraan’, zoveel is zeker, maar dat werd ook tijd na twee eeuwen stagnatie.

Zelf spreken de Chinezen van hun terugkeer, en je kunt ook zeggen dat China haast heeft, vanwege de vergrijzing en het feit dat de hulpbronnen van de wereld al verdeeld en bijna op zijn. Dat kan tot geopolitieke spanningen leiden, en tot onrust in China zelf, als de opkomende middenklasse in zijn verwachtingen wordt teleurgesteld. Maar waarom zouden wij daarop vooruitlopen? Zolang China zich bezighoudt met het opkopen van failliete bedrijven en het financieren van westerse schulden, zal het onze tijd wel duren en heb ik daar vrede mee. Ook voor het Westen is er momenteel niets beters dan de Aziatische productiewijze.

import dirk jan van baar