Obama’s nachtmerrie: sjah-scenario in Egypte

Elke week één artikel uit HP/De Tijd in zijn geheel op de website. Deze week de column van Dirk-Jan van Baar over de Arabische volksopstand.

Er gaan grote schokgolven door de Arabische wereld. In Tunesië is president Ben Ali onverwacht na een volksopstand op de vlucht geslagen, en dat heeft ontevreden burgers in andere landen geïnspireerd om ook de straat op te gaan. In Egypte lijkt Hosni Mubarak, die al dertig jaar president is, tot zijn laatste snik te vechten. Ook in Jordanië en Jemen zijn jongeren de straat opgegaan. Nergens in de Arabische wereld kunnen de machthebbers, lange tijd een garantie voor ‘stabiliteit’, zich nog veilig voelen. Iedereen voelt wel aan dat die stabiliteit een aflopende zaak is en dat vroeg of laat het deksel van de pan vliegt. Tegelijkertijd is het vertrouwen in een soepele overgang naar een vorm van democratie gering. Daar hebben de moslimbroeders en de ‘Partijen van God’ voor gezorgd, en de islamitische revolutie in Iran, die de regio al sinds 1979 in gijzeling houdt. Allah is groot en in zijn naam heerst er angst voor chaos, geweld en duisternis.

In dit bedrukte klimaat ruikt de Jasmijnrevolutie in Tunesië naar een Arabische lente. De opstand begon spontaan in de provincie, en sloeg al twitterend naar de hoofdstad Tunis over. Nu eens geen woedende moslims die ‘dood aan Amerika’ en ‘dood aan Israël’ roepen, maar goedopgeleide Franssprekende jongeren, die klagen over werkloosheid en hoge voedselprijzen. Dertig jaar na Khomeini, die uit ballingschap in Parijs was ingevlogen maar uit de middeleeuwen leek te komen en aan elke vooruitgangsgedachte een eind maakte, is dat een historisch wonder, alsof Karl Marx uit de dood is opgestaan. Helemaal juist is dat niet, want het zijn de verguisde regimes in Tunesië en Egypte die nog iets van ‘Arabisch socialisme’ in ere houden en het dagelijks brood van hun onderdanen subsidiëren. Dat dempt de vooruitzichten, want als deze landen ‘vrij’ worden, stijgen de prijzen van de eerste levensbehoeften als eerste. En daar staat niet, zoals bij de anti-communistische revoluties in Oost-Europa, de sensatie tegenover van de verkrijgbaarheid van westerse consumptiegoederen, want die zijn al in ruime mate verkrijgbaar voor de geprivilegieerde bovenlaag die het betalen kan. Het is die schaamteloze corruptie die deze elites zo onpopulair maakt en ook het westen – dat deze regimes bij gebrek aan beter steunt – een slechte naam geeft.

Toch is het een verademing dat de opstand in Tunesië zich in eerste instantie tegen de president en de Trabelsi-familie van zijn vrouw richtte, en niet tegen het westen. Iedereen leek erdoor verrast, niet alleen de Amerikaanse en Franse regeringen (waarvan de Fransen in Noord-Afrika altijd achter de feiten aanlopen en vanwege vanwege hun bloedige koloniale oorlog in Algerije uiterst beducht zijn voor elke volksopstand in deze regio), maar ook de dictators in de Arabische wereld en de  moslimbroeders die ervan zouden moeten profiteren. Tunesië ligt dichtbij Italië en is gewend aan westerse toeristen. Dat biedt kansen voor een nieuwe generatie die zich nog niet gek heeft laten maken door de hysterie in de moslimwereld. Dat schept een beter klimaat voor democratische experimenten, die in buurland Algerije in 1992 na een dreigende overwinning voor de moslimfundamentalisten van het FIS op een drama uitliepen. Tunesië gold als stabiel en was zelf een toevluchtsoord, bijvoorbeeld voor PLO-leider Arafat toen hij uit Beiroet werd verdreven en voor de Italiaanse socialistenleider Bettino Craxi, toen het die begin jaren negentig in eigen land te heet onder de voeten werd. Maffieuze politici, ze komen ook in Europa voor.

Egypte is een giftiger geval. Het land is de bakermat van het Arabisch nationalisme, belichaamd door volksheld Gamal Abdel Nasser, en van de Moslimbroederschappen, in 1981 verantwoordelijk voor de moord op president Anwar Sadat, die vrede met Israël had gesloten. Er vinden geregeld aanslagen plaats, pas nog op een koptische kerk in Alexandrië. De mysterieuze plunderingen van het nationaal museum en het uitbreken van gevangenen doen al angstig aan Bagdad denken. De Amerikaanse regering heeft Mubarak tot hervormingen en respect voor de mensenrechten gemaand, maar zal zich herinneren dat een vergelijkbare oproep van VS-president Jimmy Carter de val van de sjah in 1979 heeft ingeleid. Voor Barack Obama, die in Caïro een verzoenende speech tot de moslimwereld hield en het woord ‘democratie’ niet in de mond nam, is er geen grotere nachtmerrie dan Iraanse toestanden in Egypte. Hij moet hopen dat de diplomaat Mohammed El Baradei, die als hoofd van het Internationaal Atoomagentschap George Bush jr. in verlegenheid bracht, een redelijk alternatief kan zijn. Diezelfde Bush beoogde met zijn inval in Irak een regime change in het Midden-Oosten, tot afgrijzen van alle Amerikaanse bondgenoten in de regio. Velen verklaarden de president voor gek. Maar de Arabische roep om vrijheid en democratie is er nu niet minder om en uiteindelijk moeten de antistoffen tegen de moslimterreur toch uit de regio zelf komen.

5 reacties op “Obama’s nachtmerrie: sjah-scenario in Egypte

  1. Evert van Vliet

    D’r zitten een paar hemels van verschil tussen een (Arabische) volksopstand en die van de goden-aanhangers.

    Zolang goden en kapitaal het veto-’recht’ kunnen claimen blijft het stuivertje wisselen waarbij daadwerkelijke democratie een dubbeltje op z’n kant blijkt te zijn dat ten allah tijden met de kop naar boven omflikkert.

    Ik geef d’r geen cent voor en toch wordt ik verplicht duiten in de toegestoken collectezakjes te deponeren.

    Misschien is het gewoon de hoogste tijd dat men in het westen ook miljoenenmarsjes in elkaar knutselt?

  2. stef

    niemand behalve Mubarak kan een alternatief zijn in de striid tegen de fundamentalisten.
    Zeker El baradei niet.
    Mubarak is door alle media verguisd in het belang van links en de fundamentalisten.
    Maar hij verdiend respect. Dit land bestaat enkel uit zand. en 80.000.000 niksnutten

  3. Zambezi

    Lijkt me een beetje vroeg om te oordelen wat de toekomst brengen zal. Koffiedik kijken is ergens goed voor. Wat wel te zien is is dat het westen dat haar mond vol heeft van mensenrechten en democratie zonder blikken of blozen een aantal dictaturen steunt omdat dat haar uitkomt. Dat het volk zich in deze dictaturen begint te verzetten was van te voren te voorspellen. Waartoe dit leiden zal echter niet.

  4. Ricardo

    Opvallend veel journalisten spraken ‘romantisch’ over een revolutie om pas een week later weer wat bij zinnen te komen en kritische kanttekeningen te plaatsen. En soms alweer door te slaan in de enorm toegenomen westerse angst voor het moslimfundamentalisme. Het vooral eigen vizier van de westerse wereld. Waar zelfs een nieuwe hoop uitdragende Obama en Clinton geen nieuwe toon, laat staan beleid, vonden voor het Midden-Oosten tot de recente revolte (revolutie lijkt overdreven onwaarschijnlijk) begon.

    Een opstand mi. vooral gevoed door dalende subsidies en stijgende prijzen voor voedsel en brandstof, waar de gemiddelde burger aldaar toch al snel meer dan de helft van het te vaak karige inkomen aan kwijt is. De wens om op bv. een Mark Rutte of Geert Wilders te kunnen stemmen lijkt toch minder uitgesproken. Men kan zich immers weinig voorstellen bij een parlementaire democratie met meerdere partijen zolang de overheid van hoog tot laag volledig doortrokken is van corruptie, zakkenvullerij, machtsmisbruik en nepotisme. Wel bij eindelijk meer vrijheid om handel te drijven, eigen keuzes te maken en zelfstandig vooruit te komen. De autoritaire heersers waren stabiel voor het westen en hielden de ‘islamitische horden’ in het gareel. Maar zorgden zo ook voor veel te weinig vooruitgang.

    Egypte kent minder dan Tunesiƫ een goed opgeleide middenklasse. Volgens mij ook een basisvoorwaarde voor sociaal-economische vooruitgang. In de VS lijkt deze langzaam te verdwijnen, in Rusland nog nauwelijks bestaand, in China en India echter volop in ontwikkeling. Misschien moeten nieuwe leiders in het Midden-Oosten voorlopig meer kiezen voor het Chinese ontwikkelingsmodel en hetgeen het westen steeds aanreikt met ouderwets wantrouwen blijven bezien.

  5. P.H.M.van de Kletersteeg

    Als Mubarak gaat, zijn de kopten dood en krijgt de moslimbroederschap grenzenloze macht, glijdt het land af in de donkere middeleeuwen.
    Beter en genadiger is het dan en atoom op egypte te gooien; is minder pijnlijk.

    Mubarak is nog steeds het beste van de slechte keuzemogelijkheden