Zwartboek Inholland deel 3

Hogeschool Inholland maakt nog steeds vrolijk reclame voor zijn open dagen in maart, maar kampt intern met zware problemen. De Raad van Toezicht en het college van bestuur zijn inmiddels opgestapt en bijna dagelijks is de hogeschool in het nieuws. Het laatste deel van een drieluik waarin een oud-leraar terugblikt op zijn gevecht tegen een megalomane leerfabriek.

Ik weet niet of het ze in de (jonge) genen zit of dat de opleiding ze letterlijk over rand van de wanhoop duwt, maar ik ontmoet studenten met zó weinig houvast dat ze na de les naar me toe komen en vragen of ik ze ‘alsjeblieft’ wil helpen met het halen van deadlines (‘Wilt u mij een dag van tevoren telefonisch of over de mail waarschuwen?’). Ik verwijs ze steevast door naar hun studiebegeleider – die is daar immers voor. Onderweg naar huis verbaas ik me over de ontroerende kwetsbaarheid van deze jongens en meisjes, en over de moed en eerlijkheid die nodig is om dergelijke kwetsbaarheid te tonen.

Na nog een paar interne verhuizingen lijken ook docenten definitief de weg kwijt. Als ik op de veertiende of vijftiende verdieping uit de lift van het hoofdgebouw stap, zie ik ze regelmatig verdwaasd door hun lokalen darren; soms naar een lege hoek of mysterieus stukje muur. Proefondervindelijk kom ik erachter dat het geen alarmerende uitdrukkingen zijn van mentale desoriëntatie, maar dat de verdwaasde bewegingen van de docenten te maken hebben met het functioneren van het volautomatische lichtsysteem. Als het systeem namelijk te weinig beweging waarneemt, floept het vanzelf uit. Vandaar de vreemde capriolen. Toch heeft deze komische poppenkast een niet te missen symboliek: de gebouwen van Inholland zijn belangrijker dan de studenten, de docenten en het onderwijs dat gegeven wordt. In de media wordt benadrukt dat het college van bestuur minstens zo veel tijd besteedt aan de omvangrijke vastgoedportefeuille – die tientallen miljoenen waard is – als aan de kernactiviteit: onderwijs.
Een apart hoofdstuk in de alsmaar uitdijende klucht is de website. Ondanks het teruggevallen aantal inschrijvers wil onze nieuwe opleidingsmanager (een vrouw, die elders vanuit InHolland is geplukt) blijven vechten tegen onmiddellijke sluiting. Ze ontdekt dat geïnteresseerde studenten hun vervolgstudie mede kiezen op basis van een coole aanwezigheid op internet. Stante pede word ik tot ‘hoofd opkalefateren website’ benoemd, en ik hoor mezelf verrassenderwijs geen ‘nee!’ of ‘help!’ roepen.
Studenten en docenten zijn aanvankelijk enthousiast. Wat is er leuker dan de positieve dingen van de opleiding – die met wat creativiteit heus wel te vinden zijn – aan de buitenwereld te presenteren? Via tekst, via beeld, via filmpjes. In al onze opgetogenheid zijn we echter vergeten dat een leerfabriek als InHolland op de vreemdste momenten ineens wél straffe regels blijkt te bezitten en ineens wél tot het gaatje gaat om ze te handhaven.

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Hans van Willigenburg