Broeierig balletspel

In 1995 maakte Paul Verhoeven een film over een danseres die ten koste van alles in de schijnwerpers wil staan. Ze werkt zich een slag in de rondte en duwt oudere collega’s – bijna letterlijk – van het podium om hun plaats in te kunnen pikken. Maar eenmaal aan de top kijkt ze voortdurend over haar schouder, op haar hoede voor de vele meisjes die klaar staan om háár van de troon te stoten. Die film speelde zich af in Las Vegas, heette Showgirls en is de geschiedenis ingegaan als een zeperd van jewelste. Verhoeven kreeg er een Raspberry Award voor, een onderscheiding voor de slechtste film van het jaar.

Vijftien jaar later heeft Darren Aronofsky (The Wrestler) een film gemaakt over een ambitieuze danseres die alles over heeft voor haar vak. Op het moment dat zij eindelijk de kans krijgt als soliste te schitteren, dreigt ze het slachtoffer te worden van intriges, beraamd door een jaloerse stand-in. De film speelt zich af rond een New Yorks balletgezelschap, heet Black Swan en is genomineerd voor vijf Oscars. Toch gek: de films van Verhoeven en Aronofsky vertonen opmerkelijke paralellen, maar binnen het dramatische en sfeervolle decor van Tsjaikovski’s Zwanenmeer komt de thematiek kennelijk een stuk beter tot z’n recht dan in sleazy Las Vegas.

Dat Black Swan een betere film is dan Showgirls valt natuurlijk niet alleen toe te schrijven aan het feit dat het verhaal zich in een chiquer (of salonfähiger) milieu afspeelt. Waar Verhoevens film allengs het karakter van een tietenparade begon aan te nemen, bouwt Black Swan langzaam op naar een imposante visuele climax waarbij de balletscènes een cruciale rol spelen. Verder wordt hier een geraffineerd spel met de kijker gespeeld. Want de hoofdpersoon maakt van meet af aan een ietwat verwarde indruk en gaandeweg beginnen we te twijfelen of haar observaties eigenlijk wel kloppen. Dat element draagt ook bij aan de spanning van het verhaal. Black Swan bevat enkele broeierige en verontrustende scènes die niet zouden misstaan in een horrorfilm.

Maar het grootste verschil tussen de zojuist genoemde films ligt in de invulling van de ‘dragende’ rollen. Natalie Portman is in zo’n beetje elke shot van Black Swan te zien en overtuigt op alle fronten. Ze oogt afgetraind, danst weergaloos en weet bovenal de maniakale gedrevenheid van de ballerina prachtig gestalte te geven. Portman heeft het vermogen binnen één enkele scène een scala van tegenstrijdige emoties op te roepen. Het ene moment zijn we geneigd met een wijde boog om haar heen te lopen en twee tellen later voelen we alweer de aandrang een beschermende arm om haar heen te slaan.


En tóch is de vergelijking met het verguisde Showgirls zo ongerijmd nog niet. Beide films maken gebruik van een theatrale setting om een – in aanleg – simpel verhaaltje fors uit te vergroten. Aronofsky durft daar behoorlijk ver in te gaan en neigt hier en daar zelfs naar bombast. Op die momenten heeft zijn hoofdrolspeelster de taak de kijker bij de les te houden. Natalie Portman doet dat voorbeeldig. Een Oscar is haar van harte gegund.

Erik Spaans

Black Swan. Regie: Darren Aronofsky. Vanaf 3 februari in de bioscoop.

1 Resident Evil: Afterlife (-) – Paul W.S. Anderson

2 The American (2) – Anton Corbijn

3 The Expendables (3) – Sylvester Stallone

4 ’t Spaanse Schaep (-)

5 Letters to Juliet (-) – Gary Winick

6 Inception (4) – Christopher Nolan

7 Grown Ups (-) Dennis Dugan

8 Centurion (5) – Neil Marshall

9 Alice in Wonderland (6) – Tim Burton

10 Wall Street 2: Money Never Sleeps (-) – Oliver Stone

Tussen haakjes de klassering van de vorige keer. Deze toptien is tot stand gekomen op basis van de verkopen bij GfK Dutch Charts.

import muziek