De Haagse stolp voorbij

Wat doen we met Kunduz en met Afghanistan? Het liefst had de Tweede Kamer de andere kant opgekeken en met één oog naar de Statenverkiezingen, maar GroenLinks-leider Jolande Sap nam haar verantwoordelijkheid. door Frans van Deijl

Een paar luchtfoto’s zetten vorige week de toon van het Afghanistan-debat in de Tweede Kamer: op de ene stond het 33 huisjes tellende gehucht Tarok Kalacheh afgebeeld, op de andere foto was het volledig van de aardbodem weggevaagd als gevolg van een Amerikaans bombardement. Huiveringwekkend, vooral door de machteloosheid die ervan uitgaat: Afghanistan mag als verloren beschouwd en kan net zo goed met de grond gelijkgemaakt worden.

Enkele uren na publicatie van de foto’s in de Volkskrant boog de Tweede Kamer zich over de vraag of Nederland een missie moet sturen naar Kunduz, om daar Afghaanse politieagenten op te leiden. Al snel werd duidelijk dat het een typisch Haags debat zou worden, dat ernstig contrasteerde met de impact van die foto’s.

Dan hebben we het allereerst over GroenLinks, waarvan de achterban in de loop van de tijd was gaan menen dat de missie een ‘te sterk militair’ accent zou hebben. Een rare redenering, want dat heb je soms met uitzendingen naar oorlogsgebieden, dat het accent ineens sterk militair wordt. Het was natuurlijk veel gemakkelijker geweest om ‘nee’ te zeggen tegen de missie, want heel Nederland scheen er moeite mee te hebben. Maar de politiek leider Jolande Sap nam haar verantwoordelijkheid vanuit het besef dat Afghanistan niet aan z’n lot en aan de Taliban overgelaten mag worden. Toch kreeg het debat een ridicuul kantje, toen zij van het kabinet toezeggingen verlangde dat de opgeleide agenten geen militaire taken zouden uitvoeren en dat de regering in Kaboel daar ‘keiharde garanties’ over zou geven. Die toezeggingen waren louter voor de bühne, want een belofte van de wankele regering in Kaboel is weinig waard en daarbij onmogelijk te controleren. Nederland gaat ook helemaal niet over de inzet van Afghaanse agenten bij Afghaanse militaire aangelegenheden. Het verlangde onderscheid tussen agent of militair was van papier, ‘Haagse cosmetica’, zoals Frans Timmermans het noemde. Rutte wist het, Sap eveneens, en de rest van de Kamer stond er bij en keek ernaar. Maar Sap hoopte een groot deel van haar morrende achterban ermee te overtuigen. Dat gebeurde niet, en nu moet zij op het komende partijcongres zelfs vechten voor haar politieke leven.


Dat gemakkelijke ‘nee’ keerde ook terug in de bijdragen van PvdA en SP. Emiel Roemer wist nog wel een paar landjes waar het slecht ging met vrouwenrechten en de democratie, en – zo zei hij – ‘daar vallen we toch ook niet binnen?’. De PvdA zette vanaf het begin de hakken in het zand en niemand uit die partij deed er moeilijk over dat Kunduz weinig anders was dan de inzet van de komende Statenverkiezingen. Met een ‘ja’ van de GroenLinks- en D66-fracties gokte de PvdA namelijk op de kiezers uit die partijen die grote moeite hebben met Kunduz. Nu dat ‘ja’ daadwerkelijk is gegeven, gloort voor Job Cohen zowaar enig licht.

Wonderlijk was voorts de opstelling van de PVV, de partij die zegt te strijden tegen islamisering, moslimfundamentalisme en moslimterrorisme, maar die geen bijdrage wil leveren aan het uitschakelen van de onder meer in Afghanistan gelegen bronnen van al die ellende. Wilders wilde onlangs nog Iran preventief bombarderen, maar Kunduz vond hij een ‘slecht plan’. De peilingen wijzen uit dat een meerderheid in Nederland tegen zo’n uitzending is. Nederland heeft genoeg aan z’n eigen probleempjes, redeneren vooral Wilders’ zelf bedachte partijtypetjes Henk en Ingrid. Nederland heeft Amerika niet nodig, de EU niet, niemand. “Kan er trouwens niet een groot hek om dat Afghanistan worden gezet?”

Van een populistische aanhang is dergelijke taal te verwachten. Buitenlandse onderwerpen, zegt hoogleraar internationale betrekkingen Peter Volten, worden steeds vaker ‘ge-binnenlandiseerd’. Doordat burgers met grotere bestuurlijke verbanden van doen hebben, worden ze angstig en keren ze zich naar binnen, waar het veilig en overzichtelijk is. Wilders voelt die onderbuikgevoelens feilloos aan en komt op 2 maart aanstaande tegemoet aan deze kiezers.


Maar van de PvdA en de tegenstribbelende achterban van GroenLinks zou je een andere houding verwachten. Minder klein en benepen, minder Hollands en niet op het niveau van – godbetert – de Provinciale Statenverkiezingen. Ooit trokken in het verre buitenland de Nederlandse zakenman en dominee gezamenlijk op. Nederland was gidsland, soms op het irritante af. De blik naar het buitenland was open. We wilden een bijdrage leveren aan de internationale gemeenschap, hoe bescheiden soms ook. Maar er waait een andere wind en aan het nut van het NAVO-lidmaatschap wordt her en der getwijfeld. Helemaal onbegrijpelijk is dat niet, want de NAVO heeft lange tijd na het einde van de Koude Oorlog geen nieuw strategisch concept weten te vinden. Wie was de nieuwe vijand? Waartoe dienden de geldverslindende krijgsmachten nog? De legers van de verschillende lidstaten werden uitgedund en legden zich toe op ‘vredesmissies’, wat weer nieuwe dilemma’s opleverde, want hoe bewaar je de vrede als je wordt aangevallen en je mag of kunt niet terugschieten – zie de worsteling van de Dutchbatters in Srebrenica?

Na de aanval op Amerika in 2001 is het moslimterrorisme de nieuwe vijand. Afghanistan werd meteen na 11/9 aangevallen, maar Osama Bin Laden was spoorloos en daarmee bleef de genadeklap voor de Taliban uit. Met de geringe successen op het gebied van de wederopbouw is mettertijd hun invloed zelfs weer toegenomen. Om die reden was de vredesmissie in 2006 naar Uruzgan in 2006 met grote zorg omkleed. Onze jongens zouden helpen met de opbouw, maar er moest ook geknokt worden. Toen de verantwoordelijke politici dat eindelijk durfden toe te geven, keerde de publieke opinie zich.


Er zit een patroon in. We willen wel meewerken aan de internationale rechtsorde, maar als het te gevaarlijk wordt en de eerste bodybags komen terug, haken we af. We noemen onszelf nog altijd wereldburgers, maar de gordijnen gaan steeds vroeger dicht. Dat is de mentaliteit geworden, of misschien zijn we altijd zo geweest. Henri Beunders verwees onlangs naar de tijd vóór de Tweede Wereldoorlog, toen we dachten ons te kunnen onttrekken aan de internationale woelingen. Nederland, zegt Beunders, heeft de nare gewoonte om naar binnen te keren en te doen alsof het een eilandje is in de wereld dat geheel en al van zichzelf kan bestaan, zonder enige verplichting tegenover de buitenwereld.

We gaan dus naar Kunduz. Premier Rutte heeft een belangrijke slag gewonnen, met dank aan GroenLinks, D66 en ChristenUnie. Maar op termijn zal de electorale winst bij de Statenverkiezingen – voor wie dan ook – omgezet moeten worden in een politieke, in een inhoudelijke winst, waarbij het draait om gecompliceerde vragen als: wat doen we met Afghanistan, zeker nu het onrustig is in Egypte en Tunesië. En wat gebeurt er na 2014, als de Amerikaanse troepen aan de terugtrekking beginnen. Hoe kunnen wij president Obama daarbij van dienst zijn, met misschien toch weer nieuwe ISAF-bijdragen? Het zijn vragen die antwoorden verdienen die de Haagse stolp ontstijgen en waarbij het vernuft en intellect van alle parlementariërs nodig zijn.

import focus