‘Deze opdracht zou ik niemand aanbevelen’

Daniel Libeskind (1946) is architect. Hij ontwierp het One World Trade Center, dat gebouwd wordt op de plaats van de Twin Towers in New York. Tien jaar na 11/9 staat er nog vrijwel niets. door Gijs De Swarte, foto Jan van Breda

‘Vanuit onze shtetl in de Bronx kon ik de torens van het oude World Trade Center zien. Ze vertelden ons immigranten het verhaal van de Amerikaanse droom, van wat hier allemaal mogelijk was. Mijn vader werkte er om de hoek, ik bezocht hem elke week. Mijn broer heeft ín de Twin Towers gewerkt. Ze vormden het logo van mijn leven.

Mijn ouders zijn overlevenden van de Holocaust. Zij hadden eigenlijk vernietigd moeten worden. Toen ze terugkwamen in Polen, was bijna hun hele familie vermoord. Communistische dictatuur volgde. Het was: de macht bepaalt en je hebt je maar te schikken, anders vermorzelen we je. Andere kampoverlevenden waren leeg van binnen, hun gevoel was weg. Maar mijn ouders waren overlevers: ze gaven nooit, nooit op. Ze hebben het leven in Amerika gegrépen.

Toen de Twin Towers instortten was New York kapot, net als ik. Ik was in Berlijn om het Joods Museum te openen en realiseerde me: de geschiedenis houdt niet op. De geschiedenis is nu. Toen wilde ik alleen nog maar terug naar New York. Iets doen, iets bouwen.

Wat moet je neerzetten op zo’n plek waar mensen verdwenen zijn? Terug naar dat idee van twee machtige, geïsoleerde torens wilde ik niet. Mijn ontwerp moet een gedenkteken zijn. Architectuur gaat niet zozeer over bouwkunde, het gaat over de betekenis van de locatie en over de mensen die een gebouw gebruiken. Een gebouw is emotie, een roman: er wordt altijd een verhaal verteld. Van dit ontwerp moeten mensen deel uitmaken, een buurtje moet het zijn. De volheid van het leven moet erin tot uitdrukking komen, het goede van Amerika. Die energie, dat geloof in vooruitgang en vrijheid. Vooral dat laatste.


Natuurlijk begrijp ik dat mensen er doodmoe van worden dat het project nog steeds niet klaar is. Dit is de opdracht der opdrachten, maar ik zou haar niemand aanbevelen. Ik ken in de hele wereld geen moeilijker project dan dit. Het heeft een jaar hélemaal stilgelegen. Van alle kanten is me aangeraden me terug te trekken. Je hebt te maken met nabestaanden, investeerders, verzekeringsmaatschappijen, projectontwikkelaars, huurders, brandweer, politie, buren, het havenbedrijf, de media, de stad, de staat, de nationale overheid, de noem maar op. Heel New York bemoeit zich ermee, maar dat is democratie. Dat dát kan, is precies waarom dit gebouw er moet komen. Dat was ook wat mijn familie hier vond: het recht om wat te mogen zeggen – en hoop. Blijven geloven dat het beter zal worden, daar gaat het om. Doorgaan, nooit opgegeven, overleven. Architectuur is de ultiem optimistische kunstvorm. Je bouwt, als je het goed doet, letterlijk aan een betere wereld.

Mijn kantoor biedt uitzicht op Ground Zero. Dagelijks zie ik dat er wordt gebouwd. Dit project is toe aan zijn tweede burgemeester, vierde gouverneur en de zoveelste Port Authority Commissaris. Maar ik ben er nog, en ik blijf doorgaan.”

Volgende keer: Marion Bloem

import als ik eerlijk ben