Jan Wolkers; jong en wild in Parijs

Parijs! Een jongensdroom van Jan Wolkers die in 1957 uitkomt. Dankzij een beurs van de Franse regering verblijft Wolkers een half jaar in Parijs, volgt hij stages bij de beeldhouwers Zadkine en Emmanuel Auricoste en schrijft hij over zijn avonturen aan zijn vriendin Annemarie Nauta in Nederland. ‘Als je erbij geweest was, had ik je geloof ik ter plaatse geneukt.’ Een voettocht in zijn sporen.

“De kamer van Wolkers? Die is er niet meer,” zegt de docent Nederlands met licht Frans accent. Getooid met artistieke bril en pet stapt hij net het leslokaal uit. Het is lunchtijd. “Alle kamers hierboven zijn leslokalen geworden.” In het Institut Néerlandais, aan de Rue de Lille nummer 121, krijgen Parijzenaren nu les in de Nederlandse taal. Fransen met een Nederlandse geliefde, zakenmensen en medewerkers van de Thalys breken hier hun tong over hun eerste Nederlandse woorden. De docent verontschuldigt zich: “Ik zou even naar de boulanger voor een petit pain.”

Het Institut Néerlandais straalt voorname rust uit. Wolkers was hier vast een vreemde vage vogel in de bijt. In 1957, het Institut was net geopend door de zakenman Frits Lugt, bewoonde hij hier een kamer op de vijfde verdieping. Voor 7000 francs per maand, inclusief ontbijt, dat werd geserveerd in de zaal waar nu de Fransen zwoegen op hun Nederlands. Er woonden in 1957 nog meer Nederlanders in het Institut, vooral studenten en wetenschappers. In het begin geniet Wolkers van de mengelmoes aan bewoners. Hij kan het best overweg met de biologiestudent Dick Hellenius. Later wordt de academische sfeer hem soms te veel. In de door Onno Blom gebundelde en toegelichte Brieven aan Olga schrijft hij: “Hier in het Institut wordt het steeds vervelender. (–) Op ’t ogenblik zitten we met een stuk of zes professoren en hun dames aan het ontbijt. Dat is niet bevorderlijk voor een ongedwongen discussie.”

Maar de locatie vlak bij de Seine is prachtig, vindt Wolkers. “In de weekenden, als het mooi weer is, lig ik vaak op het dak te lezen, waar je via een nooduitgang komen kunt. Vele malen dwaalt m’n blik dan van mijn boek weg over het panorama. De Sacré Coeur, wit in het zonlicht, de Eiffeltoren als skelet van een voorwereldlijk dier, het Grand Palais en de Opéra met hun groen-koperen daken, en daartussen door de groene plekken, donkerder groen dan de koperen daken, van de parken, waar de kinderen met zeilbootjes in de fonteinen spelen, of jongelui hand in hand op de banken zitten.”
Nu dwarrelen de laatste gele bladeren van de platanen. Op de beelden van Zadkine en Rodin dutten verregende stadsduiven. Wij zetten koers naar de Académie, de stageplek van Wolkers.

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Karine Hoenderdos en Koos Dijksterhuis