Niek Biegman, ex-ambassadeur, over Egypte

Niek Biegman (1936) was ambassadeur in Egypte, later ook namens de VN en de NAVO. De oud-topdiplomaat hoopt dat er ‘iets heel behoorlijks’ voor Moebarak in de plaats komt. Maar hoe reëel is de dreiging van een islamitische overname? ‘Kunt u zich voorstellen hoe hulpeloos men zich voelt?

Hoe beleeft u de gebeurtenissen in Egypte?
“Ik ben erg gehecht aan Egypte. Ik heb er zeven jaar gewoond. Mijn oudste zoon is in Caïro geboren.”

Wat is het voor stad, wat zijn Egyptenaren voor mensen?
“Het zijn de meest vriendelijke, gastvrije en hulpvaardige mensen die je je kunt voorstellen. Geweldig gevoel voor humor ook. Caïro is een enorme stad, een metropool van tegen de twintig miljoen mensen. Maar het is een van de veiligste steden die ik in mijn leven heb bezocht. Veel veiliger dan Amsterdam. Je kunt er op elk uur van de dag of nacht onbezorgd over straat lopen. Nooit een probleem.”

In welke zin heeft u het land zien veranderen?
“De corruptie, de onvrijheid, het gebrek aan perspectief; het zijn zaken die altijd al in meerdere of mindere mate hebben gespeeld. Ook onder Moebaraks voorgangers Sadat en Nasser. Maar wat de problemen erg heeft verscherpt, is de ongekende bevolkingsgroei. Merkwaardig genoeg lees en hoor je weinig daarover in de analyses. Toen Napoleon het land binnentrok, telde het drie miljoen inwoners. Het moet een paradijs zijn geweest. In 1958, toen ik er voor het eerst kwam, waren het er hooguit vijfentwintig miljoen. Nu zijn er meer dan tachtig miljoen Egyptenaren en het gaat rap naar de negentig, de honderd miljoen en nog meer. Egypte heeft veel woestijn, maar die is niet vruchtbaar te krijgen – daar is geen water voor. Het leefbare deel van het land is en blijft iets meer dan 30.000 vierkante kilometer; zo groot als Nederland dus. En kijk eens hoe wij met zestien miljoen al worstelen met de ruimte.”

Ik probeer me voor te stellen dat er tachtig miljoen Nederlanders zijn…
“Oud-minister-president Wim Kok heeft in de jaren negentig in een speech bij een VN-conferentie gezegd dat de bevolkingsproblematiek de moeder der problemen is. Dat deed Kok met overtuiging, en hij had groot gelijk. Maar sinds het tijdperk-Bush en de toegenomen religieuze invloeden is dit probleem volkomen onder tafel geschoven. In die tijd had het vraagstuk absolute prioriteit in Egypte, de bestuurders van de provincies werden er op afgerekend, maar het is gaandeweg opgelost in rook. In Indonesië is het beleid van maximaal twee kinderen per gezin veel langer volgehouden.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week

Frans van Deijl