Campagne in de polder

Verkiezingscampagnes hangen in Nederland nog altijd van gemakzucht en amateurisme aan elkaar. De affiches voor de aanstaande Statenverkiezingen vormen het zoveelste bewijs.

De naam van Godfried Bomans, ooit een van Neerlands populairste schrijvers, wordt helaas nog maar zelden genoemd. Toch is daar juist nu, in de aanloop naar de Statenverkiezingen van 2 maart, een goede aanleiding voor. Want precies veertig jaar geleden publiceerde Bomans onder de titel Spelen in de zandbak van de Nederlandse politiek een reeks reportages over de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1971. Het bleek achteraf Bomans’ zwanenzang, want een paar maanden later overleed hij.

Bomans’ methode was simpel: hij bezocht een aantal partijbijeenkomsten en schreef op wat hij zag en hoorde. Het leverde een reeks rake en nimmer overtroffen typeringen op van de lijsttrekkers van toen. Zo noteerde Bomans dat Hans van Mierlo het gezicht had ‘van een Leidse student over wie zijn ouders zich terecht ernstige zorgen hebben gemaakt maar die dan nog net op zijn pootjes terecht is gekomen’, en zag hij Joop den Uyl de zaal in kijken ‘met de uitdrukking van iemand die zich vaag een anekdote herinnert maar er nog niet op kan komen’.

Wat echter bij herlezing van Spelen in de zandbak van de Nederlandse politiek nog het meest opvalt, is dat er veertig jaar na dato nog maar bar weinig is veranderd aan het krakkemikkige karakter van onze verkiezingscampagnes. Want bijna alle oer-Hollandse rariteiten die Bomans destijds in kaart bracht, bestaan nog steeds: de van ballonnen, vlaggetjes en nerveuze tafelkleedjes voorziene zalen en zaaltjes waar onze politieke kopstukken hun speeches afsteken, de met plakband bevestigde affiches achter het spreekgestoelte, de lauwe kopjes koffie in de pauze en natuurlijk de altijd haperende geluidsinstallatie, die steevast wordt bediend door een hevig zwetende puber, doorgaans de zoon van de zaalhouder.


In het geval u niet de gewoonte hebt om dergelijke bijeenkomsten te bezoeken: denk aan het in oktober gehouden congres van het CDA. Nota bene een landelijke partijbijeenkomst die rechtsreeks en integraal werd uitgezonden op de tv. In grotemensenlanden als Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk laten politieke partijen zulke evenementen grondig en tot in de puntjes voorbereiden. Zo aarzelt men niet om professionals in te schakelen die een speciaal podium ontwerpen in precies de juiste kleuren, met precies de juiste belichting en voorzien van door testpanels geselecteerde leuzen en slogans. In Nederland laten we dat allemaal achterwege, met als resultaat het urenlange geklungel waarop het CDA ons vanuit de Arnhemse Rijnhal trakteerde. Weet u nog het nog? “Ja hallo, wat wilt u vragen bij microfoon nummer drie? Nee, tijdens de stemming kan er geen punt van orde worden behandeld. We gaan nu stemmen met blauw. Blauw – ziet u dat? Dan vraag ik nu om de géle kaart omhoog te houden.” Godfried Bomans had het niet kunnen verzinnen.

Dat het politieke bedrijf in Nederland nog altijd een weinig professioneel karakter heeft, valt ook te zien aan de affiches waarmee de diverse politieke partijen dezer dagen zieltjes proberen te winnen voor de aanstaande Statenverkiezingen.

Neem de posters van de VVD. De liberalen hebben niet eens de moeite genomen om met iets nieuws te komen, want overal zien we weer dat affiche voor de Kamerverkiezingen van 2010 hangen met het VVD-logo en de tekst ‘Zeker nu’. Een lijstnummer of een verwijzing naar de lijsttrekker ontbreekt, en dat is natuurlijk reuze handig, want zo zijn die posters overal en altijd bruikbaar en kunnen ze nog vele jaren mee. Idem dito bij D66, want ook die partij vergast ons op het affiche dat we reeds kennen van de Kamerverkiezingen van vorig jaar. ‘Anders. Ja. D66’ luidt de tekst, wat wel frappant is, want we hebben op 2 maart toch echt te maken met andere verkiezingen dan in 2010. Waarom dan ook geen ander affiche?


Een soortgelijk verwijt valt ook GroenLinks te maken, want die partij lijkt maar niet los te komen van het woord ‘toekomst’. Na ‘Zin in de toekomst’ (de campagneleus bij de Europese verkiezingen van 2009) en ‘Klaar voor de toekomst’ (de slogan bij de Kamerverkiezingen van 2010) komen ze nu met ‘Kies voor de toekomst’. Zullen we daar in de toekomst dan maar eens mee stoppen?

De Socialistische Partij, die toch wel een reputatie heeft hoog te houden op het gebied van campagnevoeren, gebruikt voor de Statenverkiezingen een affiche met de tekst ‘Protest! Nu SP’. Da’s kernachtig, maar denk het woord ‘protest’ weg en je houdt de slogan over die de partij al gebruikt sinds de Kamerverkiezingen van 2006. Voorts wekt het enige verbazing dat het affiche is uitgevoerd in de kleuren rood en knalroze, een wat ongebruikelijke combinatie die de leesbaarheid niet bepaald bevordert. Kleurenblind kun je bij de partij van Emile Roemer maar beter niet zijn.

De PvdA ging bij verkiezingen jarenlang de boer op met de slogan ‘Sterk en sociaal’, maar heeft nu iets nieuws: ‘Het moet eerlijker’. Een nogal vage leus, waarvan je je nauwelijks kunt voorstellen dat er lang over is nagedacht. Ook prijkt op het affiche weer die rare roos die sinds de jaren negentig dienstdoet als partijlogo. Alleen wie goed kijkt, ziet dat er in die roos een strijdbaar vuistje zit verstopt, maar dat is nu juist het probleem: logo’s zijn niet bedoeld om goed naar te kijken. Wie op een artistieke manier verborgen boodschappen wil overbrengen, kan maar beter op de Rietveld Academie blijven. Of heeft Job Cohen het nog niet moeilijk genoeg?

Alleen van de PVV, het CDA en de ChristenUnie hebben we affiches gezien waarop de portretten prijken van de diverse provinciale lijsttrekkers. Dat getuigt van lef, maar misschien toch vooral van overmoed, want provinciale politici zijn doorgaans geen lieden die kunnen bogen op een grote bekendheid bij het publiek. De PVV heeft daar echter handig een mouw aan gepast, want net als bij de Europese verkiezingen van twee jaar geleden, toen Barry Madlener lijsttrekker was, heeft die partij posters vervaardigd waarop ook Geert Wilders duidelijk zichtbaar is: hij staat telkens achter de provinciale lijstaanvoerder en introduceert die als het ware bij de kiezer. Slim bedacht, maar wie de PVV-posters allemaal op een rijtje legt, ziet dat twaalf keer dezelfde foto van Wilders is gebruikt en dat de provinciale lijsttrekkers er telkens bij zijn geplakt.


Natuurlijk, dat mag, en het scheelt vast een hoop geld en moeite, maar ook de PVV-affiches getuigen er zo van dat verkiezingscampagnes in Nederland nog altijd veel weg hebben van spelen in een zandbak. Misschien dat die reportages van Bomans maar eens herdrukt moeten worden. Actueel zijn ze nog steeds.

Roelof Bouwman