Honderd jaar voortplanting

Mensen worden verliefd en krijgen kinderen, die opgroeien, verliefd worden en op hún beurt kinderen krijgen, die ook weer opgroeien… en zo verder. Tegen de achtergrond van een Nederland waarin bijna alles de afgelopen eeuw anders werd, is deze natuurwet de rode draad in En zij die na ons komen van journaliste Truska Bast.

De flaptekst plaatst het boek in de traditie van Judith Koelemeijer, Suzanna Jansen en Annejet van der Zijl, maar anders dan deze schrijfsters koos Bast niet één maar drie families tot onderwerp. Daarmee komt de nadruk minder te liggen op de particuliere geschiedenissen en meer op het grote verhaal van het moderniserende Nederland, verteld in dertien bedrijven waarin steeds weer een andere persoon centraal staat.

Boerenzoon Ko uit hoofdstuk 1 groeit op in een land van graanvelden, moerassen en provinciestadjes, waar kinderen hinkelen en slootje springen en er geen machtiger avontuur bestaat dan een reisje met de trein. De mensen kennen hun plaats: de mannen verdienen de kost in het zweet huns aanschijns, de vrouwen gaan met zakjes blauwsel de grauwsluier van de armoede te lijf, en voor levenskwesties is er de kerk. Ko meent dat zijn dochter, die in haar argeloosheid zwanger is geraakt – van seksuele voorlichting heeft niemand nog gehoord – zal moeten trouwen, maar de dominee vindt dat niet nodig, en die heeft het laatste woord. Maar het blijft natuurlijk een schande, en als de dochter later met een nieuwe liefde trouwt, krijgt het ‘voorkind’ pas na een halve eeuw te horen dat zij een andere vader heeft dan haar jongere zus.

Hoe anders is het Nederland van de kleine Angel uit het slothoofdstuk. De eindeloze akkers van vroeger zijn doorsneden met snelwegen waarover vaders én moeders naar hun werk jakkeren, desnoods 100 kilometer verderop. Kinderen vermaken zich in kamers vol barbies en playstations bij de ouder van dienst, en vakanties worden doorgebracht op Bali of aan de Turkse kust. De voortplanting kan naar believen worden gereguleerd met een keur aan voorbehoedmiddelen (zelfs kippen worden sinds de introductie van de legbatterij niet meer aan hun eigen driften overgelaten). Desondanks is Angel het kind van een tienermoeder, wel voorgelicht maar hopeloos onbezonnen. Ditmaal wordt niet de dominee maar de dokter om raad gevraagd, maar voor een abortus blijkt het te laat – tot opluchting van de aanstaande moeder, die wel zin heeft in de onderneming. De vader, een puber van zeventien, is minder enthousiast.


Hoe dramatisch de gebeurtenissen ook zijn, Bast beschrijft ze steevast sober en zonder een zweem van sentiment, waardoor ze des te meer indruk maken. De grootste rampspoed wordt met de tanden op elkaar doorstaan, waarna men overgaat tot de orde van de dag. “Het was nu eenmaal niet anders.”

Het schrijnendste voorbeeld is misschien wel dat van Sien, die bij haar repatriëring naar Nederland, eind jaren vijftig, twee dochtertjes bij haar ex-man in Indië moet achterlaten, in de vaste overtuiging dat ze hen nooit meer terug zal zien. Het eerste kind uit haar tweede huwelijk noemt ze Linda, naar een van haar verloren dochters.

De nuchterheid en de rijkdom aan details waarmee de familieverhalen zijn opgetekend, maken En zij die na ons komen tot een boeiend, kaleidoscopisch tijdsdocument.

Truska Bast: En zij die na ons komen. Nieuw Amsterdam, €18,50. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Cecilia Tabak