Mijmerijen

Hoe, vroeg Joe Lovano zich af, zou saxofonist Charlie Parker (1920-1955) zich als improvisator, componist en arrangeur hebben ontwikkeld als hij niet op 34-jarige leeftijd zou zijn overleden? Het was Parkers mateloosheid op elk gebied – drank, drugs, vrouwen – die zijn vroegtijdige dood bewerkstelligde en die hem door zijn onstilbare honger naar vernieuwing tot een van de grootste genieën van de jazz maakte.

Op Bird Songs extrapoleert Lovano de muzikale erfenis van Charlie ‘Bird’ Parker naar dit nieuwe millennium, of liever gezegd, naar zijn eigen muzikale state of mind in 2011. Want van de geest van Charlie Parker – gretig, jachtig, rusteloos, roekeloos en to the point – is op dit album niet veel terug te vinden. De twee saxofonisten zijn absolute tegenpolen. Waar Parker in enkele minuten een scherp geformuleerd, glashelder betoog aflevert, profileert Lovano zich als die gezellige oom die op lijzige toon een even omslachtig als intrigerend verhaal vertelt.

Het beeld dat Lovano op Bird Songs van Parker schetst, is dan ook niet erg geloofwaardig. Dat maakt van Lovano’s 22ste Blue Note-album nog geen slechte plaat. Oké, door het gebruik van twee drummers die elkaar te vaak neutraliseren heeft de ritmische ondergrond iets weg van een te zacht opgeblazen luchtbed, een euvel dat door de steady beat van contrabaskoningin Esperanza Spalding zo goed en kwaad als het gaat weer wordt rechtgetrokken. Maar verder is het nog steeds een genot om naar Lovano’s prachtig geblazen mijmerijen te luisteren. En misschien dat opa Parker op 90-jarige leeftijd tóch zo zou hebben geklonken.

Ruud Meijer