‘Ik ga niet zitten mokken’

Ineke van Gent, al bijna dertien jaar Tweede Kamerlid, stemde als enige GroenLinkser tegen het sturen van een nieuwe missie naar Afghanistan. ‘Ik vind niet alleen dat ik gelijk heb, ik probeer het ook te kríjgen.’

Het is een goed bewaard geheim. Ineke van Gent, la Pasionaria van GroenLinks, is op haar vijftiende korte tijd lid geweest van de JOVD, de jongerenorganisatie van de VVD. “Drie, vier maanden. Toen was ik er wel klaar mee, hoor. De JOVD was helemaal mijn ding niet.”

Haar vader was VVD’er, vandaar. “Mijn ouders gunden mij het allerbeste, maar ze waren wel een beetje conservatief. Als je maar goed genoeg je best doet, dan kom je er wel – die gedachte. Ik vond dat liberalen zich te weinig inleefden in andere mensen en hun problemen. Die JOVD hoorde bij mijn zoektocht. Het was van huis uit absoluut niet vanzelfsprekend dat ik bij de PSP uit zou komen, maar ik merkte dat ik het daar geweldig vond. Ik wist: dit is het helemaal voor mij.”

De Pacifistisch Socialistische Partij. Veel erger kon je het als dochter van VVD-huize niet maken, begin jaren zeventig. “Mijn vader trok het PSP-affiche van het raam. En toen ik met een gebroken geweertje – zo’n speldje – thuiskwam, was het huis helemaal te klein. ‘Dat ding af of jij d’r uit,’ zei hij.”

Nu lacht ze er om. Haar vader – zeven jaar geleden overleden – was eigenlijk ‘een schat van een man’. Maar wel heel ouderwets. “Hij had moeite met zo’n eigenzinnige dochter. ‘Dat verandert wel als je twintig bent,’ zei hij altijd. Mijn moeder vond het belangrijk dat ik zou bereiken wat ik wilde. Dat gaf tussen die twee ook weleens spanning.”

Ineke van Gent is 53. “Nu ik zelf ouder word, denk ik weleens: ik lijk best veel op mijn vader. Van hem leerde ik discussiëren. Als ik op school vasthield aan mijn standpunt, moedigde hij aan: ‘Als je ergens echt in gelooft, moet je ook volhouden.'”


Uw vader was beroepsmilitair.

“Ook dat nog, haha! Ik ben een kind van de Koude Oorlog. Het was de tijd van het anti-militarisme, de strijd tegen kernwapens, de gedachte dat je geweld niet met geweld kunt oplossen – al klinkt dat laatste misschien heel soft nu.”

Beschouwt u uzelf nog altijd als pacifist?

“Etiketten hebben mij nooit veel gezegd. Pacifist, socialist… Ik werd PSP’er omdat die partij stond voor emancipatie, de bewapeningswedloop aan de kaak stelde en solidair was met mensen die het – ook internationaal – moeilijk hadden. CPN en SP waren mij te conservatief.”

Gelukkig kwamen haar ouders kijken toen ze op haar 28ste in Groningen geïnstalleerd werd als gemeenteraadslid. “Ik waardeerde het zeer. Van hen heb ik geleerd: hoe je ook van mening verschilt, je moet altijd met iedereen in gesprek blijven.”

Ook nu, met PVV’ers?

“Dat vind ik wel lastig. Hun politiek staat heel ver van mij af. Er klinkt een chagrijn in door, een wantrouwen naar je medemensen dat me helemaal niet bevalt. Hun partijhiërarchie heeft ondemocratische trekjes. Je kunt moeilijk afspraken maken, het is lastig informeel van gedachten te wisselen. We leven met elkaar in één samenleving: ik ben geïnteresseerd in de drijfveren van anderen, maar je krijgt moeilijk contact met ze. Het is lastig in de dagelijkse omgang, omdat ze niet vrij zijn in hun handelen. Wel in gedachten, hoop ik – maar zelfs dat vraag ik me weleens af. Bang dat ze niet precies zeggen wat hun fractievoorzitter denkt. Deze wereldverbeteraarshouding van mij komt misschien ook voort uit het pacifisme: je kunt elkaar beter de hand reiken dan een klap geven.”


Oorspronkelijk voelde ze niets voor ‘de parlementaire politiek’. Van Gent was meer een actievoerder. “Ik stond zwaar onverkiesbaar, maar tussentijds kwam ik er toch in. De raad heeft me totaal gegrepen. Ik vond het zó leuk! Op de fiets ging ik overal heen, naar elk bouwproject. Aanbellen bij bewoners. Of ze wel wisten wat er in hun buurt speelde. Geweldig! Dat heb ik ook meegenomen naar Den Haag. Papieren plannen wil ik altijd toetsen aan de praktijk.”

U stond toen bekend als een felle tante.

“Niet alleen toen hoor! Ik ben nog steeds enorm gedreven. Ik kan hartstochtelijk voor dingen opkomen. En ik heb een lange adem; bijt me ergens in vast en geef niet snel op.”

U zoekt in discussies de uiterste grens op?

“Zeker. Dat moet je ook doen om dingen scherp te krijgen.”

Was u zo’n beetje de Agnes Kant van de gemeenteraad? Een bijtertje?

“Nou, zo kijk ik er zelf niet op terug. Ik was wel pittig, maar dat ben ik nog steeds. Niet uit een soort links hobbyisme, maar omdat ik oprecht gepassioneerd ben. Toen haalden we onze neus wel een beetje op voor bestuurlijke verantwoordelijkheid. Daarin ben ik echt veranderd. De GroenLinks-leus ‘Een ideeënpartij op zoek naar macht’ past heel goed bij mij. Oppositie is belangrijk, maar ik ben tegelijkertijd heel erg van de initiatiefwetsvoorstellen, zoals nu met Eddy van Hijum van het CDA, om mensen flexibele arbeidstijden te laten afspreken met hun werkgevers en meer thuis te mogen werken.”

Hand in hand met het CDA? Als één partij gebasht werd op het GroenLinks-congres begin deze maand, was het wel het CDA.


“Ik ben voor goede oppositie tegen het kabinet. Maar ik wil niet vier jaar lang verbitterd in een hoekje gaan zitten mokken, alsof we nu niets meer kunnen. Ik heb een uitgesproken mening, maar ben ook een bruggenbouwer en wil dingen voor elkaar krijgen.”

“Alles went, behalve Van Gent,” riep Paul Rosenmöller, fractieleider tot 2002, eens vertwijfeld door de GroenLinks-burelen. “Ineke was vaak voorspelbaar in het uiten van het klassieke GroenLinks-geluid,” schreef hij in zijn politieke memoires.

“Dat klopt wel. Ik sta aan de kant van mensen die het moeilijk hebben. Daarom kom ik op voor postbodes, schoonmakers en mensen in de thuiszorg – vroeger eerzame beroepen, nu haast B-categorie. En daarom heb ik aangekaart dat langdurige uitkeringen mensen vaak arm houden en buitensluiten. Tot ongenoegen van de SP, waar ze mij ’n verrader vonden. Ik laat me inspireren door mensen van buiten het Binnenhof. Dat is mijn levensader.”

Soms haalt u mensen het bloed onder de nagels vandaan, hoor ik in GroenLinks.

“Ik ben soms lastig, ook intern – dat geef ik meteen toe. Ik vind niet alleen dat ik gelijk heb, ik probeer het ook te kríjgen. Vervolgens ben ik naar buiten toe totaal solidair met de fractie.”

In de CPN noemden de gestaalde kaders dat ‘democratisch centralisme’: als een besluit eenmaal is genomen, moet iedereen het zonder morren uitvoeren.

“Ik ben nooit lid geweest van de CPN. In zo’n partij zou ik het nog geen vijf minuten uithouden.”

Toen GroenLinks het finale besluit moest nemen over de politietrainingsmissie naar het Afghaanse Kunduz, was het in de fractie 9-1. “En daarna meteen weer 10-0 hoor,” zegt Van Gent er snel achteraan. Van Gent, sinds januari vicefractievoorzitter, stemde als enige GroenLinkser tegen. Met PvdA, PVV, SP en de Partij voor de Dieren.


Uw partij wilde toch graag zo’n missie? GroenLinks en D66 hadden er vorig jaar in een motie op aangedrongen.

“Een missie. Niet per se deze missie. Wij wilden iets doen voor de vrouwen en meisjes die het daar heel moeilijk hebben; voor de opbouw van de rechtstaat. We hebben allemaal dezelfde passie voor internationale solidariteit, maar uiteindelijk maakte ik een andere afweging. Voor of tegen is een ingewikkeld besluit. Het ene fractielid is daarin niet minder integer dan het andere.”

U vond de invulling ‘te militair’. Maar hoe je het ook wendt of keert, in Afghanistan is het niet veilig. Daar wordt nu eenmaal geschoten. Er liggen bermbommen. Dan kun je toch niet zonder militaire bescherming?

“Ik snap ook wel dat het in Afghanistan nuttig kan zijn om F-16’s mee te sturen. Goede bescherming, daar ben ik hartstikke voor. De afweging is dan altijd: hoe ver ga je daarin?”

Het was geen zwart/wit-conclusie?

“Ik neem nooit – pats! – een besluit. Ik weeg alle voors en tegens goed af. Ik had er gewoon te weinig vertrouwen in.”

Heeft u gefaald in het overtuigen van uw fractiegenoten? Als u er drie over de streep had getrokken, was er geen Kamermeerderheid en ging die hele missie niet door.

“Ik zie het niet als falen of slagen. Het was niet makkelijk om voor te stemmen en het was niet makkelijk om tegen te stemmen. Wij hebben er allemaal mee geworsteld en wilden niet, zoals de PvdA, binnen vijf minuten een besluit nemen.”

Wanneer nam u het besluit om hoe dan ook ‘nee’ te zeggen?

“Toen het kabinet de artikel 100-brief naar de Kamer stuurde – de brief waarin het plan werd voorgesteld – dacht ik: zo kan het niet. Tijdens de briefing en de hoorzitting werd dat gevoel alleen maar sterker.”


Het was een turbulente periode voor GroenLinks. Op de eerste dag van het kerstreces kondigde Femke Halsema haar vertrek aan als fractievoorzitter. Jolande Sap volgde haar op. Vervolgens kwam die brief en moest de fractie besluiten. Met driekwart van de achterban tegen.

Volgens Maurice de Hond voelen kiezers zich niet serieus genomen door hun vertegenwoordigers. Hij zegt: had even gewacht met besluiten tot na het congres. En als de achterban dan nog steeds overduidelijk tegen was, had dan ook in de Kamer tegengestemd.

“Ja, dat was misschien wel beter geweest. Achteraf bekeken.”

Oud-GroenLinks-Kamerlid Evelien Tonkens zegt: “Wat is anders je lidmaatschap nog waard?”

“Daar kun je inderdaad over discussiëren. Het waren heftige bewegingen in de achterban. Maar je moet voor de troepen uit durven lopen, al is die beeldspraak in dit verband wat ongelukkig. Toen Femke en ik onze opvattingen over hervorming van de verzorgingsstaat vernieuwden, was de achterban het er misschien ook niet meteen mee eens. Nu is het de kern van ons programma.”

Veel GroenLinksers die boos zijn op de fractie klampen zich nu aan u vast. Jos Meeuws, fractievoorzitter in Echt-Susteren, wilde zijn lidmaatschap opzeggen, maar blijft nu ‘om Ineke van Gent te steunen’.

Ze heeft er gemengde gevoelens over, dat deze rol haar nu opgedrongen wordt.

“Ik heb veel mensen gebeld die dreigden af te haken. Ik hoop dat ze in de partij blijven. Dit was een lastige episode, maar GroenLinks staat nog voor zo veel méér.”

De Hond peilde dat zeventien procent van de achterban een motie van afkeuring tegen de fractie wilde en u als nieuwe fractievoorzitter.


“Die twee vragen zaten in één pakket. Zo kan ik ook peilen! Nee, ik heb niet de wave ingezet toen ik dat las. Ik begrijp als geen ander de gevoelens van de tegenstanders, maar ik wil niet hun boegbeeld zijn. Daar hengel ik absoluut niet naar.”

Alle echt lastige moties op het congres werden met grote meerderheid verworpen. Er waren veel jonge leden. Het bestuur van Dwars, de jongerenorganisatie van GroenLinks, had zich uitgesproken voor ‘Kunduz’. Is dit een generatieconflict binnen de partij?

“Ik hoop het niet. Er waren ook jongeren tegen ‘Kunduz’, maar het klopt wel dat veel mensen die al langer meelopen hier grote moeite mee hadden.”

Gaat u nu extra opletten of het kabinet de missie wel precies volgens afspraak uitvoert?

“Nee, dat doet de hele fractie. Maar het is wel zo: nu daar mannen en vrouwen naartoe gaan, hoop ik van harte dat ik ongelijk krijg met mijn analyse dat het niet zou kunnen.”

Als u inderdaad ongelijk krijgt…

“…dan ben ik de eerste die dat zal toegeven.”

Kan het vervolg dan zijn dat u zelfs instemt met uitbreiding of verlenging van de missie?

“Dit is nu echt lastig om op vooruit te lopen. Een civiele missie waarmee je iets kunt betekenen voor die bevolking, waarmee je het verschil maakt, daar ben ik natuurlijk helemaal niet op tegen.”

Bij de verkiezingen van 2010 stond Van Gent oorspronkelijk onverkiesbaar. Bij GroenLinks mag je maximaal twaalf jaar Kamerlid zijn. Via Twitter en andere sociale media voerde ze actie: “Zet Ien in de Top Tien!” Ze kreeg dispensatie en het congres beloonde haar met een vijfde plaats.


Is het na deze periode onverbiddelijk afgelopen?

“Ja…”

Ze zwijgt, kijkt quasi-vrolijk.

En dan?

“Weet ik nog niet precies. Als het reces een week of drie, vier duurt, begin ik me te ergeren en geef ik overal commentaar op. Dan zegt mijn man dat het tijd wordt weer aan het werk te gaan. Ik denk dat ik heel wat anders ga doen. Ik wil ooit nog wel een hotelletje beginnen, in Drenthe of op Curaçao. Ik ben best handig in klussen en verbouwen. Dan begin ik gewoon voor mezelf.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Jaap Jansen