Piramidespel

De EU moet de kolkende wereld aan de overkant van de Middellandse Zee op afstand houden.

Wie denkt dat de schokgolven die momenteel door de Arabische wereld gaan Europa niet raken, vergist zich. Even ter geheugensteun: de Suez-oorlog markeerde in 1956 het einde van Frankrijk en Groot-Brittannië als koloniale mogendheden. De Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd (1954-1962) zorgde voor een binnenlandse crisis in Frankrijk, die Charles de Gaulle aan de macht bracht en tot de oprichting leidde van de Vijfde Republiek. De Jom Kipoer-oorlog leidde in 1973 tot de eerste oliecrisis, en de Iraanse revolutie in 1979 tot de tweede. De wisselwerking geldt ook omgekeerd. In 1990 dacht Saddam van het einde van de Koude Oorlog te kunnen profiteren door Koeweit binnen te vallen, een gebeurtenis die eerst tot de Golfoorlog leidde, en twaalf jaar later een vervolg kreeg met de Amerikaanse invasie in Irak. Over de ‘war on terror’ horen we niet veel meer, maar de angst voor de Moslimbroederschappen – in Egypte opgericht – is er niet minder om. Daarbij liggen de nieuwe EU-leden Cyprus en Malta op een steenworp van de crisishaarden. Hetzelfde geldt voor de ‘Club Med’, de zuidelijke lidstaten die zich al in het verdomhoekje weten sinds aan de stabiliteit van de euro wordt getwijfeld omdat zij het financieel niet kunnen bijbenen.

Ik noem deze externe schokken niet voor niets. De Suez-oorlog was (met de gelijktijdige Russische inval in Hongarije) in 1956 een belangrijke impuls voor het Verdrag van Rome, waarmee een half jaar later de EEG werd opgericht. Zes West-Europese landen, waaronder Nederland, beseften dat zij vanwege de uitdagingen van buiten de handen ineen moesten slaan. Niet dat dit altijd lukte. In de jaren zeventig stagneerde de Europese eenwording, mede door Britse toetreding, die door De Gaulle nog was tegengehouden. Maar toen eind jaren tachtig het Oostblok ineenstortte, kwam er weer een tempoversnelling. De invoering van de euro, waartoe in 1991 in Maastricht werd besloten en die tien jaar in beslag zou nemen, dateert uit die tijd. Plannen die allang op de plank lagen, vaak van een technisch en economisch karakter, werden opgepoetst en kregen ineens een urgentie die ze zonder die externe schokken nooit hadden gehad. Beleven we nu weer zo’n momentum?


Het lijkt er in eerste instantie niet op. Europa is nergens populair, ook niet in landen als Spanje en Ierland, lange tijd EU-succesverhalen die nu vanwege de schuldencrisis voor diep ingrijpende bezuinigingen staan. De euroscepsis heerst overal, ook in Duitsland, waar grote weerzin bestaat om in te staan voor een land als Griekenland, dat zijn begrotingscijfers heeft gemanipuleerd. Er wordt zelfs gespeculeerd om de eurozone op te splitsen in een sterke noordelijke groep en een groep voor zieke en zwakke gevallen. Een land Nederland is die liever kwijt dan rijk. Maar zie: ineens zijn daar Angela Merkel en Nicolas Sarkozy met hun ‘concurrentiepact’ om de euro te redden. Het is de bedoeling dat de lidstaten hun economische concurrentiekracht vergroten en nationale begrotingen, belastingen en pensioenen op elkaar gaan afstemmen, onder toezicht van een Europees economisch bestuur. Van oorsprong een Frans idee, maar nu op Duitse leest geschoeid.

Omdat dit voorstel van Duitsland en Frankrijk kwam, en niet uit Brussel, voelden sommige kleine landen zich overvallen. De Belgische premier Yves Leterme sprak van een onaanvaardbare inmenging in nationale aangelegenheden, hoewel België – anders altijd Europagezind – vanwege Vlaams-Waalse twisten al bijna een jaar niet wordt geregeerd. Ook de voorzitter van de Europese Commissie, de Portugees José Barroso, voelde zich gepasseerd en sputterde tegen. Toch ging iedereen akkoord, omdat de eurolanden het zich niet kunnen permitteren verdeeld te blijven. Daarbij zijn de zuidelijke staten, die onder curatele komen te staan, te zwak om tegenspel te bieden, omdat Duitsland het vertrouwen van de financiële markten heeft en samen met de Europese Centrale Bank tegenover elk lid van de ‘Club Med’ dat zich ongedisciplineerd gedraagt met ruïneuze krachten kan dreigen.


Het overleven van de eurozone staat op een wankel fundament. Als financieel zwakke landen met telkens nieuwe toezeggingen van sterke landen overeind moeten worden gehouden, kun je van een piramidespel spreken. Maar daar komt nu een geopolitiek aspect bij. De zuidelijke lidstaten hebben gezien de onzekerheden die uit Noord-Afrika en Klein-Azië op hen afkomen nog meer reden om zich aan Europa vast te klampen. Tegelijk moet de EU de kolkende wereld aan de overkant van de Middellandse Zee zowel op afstand houden als perspectief bieden. Daarin past geen loslaten van de zuidelijke lidstaten. Het momentum voor vergaande Europese integratie is ineens onverwacht groot, ook als de bevolkingen er nu niets van willen weten.

Dirk-Jan van Baar