Strijd in het bos

De meeste mensen merken buiten de vierjaarlijkse verkiezingen om amper iets van het bestaan van de Provinciale Staten. Maar voor wilde dieren zijn de beslissingen van de provinciebestuurders letterlijk een kwestie van leven en dood.

‘Volgens mij zijn ze vannacht weer geweest.” Jan Wagenvoort, tuinman van een seniorenflat in Epe, wijst naar verse sporen in het gras. Ooit lag het gazon er prachtig bij, maar de afgelopen jaren is het door wilde zwijnen in een knollenveld veranderd. En het wordt steeds erger. “Twee weken geleden liepen er hier op klaarlichte dag acht zwijnen over het gras! Ik heb de politie gebeld. Als die dieren de weg op gaan, is het levensgevaarlijk.”

Grote wilde dieren, zoals zwijnen en herten maar ook allerlei exotische paarden en runderen, zijn aan een comeback bezig in Nederland. Dat is mooi voor natuurliefhebbers en jagers, maar minder leuk voor boeren, tuinbezitters en automobilisten. Alleen al op en rond de Veluwe veroorzaken zwijnen jaarlijks voor tienduizenden euro’s aan schade aan gewassen en zorgen ze voor talloze aanrijdingen. Degenen die de belangen van mensen en dieren met elkaar in evenwicht moeten houden zijn de provinciebestuurders, die belast zijn met het faunabeheer en dus tussen twee vuren zitten.

“Ik ben een moordenaar!” Verontwaardigd laat Harry Keereweer, PvdA-gedeputeerde van de provincie Gelderland, tweets zien van Marianne Thieme. Het boegbeeld van de Partij voor de Dieren twittert onder meer: “Laat Keereweer niet wegkomen met massaslachting beschermde diersoort.” En, direct aan de gedeputeerde gericht: “U bent verantwoordelijk voor de dood van acht van de tien zwijnen!”

Thieme heeft een punt. De provincie Gelderland probeert de overlast die de zwijnen veroorzaken terug te dringen door hun aantal rond de duizend te houden. En daarvoor moeten er jaarlijks vierduizend worden afgeschoten.


Dat beleid stuit al jaren op verzet, niet alleen vanuit de politiek, maar ook vanuit de samenleving. Dat uit zich in protestacties, spoeddebatten, rechtszaken en zelfs persoonlijke aanvallen aan het adres van verantwoordelijke bestuurders. Een man als Keereweer krijgt naar eigen zeggen ‘heel veel vervelende reacties’.

De ophef over het natuurbeheer beperkt zich niet tot Gelderland. Ook Limburg heeft een ‘zwijnenprobleem’, dat jaarlijks voor tonnen aan schade oplevert. In Noord-Holland liggen de Provinciale Staten met de gemeente Amsterdam in de clinch over damherten uit de duinen die tuinen in de omgeving leeg grazen en het verkeer onveilig maken. De provincie vindt dat er beesten moeten worden afgeschoten, maar de gemeente Amsterdam, die eigenaar is van het duingebied, ziet meer in de aanschaf van hekken en wildroosters. Ook rond het wild in de Oostvaardersplassen in Flevoland lopen de gemoederen hoog op. Hier wordt aan ‘spontane natuurontwikkeling’ gedaan, waardoor ’s winters veel paarden, runderen en edelherten verhongeren. Mensen die dat niet kunnen aanzien, pleiten voor bijvoederen dan wel afschieten.

Afschieten is duidelijk niet de optie die de voorkeur heeft van de Partij voor de Dieren. Volgens Marianne Thieme blijkt uit onderzoek dat hoe meer dieren je doodt, hoe meer jongen er bij komen. “Wat is dat nou voor beleid!”

Thieme heeft geen goed woord over voor het wildbeheer in Nederland. De provincies doen maar wat, vindt ze. Het beleid van de provincies is overal anders en stoelt niet op kennis en kunde. Wat haar betreft raken de provincies die taak dan ook kwijt. “De vraag is of we dit gepruts blijven accepteren of dat we meer centraal gaan aansturen. Daar krijgen we steeds meer steun voor. Van de PVV bijvoorbeeld.”


Thieme vindt dat de mensen maar moeten leren leven met de wilde dieren. Maar volgens de Gelderse gedeputeerde Keereweer is dat geen doen. “Er wonen 600.000 mensen op de Veluwe. Er lopen vier grote snelwegen doorheen. Stoppen met schieten? We hebben nu vijfduizend zwijnen; dat worden er dan volgend jaar tienduizend, het jaar daarop twintigduizend en het jaar dáárop veertigduizend. De overlast zou gigantisch zijn.”

Onzin, zegt Marianne Thieme. Ze wijst erop dat de natuur de grootte van de populatie bepaalt. Het aantal zwijnen is afhankelijk van de hoeveelheid voedsel op de Veluwe. Zijn er te veel zwijnen, dan sterven er dieren van de honger en worden er minder jongen geboren.

Bovendien zijn er volgens de Partij voor de Dieren minder bloedige manieren om de overlast van wilde dieren te bestrijden. De partij heeft onderzoekers van de Wageningen Universiteit gevraagd het faunabeheer van de provincie Gelderland tegen het licht te houden. Daar kwam uit dat er ‘onvoldoende aandacht wordt besteedt aan mogelijke alternatieven ter verhoging van de openbare veiligheid’.

De partijen in het wilddebat staan dus lijnrecht tegenover elkaar. Waar komt die felle strijd toch vandaan? Volgens Roeland Vermeulen van natuurorganisatie FREE Nature is het een clash van culturen. “De inwoner van de stad wil in zijn vrije tijd de natuur opzoeken, en dat moet een zo wild mogelijke natuur zijn. Natuur met een grote N. De inwoner van het platteland leeft in dat gebied en moet daar zijn boterham verdienen. Dat leidt tot conflicten. Kijk maar naar Amsterdam. Het gemeente-bestuur zegt: niet jagen op die damherten. Maar de omwonenden zitten met de overlast. Aan de ene kant zijn we bang voor schade, aan de andere kant willen we een wilde natuur. Dus de één wil de bever terug in de rivier, en de ander vreest al voor gaten in de dijk.”


Gaat het nu nog vooral om planteneters, de komende jaren komen daar wellicht ook nog allerlei grote roofdieren bij. Beesten die al ruim honderd jaar uitgestorven waren in Nederland, zijn in ons omringende landen aan een opmars bezet. De lynx is al waargenomen in Zuid-Limburg, de wolf staat vlak voor de grens, en enthousiaste dierenliefhebbers dromen zelfs van de terugkeer van de bruine beer. Natuur met een grote N!

Vermeulen, zelf wolvenfan en verbonden aan de website wolveninnederland.nl, ziet goede mogelijkheden voor de wolf in Nederland. “Het leefgebied van de wolf in Duitsland lijkt sterk op gebieden in Oost-Nederland, zoals Drenthe en Limburg. Geen wildernis, maar gebieden met akkers en stukjes bos.” En prooidieren zijn er in overvloed. “Een roedel wolven kan overleven in een gebied met zo’n tweeduizend reeën. En we hebben er in Nederland zestig- tot zeventigduizend. Voedsel zat dus.”

Boeren, burgers én bestuurders moeten zich dus voorbereiden op de terugkeer van de wolf, zegt Vermeulen. Maar de politiek is erg terughoudend, klaagt hij. “Ze doen net of het dier niet komt. Maar je moet juist nú beleid maken.”

Wetenschappers van de Universiteit van Tilburg hebben het wolvenbeleid van provincies langs de Duitse grens met elkaar vergeleken. In Limburg wordt nu al gekeken hoe de veestapel kan worden beschermd, en hoe eventuele schade kan worden vergoed. Vergelijkbare afspraken zijn er gemaakt voor de lynx.

In Overijssel vinden de bestuurders dat er niet op de wolf gejaagd mag worden omdat hij een beschermde status heeft, maar komt het dier een paar kilometer noordelijker de grens over, dan is het zijn leven niet zeker. Want volgens de Drenten kunnen alleen dieren die van nature in Nederland voorkomen als beschermde diersoort worden aangemerkt.


Gelderland ten slotte vindt de hele kwestie voorbarig. Gedeputeerde Harry Keereweer: “Daar gaan we wel over nadenken als de wolf echt terug is. Ik geloof best dat er af en toe een verdwaalde wolf door de Achterhoek loopt, maar een hele roedel? Dat kan nog jaren duren.”

Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren ziet in de grote verschillen tussen de grensprovincies in hun kijk op de wolf het bewijs dat de provincies niet op hun taak berust zijn. “Je ziet dat het Roodkapje-syndroom weer tot leven wordt gewekt. Onze schaapjes zijn niet veilig! Dit moeten we absoluut niet aan de provincies overlaten. Die geven alle ruimte aan de jagers. En jagers willen geen concurrentie. Die schieten roofdieren als eerste af.”

Thieme vindt dat de provinciale bestuurders zich te veel laten beïnvloeden door de boeren en de jagerslobby. “De contacten tussen jagers en ambtenaren zijn zo nauw dat ik overweeg om de nationale ombudsman in te schakelen. Die zou daar eens naar moeten kijken.”

Gedeputeerde Keereweer vindt die beschuldiging onzin. Hij betreurt de toon waarop het debat wordt gevoerd. “Al die felle aanklachten. Iedereen mag zich op zijn eigen manier uitdrukken, maar fundamentalisme is nooit goed. En het valt mij op dat ik nauwelijks klachten krijg van mensen die op de Veluwe wonen. Die snappen dat dit beleid nodig is.”

Jan Wagenvoort staat op het vernielde gazon van zijn seniorenflat in Epe. Voorlopig doet hij niets meer aan de grasmat tot de beloofde hekken en wildroosters er zijn. Anders heeft het toch geen zin. Volgens Wagenvoort willen de meeste bewoners van de flat niet dat er nog meer zwijnen afgeschoten worden. “Het hoort er toch een beetje bij als je in natuur woont. En die zwijnen waren er eerder dan wij.”


Hoewel het Rijk in grote lijnen over het jachtbeleid gaat, zijn de provincies zijn verantwoordelijk voor het natuurbeheer op lokaal niveau. Daarbij hoort het tegengaan van schade door wilde dieren, bijvoorbeeld door het plaatsen van hekken en wildroosters. Als dat onvoldoende helpt, kunnen provincies besluiten dat er dieren mogen worden bejaagd. Dan worden er quota vastgesteld voor bijvoorbeeld zwijnen of edelherten, en krijgt een zogeheten wildbeheereenheid, een samenwerkingsverband van jagers, opdracht de boventallige dieren af te schieten. Voor zwijnen en edelherten maakt het dus nogal wat uit welke partijen het voor het zeggen hebben in het provinciebestuur. In Gelderland, waar het CDA nu de grootste partij is en de Partij voor de Dieren slechts één zeteltje heeft, worden jaarlijks duizenden zwijnen afgeschoten.

Over dit lokale jachtbeleid heeft het Rijk niets te zeggen, wat soms tot frustratie leidt bij de Tweede Kamer. Zo werd staatssecretaris Henk Bleker van Landbouw onlangs gedwongen om een onderzoek uit te laten voeren naar alternatieven voor de zwijnenjacht. In eerste instantie had hij dat geweigerd omdat dat onderwerp niet onder zijn verantwoordelijkheid valt. Na een spoeddebat in januari zegde hij toe alsnog op zoek te gaan naar alternatieven. Als hij die vindt, kan hij suggesties doen aan de provincies, die ze al dan niet overnemen.

De provincies hebben overigens niets te zeggen in stukken natuur die in particuliere of gemeentehanden zijn. Voorbeelden daarvan zijn de kroondomeinen rond paleis het Loo in Apeldoorn en de duinen bij Zandvoort, die in het bezit zijn van de gemeente Amsterdam.

Joris Gerritsen