Provinciale Statenverkiezingen:dilemma-dag?

Op 2 maart worden de belangrijkste Provinciale Statenverkiezingen sinds vele decennia gehouden. Dit stelt de kiezer voor allerlei dilemma’s. In de papieren HP/De Tijd: vier visies op de verkiezingen. Hier alvast die van HP/De Tijd-chefredacteur Boudewijn Geels.

Niet stemmen is geen optie
Als zoveel Arabieren hun leven wagen voor zoiets begerenswaardigs als democratie, zou je het een gotspe kunnen noemen dat waarschijnlijk nog niet de helft van de Nederlandse kiezers zich zal verwaardigen om te gaan stemmen bij de Provinciale Statenverkiezingen.

Mocht het op 2 maart toevallig regenen, dan scheelt dat ook al snel een paar procent, zeggen onderzoekers. Als ik zoiets hoor, heb ik altijd zin om iets naar mijn tv-toestel te gooien. Je kunt nog zo blasé of cynisch zijn, mogen stemmen is – zie Egypte, Bahrein en Libië – een voorrecht. Daarvan afzien omdat je permanentje uit model kan regenen, is iets waarvoor ik persoonlijk niet bijster veel begrip kan opbrengen.

Toch zou ik niet willen pleiten voor een daadwerkelijke herinvoering van de stemplicht. Thomas von der Dunk schreef onlangs in dit blad dat de mate waarin Nederlanders over kennis van politiek beschikken zacht uitgedrukt nogal wisselend is. De columnist genereerde er weer een hele berg boze lezerspost mee, maar hij had natuurlijk groot gelijk. Dat door hem gesignaleerde gebrek aan kennis is echter niet alleen voorbehouden aan Tokkie-achtigen die aan de verkeerde kant van de spoorlijn wonen.

Zo heb ik prima geschoolde dertigers horen roepen dat het ‘schandalig’ is om rijke ouderen te laten meebetalen aan hun eigen AOW, want ‘die mensen hebben er toch hun hele leven voor gewerkt?’ Alexander Pechtold, toch ook geen domme man, vertelde op tv dat hij geen enkel begrip kan opbrengen voor PVV-stemmers ‘omdat je er maar gewoon aan moet wennen dat het in je portiek een beetje anders ruikt omdat je exotische buurman anders kookt’. Ook schokkend: hoogopgeleide rechtse Nederlanders die beweren dat het heus wel mee zal vallen met het klimaatprobleem, ‘want we hebben de laatste paar jaar lekker kunnen schaatsen’.

Mag je van een kiezer verwachten dat hij de tijd neemt om alle partijprogramma’s punt voor punt te toetsen aan de realiteit? Natuurlijk niet, alleen al omdat dus maar heel weinig mensen weten wat die realiteit precies is. Waar hij politiek staat, weet de doorsnee Nederlander dan ook slechts bij benadering; zijn stemgedrag laat hij in hoge mate afhangen van de sympathie die hij op de dag van de verkiezingen voelt voor een bepaalde voorman of voorvrouw. Zoals Hans van Mierlo in 2009 in een sombere bui concludeerde: “De kiezers doen maar wat. Die pakken elke trein die voorbijkomt en er een beetje leuk uitziet.”

De trein die Provinciale Staten heet, boemelt al vele decennia vrijwel onopgemerkt door het politieke landschap. Ook ik heb moeten opzoeken hoe de lijsttrekkers van de partijen waartussen ik twijfel eigenlijk heten. Ik ben hun namen nu alweer vergeten. Lastig is ook dat ik blijkens het Kieskompas voor de Provinciale Staten op partij A zou moeten stemmen, terwijl ik voor Eerste Kamer bij partij B moet zijn.

Die keuze is deze keer snel gemaakt, want op 2 maart wordt er vooral ‘strategisch’ gestemd. Mag dit gedoogkabinet verder of wil het volk – althans, het deel dat niet bang is voor een eventuele natte jas – dat linkse senatoren elk wetsvoorstel van Rutte I aan flarden kunnen schieten? Die vraag is te belangrijk om thuis te blijven.

Lees de overige drie visies in de HP/De Tijd van deze week.

Boudewijn Geels