Hoi, en salaam aleikum

De Noorse journaliste Asne Seierstad schreef een bestseller over haar verblijf bij een boekhandelaar in Kabul. De man voelt zich nu verraden. De rechter moet uitmaken wie er gelijk heeft in deze strijd tussen twee culturen.

Pakezels sjokken over een stoffige kruising in Kabul. Mensen persen zich door de menigte, bussen vragen toeterend om ruimte. In deze buurt hebben de Taliban hun schrikbewind uitgeoefend en mensen gedood. Maar achter een vuil raam met het rode opschrift ‘Shah M Book Co’ verbergt zich een oase van troost en hoop.

Tot het plafond liggen er dichtbundels, woordenboeken, kunstboeken en romans opgetast. De geschriften van moslim-soefi’s staan gebroederlijk naast die van Amerikaanse intellectuelen. De oorlogen van Obama naast Gynaecologische chirurgie, Haal alles uit uw dag naast een stapel Playboys. En midden in de stille ruimte zit een heer met een peper-en-zoutkleurige baard en een smetteloos witte disjdasja. “Salaam aleikum,” zegt Shah Muhammad Rais, de man die zijn naam aan de winkel heeft gegeven. “Hi,” zeggen zijn klanten terug, “hi and salaam aleikum.” Amerikanen, Britten, Nieuw-Zeelanders en Duitsers snuffelen tussen de schappen met boeken. Het zijn diplomaten, journalisten en medewerkers van hulporganisaties. Shah Muhammad Rais (56) spreekt Engels en houdt van Shakespeare. Al veertig jaar verkoopt hij de meest uiteenlopende boeken, ongeacht wie er op dat moment aan de macht is. Al driemaal heeft hij hiervoor in de cel gezeten, maar hij houdt koppig vast aan zijn lijfspreuk: ‘Elke stem verdient het om te worden gehoord.’ Hij zegt tachtig procent van alle boeken in Afghanistan te verkopen en runt een besteldienst die zelfs de meest afgelegen gehuchten van boeken voorziet.

Hij levert elk boek dat de klant wenst, behalve één. Dat boek haat hij omdat het ‘vol leugens staat’. Hoewel Shah een voorvechter van het vrije woord is, zou hij dit boek het liefst laten verbieden, want bijna elke zin krenkt zijn eer en beledigt zijn cultuur, vindt hij.


Het boek gaat over hem en zijn familie en het is symbolisch geworden voor de kloof die er tussen het Westen en Afghanistan gaapt – ook tien jaar na de val van de Taliban nog. Een verhaal van ongeluk, onwetendheid en misverstanden.

De vrouw die het heeft geschreven, kijkt er zelden in. Ze is er toch al bijna elke dag mee bezig, of ze nu wil of niet. Het staat in haar volle woonkamer in Oslo naast haar andere boeken over Servische burgers, Tsjetsjeense weeskinderen en de inwoners van het gebombardeerde Bagdad.

Asne Seierstad is lang en blond, 41 jaar oud en zou ook een model voor Scandinavische mode-ontwerpers kunnen zijn. Maar de Noorse journaliste houdt zich bezig met schendingen van de mensenrechten en de menselijke waardigheid. Ze heeft artikelen geschreven vanaf het Tsjetsjeense en Servische front en vanuit China, Irak en Afghanistan. “Ik hoop dat mijn werk mensen eraan blijft herinneren dat er ellende en onrecht op de wereld is,” zegt ze.

Terwijl ze praat, geeft ze haar baby borstvoeding. Op dit moment beheerst de zorg voor haar twee kleine kinderen haar leven, maar ze wil binnenkort weer aan het werk, naar Caïro voor een reportage over kinderen die op een vuilnisbelt leven.

Haar omstreden en 284 bladzijden tellende boek over de Afghaanse boekhandelaar is wereldwijd bekroond en vertaald in 41 talen. Het was lange tijd het bestverkochte non-fictieboek in Noorwegen en stond 44 weken lang op de Best Seller List van de New York Times.

Tegelijkertijd bezorgt het haar een hoop ellende. Boekhandelaar Shah verwijt haar dat zijn biografie aan elkaar hangt van krenkingen en leugens. Sindsdien is alles wat Asne Seierstad doet verdacht: haar professionaliteit, haar ethiek, haar integriteit. Ze heeft met de gedachte gespeeld om niet te reageren op zijn beschuldigingen, maar geloofwaardigheid is het belangrijkste bezit van een journalist. Het is van levensbelang voor iemand die tegen onrecht strijdt. En zo kan zij evenmin als de boekhandelaar leven met wat de ander beweert.


Hun beider ongeluk begon zo hoopvol in januari 2002. “Ik vond hem een geweldige vent,” herinnert Asne zich. En hij zegt over haar: “Ik mocht haar alsof ze familie van me was. Ze leek een van de buitenlanders die Afghanistan zouden kunnen redden.” Dat was hun eerste grote misverstand.

Enkele weken daarvoor was het regime van de Taliban gevallen. Asne Seierstad had reportages geschreven over de gevechten en kocht na aankomst in Kabul zeven boeken in de vriendelijke winkel op de kruising. Ze kwam steeds vaker.

Shah Muhammad Rais was opgetogen. De religieuze politie had plaatsgemaakt voor een internationale vredesmacht. Meisjes zouden weer naar school mogen en vrouwen hoefden misschien geen boerka meer te dragen. Shah nodigde westerlingen bij hem thuis uit. Asne Seierstad was een van hen. Verrast zag ze Shahs zoons, zijn zussen, zijn moeder, een broer, neven en een van zijn echtgenotes tussen de correspondenten van Le Monde, de BBC en CNN zitten. Ze was enthousiast, want tot dan toe had ze de Afghanen alleen leren kennen in streng gescheiden groepen van mannen of vrouwen. Maar dit was het echte leven, dacht ze, waar in Europa niemand iets van wist. Ze zou er een boek over moeten schrijven.

“Mag dat?” vroeg ze daags erna. “Wees welkom,” antwoordde Shah, maar dat bleek opnieuw een misverstand.

De Noorse trok tijdelijk bij het gezin in. Ze sliep met de rest op de grond, ging met de vrouwen naar de markt en met de boekhandelaar op zakenreis tot in Pakistan. Alles wat ze zag en hoorde, noteerde ze in haar opschrijfboekjes. En ’s middags, als er twee uur lang stroom was, schreef ze haar aantekeningen over op haar laptop. Vier maanden leefde ze in het huis van de boekhandelaar, en elke dag brokkelde haar idealistische plaatje een stukje af.


Al snel leed ze mee met de vrouwen, die zich alleen in de hamam vrij voelden. Steeds sterker leek de ranzige geur die uit de keuken kwam, steeds vaker hoorde ze verhalen over afschuwelijke voorvallen in de familie. Deze man, die in zijn winkel tolerantie predikte, leek een kameleon, die thuis twee vrouwen, zijn kinderen en zijn afhankelijke familieleden tiranniseerde. Zijn jonge zus mocht niet naar school, maar moest als sloofje het huishouden doen. Hij nam een zeventienjarig meisje als tweede vrouw omdat de eerste te oud werd.

De familiegebeurtenissen waren minstens zo erg. Een schoonzus van Shahs eerste vrouw was door haar broers met een kussen verstikt omdat ze haar man ontrouw was geweest. Zijn oudste zoon had gezien hoe een bekende in een donker hoekje een bedelares verkrachtte. Een bevriende buurvrouw verloor na een afspraakje op een parkbankje bijna haar leven. “Ze ligt opgesloten in een achterkamertje. Bloeduitstortingen in het gezicht en rode striemen op haar rug,” noteerde Seierstad.

Het boek werd totaal anders dan iedereen had verwacht, namelijk een aanklacht tegen de dominantie van de man in de islam. Het leest als een roman en de boekhandelaar heet weliswaar Sultan Khan, maar het is overduidelijk dat het om Shah Muhammad Rais gaat. Toen het in de herfst van 2002 verscheen, een jaar na de aanslagen van 11 september, bundelde het alle angsten van het Westen voor de enigmatische islam die de wereld in duisternis dreigde te hullen. “Ik ben benieuwd wat ze heeft geschreven,” zei Shah Muhammad Rais destijds in een interview. Hij kon zich niet voorstellen dat iemand aanstoot zou kunnen nemen aan zijn leven, dat hij als volstrekt eerzaam beschouwde. Een jaar later hield hij de Engelse uitgave in zijn hand. Opeens begreep hij alles, ook de blikken van zijn klanten, die hem nieuwsgierig, sceptisch of met medelijden aankeken.


Sinds die dag is hij in een gevecht verwikkeld. Telkens opnieuw vliegt hij naar Noorwegen om Asne Seierstad te confronteren. Zijn leven ligt overhoop. Zijn vrouwen, dochters en twee zoons hebben de stad verlaten, want daar kent iedereen het gezin. Zijn tweede vrouw bleef in Noorwegen met de kleintjes nadat ze hem op een van zijn reizen ernaartoe had begeleid. De eerste trok met de oudere kinderen naar familie in Canada. Alleen de beide volwassen zoons wonen nog in Kabul. Shah Muhammad Rais kan alleen nog maar vechten voor zijn eerherstel.

In Oslo zegt zijn Noorse advocaat: “Dit is een wereldwijd precedent. In onze moderne wereld, waarin iedereen met iedereen is verbonden, is er behoefte aan internationale privacywetgeving. In het geval van Rais staan we helemaal aan het begin hiervan.”

Afgelopen zomer, acht jaar nadat het boek is verschenen, heeft de rechtbank in Oslo de eerste uitspraak gedaan: Asne Seierstad en haar uitgever moeten Shahs tweede vrouw 31.000 euro betalen. “Seierstad zat vol vooroordelen over Afghanistan,” zegt de advocaat, “en ze heeft allerlei dingen verzonnen om haar boek op te leuken. In haar aantekeningen vind je bijna niets terug.”

Per Danielsen is gespecialiseerd in smaadzaken, maar het verbod dat zijn cliënt zo graag wil, zal ook hij niet kunnen afdwingen. De vrijheid van meningsuiting gaat ver in Noorwegen en een rechtbank kan hooguit passages laten schrappen wanneer die de persoonlijke levenssfeer aantasten of bewijsbaar onwaar zijn.

Elke zin van het boek heeft Danielsen tegen het licht gehouden. Volgens hem zijn dertig passages lasterlijk en twintig onwaar. Dat Shah zijn jonge bruid bijvoorbeeld tegen betaling van enkele schapen, sieraden en een koe heeft gekocht, is volgens hem leugen en nog een belediging ook.


Het is officieel vastgesteld dat Seierstad driemaal onjuist heeft geschreven over de vrouw. Bijvoorbeeld toen ze schreef dat zij niets moest hebben van haar toekomstige man, maar toch voor hem koos omdat hij geld en status heeft. En dat zij bang is om geen zoon te kunnen baren. Dat proces was volgens Danielsen maar een opwarmertje. “We gaan gewoon verder. De heer Rais en zijn gezinsleden zijn er klaar voor.”

Op een kwartiertje te voet van zijn kantoor, in een kantoorgebouw aan de Oslofjord, zegt zijn tegenstander, advocaat Cato Schiøtz: “Ik was ervan overtuigd dat wij dit proces zouden winnen. We hebben meteen hoger beroep aangetekend.”

Schiøtz, die Seierstad vertegenwoordigt, is gespecialiseerd in zaken die over de vrijheid van meningsuiting gaan en werkt veel voor grote uitgeverijen. Wanneer nodig brengt hij de zaak naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. “Want als dit vonnis overeind blijft, wordt de persvrijheid bedreigd. Asne Seierstad liegt niet en schendt evenmin iemands privacy.” Hij begrijpt niet waarom Mohammad Rais zich zo druk maakt. “Maar ik kan me wel voorstellen dat hij het maar niks vindt dat een vrouw, ook nog een Europese, hem als gevallen held beschrijft en daar ook nog veel geld mee verdient. Dat is een botsing van twee culturen.”

Enkele dagen voor het islamitische Offerfeest vliegt Shah van Kabul naar Oslo om zijn vrouwen en kinderen te zien. Suraia Rais en de drie kleintjes delen een kamer in een asielzoekerscentrum in een buitenwijk. Het is krap wanneer hij er is. “Mijn gezin was het leven niet meer zeker in Kabul,” zegt hij, “want mensen wilden wraak op ons nemen.” Hij draagt een zwart Hugo Boss-shirt, voor zijn neus staat een laptop op de salontafel.


Vele Noren geloven niets van Shahs strijd tegen het onrecht. Ze denken dat hij de hele affaire ordinair wil uitbuiten om er rijker van te worden. Dat hij meteen na aankomst op de luchthaven een persconferentie hield, maakt zijn geloofwaardigheid niet groter. Maar hij is slechts in tweede instantie op geld uit, zegt hij.

Shah komt uit een land waarin het eigenbelang altijd ondergeschikt is aan dat van zijn stam. In zijn geval geldt de Pash-tunwali, de wetten van de Pashtun-bevolkingsgroep. Die eisen dat een man altijd de eer van zijn familie moet bewaken. Zo niet, dan verliest hij elke autoriteit en aanzien. Shah lijkt nu beide kwijt te zijn, iets wat niet alleen zwaar op hem drukt, maar waarmee hij zich ook de woede van zijn familie op de hals heeft gehaald. De Noorse die hem door het slijk heeft gehaald, moet daarom minstens even zwaar als hij worden gestraft, vindt hij. Hij staat voor de enorme taak om dit te bewerkstelligen voor een Europese rechtbank. Dat is geen kleinigheid, want zaken als het schenden van de familiegeheimen en het misbruiken van zijn gastvrijheid – iets wat hij misschien wel als haar allergrootste vergrijp beschouwt – worden hier anders beoordeeld dan in Afghanistan. Zijn woede is groot: “Het is haar schuld dat wij hier zo leven,” zegt hij met een breed armgebaar. Dat vindt de rechter echter niet. “Gezien de situatie waarin Afghanistan zich bevindt, is het gemakkelijk voor te stellen dat er ook andere redenen zijn om dit land te ontvluchten,” oordeelde die.

Seierstad heeft vele pogingen ondernomen, zegt ze, om tot een schikking met Shah te komen. Ze stelde bijvoorbeeld voor om een half miljoen Noorse kronen in een op te richten stichting te investeren die de Afghaanse cultuur moet bevorderen. Maar elke poging is door Shah veroordeeld als een laffe poging om zijn zwijgen af te kopen. “Dat is niet waar,” zegt ze. “In Afghanistan worden de mensenrechten met voeten getreden. Had ik de andere kant op moeten kijken, alleen uit respect voor die cultuur? Dat zou schijnheilig zijn geweest.”


Seierstad is opgegroeid met het besef dat een mens moet opkomen voor zijn overtuigingen. Met haar ouders sprak ze over ontwikkelingshulp, over vrouwenrechten. Ze komt uit een cultuur waarin de gelijke behandeling van burgers iets is om te koesteren en trots op te zijn. Geen volk ter wereld spendeert zo’n groot deel van zijn nationaal inkomen aan ontwikkelingshulp. Het bestrijden van het onrecht in de wereld is een heilige plicht in Noorwegen.

Zoals Seierstad het ziet, heeft ze de slachtoffers van de Afghaanse cultuur een stem gegeven: de vrouwen. Ze verwijt zichzelf achteraf hooguit dat ze Shah destijds zelf niet heeft bekritiseerd, of dat ze de manier van werken van een journalist – die ook actief is in de hamam – niet beter heeft uitgelegd. Maar iemand die de BBC en CNN thuis uitnodigde, zou de regels toch moeten kennen, vindt ze. Ze vindt dat ze volkomen correct heeft gehandeld. Ze was niet als vriend te gast, maar als journalist. Als iemand haar iets in vertrouwen vertelde, schreef ze het niet op. Sterker nog: sommige dingen heeft ze onschuldiger beschreven dan ze in werkelijkheid waren, en niet alle misdadige voorvallen waarover ze hoorde, staan in het boek. “En alles, echt alles is waar,” zegt ze stellig.Maar wat is waar en wat is een aanname die voortkomt uit de eigen overtuigingen? Seierstad heeft zich in een grijs gebied begeven waar haar cultuur en die van Shah een grote rol spelen. De man uit Kabul vindt zijn leven met twee vrouwen bijvoorbeeld ‘iets natuurlijks’, terwijl de vrouw uit Oslo dit ziet als iets triests. “De eerste vrouw voelt zich alsof ze is gescheiden, maar ze heeft niet de rechten die daarbij horen.” Misschien is het wel de grootste fout van de journaliste dat ze aannam dat iemand die Shakespeare leest hetzelfde wereldbeeld heeft als zij.


Ondanks zijn eigen ervaring gelooft Shah nog steeds in de kracht van boeken. Hij heeft zelf een bibliobus ingericht waarmee hij al tweemaal naar afgelegen provincies is gereisd. “Iedereen in mijn land moet leren lezen en schrijven,” zegt hij, “want alleen dan kun je je informeren en gevaarlijke propaganda doorzien.”

Asne Seierstad is sinds die winter, negen jaar geleden, niet meer in Afghanistan geweest. Ze is gewaarschuwd door de vrouwen wier hulpprojecten ze ondersteunt: “Blijf weg, voor vrouwen als jij is het hier veel te gevaarlijk.” Vaak heeft ze gedacht dat er altijd een kloof zal gapen tussen haar wereld en die van hem. Maar ze weigert het te geloven. “Dat hij zo daadkrachtig is, waardeer ik altijd nog ten zeerste in hem,” zegt ze. “Afghanistan heeft mensen zoals hij nodig.”

Katja Thimm