‘Ik ben geen ritselaar, ik régel dingen’

Na de historische nederlaag bij de Kamerverkiezingen van 2010 wacht het CDA op 2 maart een nieuwe dreun. Gesprek met vicepremier Maxime Verhagen over wat zijn partij te doen staat. ‘Ik neem mijn verantwoordelijkheid, ik toon leiderschap.’

Ons gesprek vindt plaats na afloop van de ministerraad op zijn werkkamer op Economische Zaken. De afgelopen dagen voerde de minister campagne in alle mogelijke uithoeken van het land. Vaak was hij niet voor één uur ’s nachts thuis. Toch oogt hij niet vermoeid, en hij veert zelfs op als hem wordt gevraagd naar de sfeer in de regeringsploeg. Die omschrijft hij als goed, constructief en gekenmerkt door een open houding. Maar is het ook gezelliger, kameraadschappelijker dan in het vorige kabinet, waarin Verhagen met sociaaldemocraten te maken had? “Het gaat niet om gezelligheid,” bromt hij. “Het gaat om constructief samenwerken. Resultaten boeken, dat is de inzet.”

In de huidige campagne sparen VVD’ers het CDA van Maxime Verhagen nogal opzichtig. De coalitiegenoot heeft het al zwaar genoeg na de historische nederlaag van vorig jaar bij de Tweede Kamerverkiezingen en de daarop volgende deelname aan het gedoogkabinet met de PVV, die de partij behoorlijk heeft gespleten. En na ruim honderd dagen regeren met Mark Rutte is het lek bepaald nog niet boven. In de peilingen staat het CDA onafgebroken op verlies.

Het mededogen van de VVD’ers is op te vatten als een nobele, collegiale daad, maar het heeft ook veel weg van een dodelijke omhelzing. “Dit is een non-issue,” stelt Verhagen. “Het gaat om iets anders, namelijk de vraag wat je voor ogen hebt met betrekking tot de inrichting van de provincie. Hoe presenteer je je eigen opvattingen?”

Zo gaat hij even door, om dan te eindigen met: “Ik heb helemaal geen afspraken met Mark gemaakt om ons te ontzien of zo. En als er andere VVD’ers zijn die zeggen: ‘We laten ze met rust,’ dan is dat hun keuze.”


Het is Verhagen ten voeten uit. Zo hard en duidelijk als hij schijnt te zijn bij onderhandelingen, zo mistig drukt hij zich vaak uit in de openbaarheid. Mist heeft het voordeel dat niemand je kaarten ziet. Dat het volk je niet helemaal kan volgen, is kennelijk van ondergeschikt belang. Eerst scoren, en als je dat maar vaak genoeg doet, ga je daarmee naar je achterban en kan er afgerekend worden. Maar spannend is anders.

Onherroepelijk draagt dat bij aan het beeld dat er van hem is ontstaan: van de handige, ongrijpbare, jezuïtische, lichtelijk onbetrouwbare ritselaar. Vooral PvdA’ers die hem hebben meegemaakt bij de formatie van 2003 weten ervan. Dat imago blijkt een gevoelig punt. “Ik ben geen ritselaar, ik régel dingen. Dat is heel wat anders. Ja, het raakt me, want het doet me geen recht. Ik bereik resultaten, en dat is het gevolg van vakmanschap, van een houding: wat wil ik, wat wil jij, en kunnen we afspraken maken? Zodra er een afspraak staat, staat-ie er ook. Harde onderhandelaar, zeker, maar altijd fair. Wouter Bos, Jacques Tichelaar, Jozias van Aartsen en Mark Rutte zullen dat beamen.”

De bij het gesprek aanwezige persoonlijke assistente voegt eraan toe dat er veel achter een bepaald lachje van haar baas is gezocht. Verhagen legt uit: “Ik ben een open boek. Ik hou heel erg van dit vak. En als ik bij een onderhandeling een goed resultaat bereik, dan ben ik daar blij om. Dan lach ik. Kennelijk mag dat niet van sommigen, of legt men dat uit als ‘lekker puh’ of zo. Maar dat is het echt niet. Het is blijdschap. Moet ik dan een masker opzetten of toneelspelen? Nee, daar zijn anderen beter in. Nogmaals, ik ben een open boek. Iemand schreef bij de formatie: als je wil weten hoe het ervoor staat, dan hoef je alleen maar naar het gezicht van Verhagen te kijken. Zo is het.”


Al eerder liet Verhagen weten de uitslag van de Provinciale Verkiezingen niet ‘cruciaal’ te vinden. Logisch, want het verlies staat vast, en voor de buitenwacht is het kabinet te kort aan het werk om de meerwaarde van het CDA daarin terug te zien. Neemt niet weg dat één vraag de ongekroonde koning van het CDA uit de slaap moet houden: waarom zijn de CDA-kiezers uit Brabant en Limburg in 2010 overgelopen naar de VVD en PVV? En hoe keren die weer terug? Verhagen: “Wij verloren 21 zetels, en daarvan waren er negen van de zogeheten thuisblijvers. Onze opdracht is om hen weer zover te krijgen dat ze naar de stembus gaan.”

Hij gaat te snel: waarom bleven die verstokte CDA-kiezers uit Limburg en Brabant dan thuis? “Na acht jaar Balkenende was het appeal, de aantrekkingskracht wel uitgewerkt. Maar ik reken mezelf ook aan dat we te veel weggekeken hebben van de zorgen van de mensen. Mensen zijn onzeker geraakt over hun toekomst, over de wereld om hen heen die snel verandert, waar agressie op straat heerst, waar…”

Ho, opnieuw praat Verhagen over een belangrijke opmerking heen, dat zijn partij heeft ‘weggekeken van de zorgen van de mensen’. Maar dat is toch een veel ernstiger fout dan hij doet voorkomen? Politici mogen niet wegkijken, ze worden door het volk betaald om naar ons om te kijken.

Verhagen verwijst naar interne onderzoeken van de CDJA en van de commissie-Frissen naar de oorzaken van de verkiezingsnederlaag, en zegt dan: “De vraag waarom we hebben weggekeken, is minder relevant, want het is gebeurd. Het is een feit. Van daaruit moeten we verder, en ervoor zien te zorgen dat we weer een volkspartij worden die midden tussen de mensen staat, die naar hen luistert en hen er tegelijkertijd op wijst dat ze ook een eigen verantwoordelijkheid hebben.”


Weer dendert de trein voort. Nieuwe poging: hoe verklaart hij de opmars van de PVV, de partij die claimt de stem van het volk eerder dan wie ook te horen?

“De PVV is een partij van de verontwaardiging. Die is deels terecht. Maar het CDA wil behalve delen in die verontwaardiging ook concrete oplossingen aanreiken die in het kader staan van onze normen en waarden.”

Welke les heeft Verhagen geleerd uit de verkiezingsnederlaag en het rumoer rond de deelname aan dit kabinet? “Dat we dus hebben weggekeken,” herhaalt hij. “Maar tegelijkertijd zeg ik: ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen voor dit regeerakkoord, ik heb leiderschap getoond. Zonder mij was dit kabinet er niet gekomen. Zonder Mark Rutte natuurlijk ook niet, maar je stelt de vraag aan mij. En ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen om weer naar de mensen te gaan en naar hen te luisteren, en ik wil het land weer aan hen teruggeven. De mensen moeten het weer voor het zeggen krijgen. Ik geloof in de kracht van de mensen zelf.”

Ter rechterzijde klinkt het van: de multiculturele samenleving is mislukt, failliet. Dertig, veertig jaar intensief en geldverslindend minderhedenbeleid heeft tot niets geleid. Frits Bolkestein waarschuwde er al voor in het begin van de jaren negentig, daarna Pim Fortuyn en nu weer Geert Wilders. Ten slotte durft ook Verhagen zich er in die bewoordingen over uit te laten. Te laat, eigenlijk.

“Ho eens even, Balkenende zei al in voorjaar 2002 dat de multiculturele samenleving niet nastrevenswaardig is. Dat gaat dus verder dan die mislukking. Maar laten we ophouden met na te gaan wie het ’t eerst zei of inzag, en ons concentreren op hoe het verder moet.”


Graag, en hoe moet dat dan?

“De Nederlandse waarden en normen zijn bepalend. En die zijn gestoeld op de joods-christelijke, humanistische traditie. Dat is en blijft het uitgangspunt. En dat betekent dus niet dat hier sharia-rechtspraak wordt toegepast, dat hier gedwongen huwelijken worden gesloten, dat eerwraak is toegestaan, dat homo’s worden gediscrimineerd, dat meisjes in korte rokjes op straat worden uitgescholden, maar het betekent dus ook niet dat moslims worden achtergesteld.”

Wat hij maar wil zeggen is dat er te veel op z’n beloop is gelaten, dat we de anderen te veel hebben willen pleasen. Maar Verhagens eigen partij was daar toch nagenoeg al die tijd bij? “Zeker, en daarom zullen we een tandje bij moeten zetten om een verandering teweeg te brengen. Laten we nou eens beginnen te proberen Nederlanders weer een beetje trotser op hun land te laten worden. Dat begint al bij de burgerschapsceremonie, voor al die nieuwkomers die een Nederlands paspoort krijgen. Dat moet een feestje zijn, toch?”

Is hij ook voor het zingen van het volkslied op scholen, zoals in de Verenigde Staten gebeurt? Dat gaat Verhagen te ver; kennelijk ziet hij de krantenkoppen alweer voor zich. “In het algemeen zou ik willen dat Nederland in al z’n facetten meer tussen de oren gaat zitten. Trots op Nederland, het is een slogan die helaas al door Rita Verdonk is ingepikt, maar oorspronkelijk was die van ons.”

In het kerstnummer van HP/De Tijd sprak CDA-minister en partij-ideoloog Hans Hillen zich uit voor een ‘conservatiever’ profiel van zijn partij. Maar Hillen maakte daar geen vrienden mee in zijn partij, waar de politiek correcte, veelal protestante progressieve aanhang nog steeds invloed heeft. “Ik hou er niet van om etiketten op te plakken over een woord. Het moet er niet over gaan, want wij moeten ervoor zorgen dat we weer een volkspartij worden die tradities paart aan nieuwe ontwikkelingen, en dat tegen de achtergrond van de globalisering, om maar eens wat te noemen.”


Dat antwoord is te vaag, te gefragmenteerd. De boodschap aan de thuisblijvers in het zuiden moet explicieter. Maar Verhagen geeft geen krimp. “De wereld is veel gecompliceerder dan de oneliner voor de bühne.”

Dat mag zo zijn, maar juist vanwege die complexiteit hebben mensen behoefte aan duidelijkheden, aan houvast. Wilders sprak laatst van ‘tuigdorpen’ voor een bepaald soort criminele jongeren, en ondanks alle voorspelbare kritiek stond het meteen op alle voorpagina’s.

“Tuigdorpen; ik zou zeggen: die jongens gaan gewoon de bak in. Dat is toch hetzelfde? Ik ga mezelf niet overschreeuwen omdat dat van mij verlangd zou worden. Dan moeten mensen maar naar andere partijen overstappen. Ik weiger te blijven steken in verontwaardiging en verder geen oplossingen te bieden.”

Volgens een verkenning van het Nationaal Kiezersonderzoek door de Leidse politicologen Joop van Holsteyn en Galen Irwin moet het CDA zich profileren als een gematigd conservatieve partij om te kunnen concurreren met de VVD en radicaal-rechtse stromingen als de PVV. Verhagen gaat er liever niet op in.

Op het roemruchte partijcongres van 2 oktober van vorig jaar, waar de leden instemden met het gedoogakkoord, wilde niemand ervan weten, want het CDA laat zich erop voorstaan een middenpartij te zijn, een brede volkspartij, maar de gedachte aan een CDU/CSU-achtige constructie begint zich op te dringen. Ook in Duitsland bestaat de christendemocratische beweging uit een progressief-christelijk smaldeel (CDU) dat zijn wortels heeft in Midden- en Noord-Duitsland en een conservatief electoraat dat overwegend in het zuiden (Beieren) is te vinden. Verhagen: “Het mooie aan de CSU is de combinatie van Laptop und Lederhose, zoals het daar wordt aangeprezen. De lederhose is het symbool van de traditie, van oude, vertrouwde normen en waarden, en de laptop staat voor innovatie en vernieuwing. Dat spreekt mij zeer aan. Beieren was ooit een achtergebleven boerenland, maar het heeft zich de afgelopen jaren razendsnel ontwikkeld.”


Eind van de zomer wordt hij 55 jaar, een leeftijd waarop je normaal gesproken nog een laatste belangrijke wending aan een loopbaan kunt geven. Politici zijn altijd huiverig voor vragen op dit vlak, want in het openbaar geuite ambities worden vrijwel zeker niet verwezenlijkt. Maar zou zo’n politiek dier als Verhagen nooit een dagdroompje hebben, over een lange verre reis, het schrijven van een boek, of een leven in de luwte met de kleinkinderen? “Op mijn leeftijd loop je niet meer met zoveel jongensdromen rond. Waar ik wel naar uitkijk, is een rustige vakantie met mijn gezin. Dat is er het hele afgelopen jaar niet van gekomen.”

Het politieke leven dat hij nu al bijna een kwarteeuw leidt, is slopend. Verhagen kampt met nek- en rugklachten, met uitvalsverschijnselen van de linkerhand. “Tien jaar geleden, na afloop van een uitzending van Den Haag Vandaag, liep ik naar een gereedstaande taxi toen het ineens in mijn nek schoot. Ik krepeerde van de pijn. Zat vier maanden onder de morfine. Vier nekwervels bleken te zijn versleten en knelden mijn zenuwen af in mijn arm. Heb je weleens een been dat slaapt? Dat vervelende, prikkende gevoel heb ik de hele tijd. Ik heb altijd pijn. Maar dan kun je toch nog veel, hoor, met intensieve fysiotherapie, met kraken en manuele therapie. En pijn went.”

Het gesprek verdient een fraaier slot, en ik stel vast dat ondanks het fysieke ongemak de vicepremier opmerkelijk veel geestdrift uitstraalt. Het kan niet anders of dit is de man die de spreekwoordelijke kar gaat trekken.

“Ha ha ha”, reageert hij, “stel die vraag over drie jaar nog eens. Maar toegegeven, ik ben zeker nog niet klaar. Mijn ambitie is de partij erbovenop te krijgen, en om als minister van Economische Zaken ervoor te zorgen dat we over twintig jaar voldoende werk hebben, en energie.”


Heb ik gesproken met de onbetwiste politieke leider van het CDA?

Verhagen schuift naar voren en zet nog een keer aan. “Je hebt gesproken met iemand die, één: niet wegloopt voor z’n verantwoordelijkheid, die, twee: leiderschap toont als het ertoe doet, na de verkiezingen van vorig jaar, tijdens de formatie, en ook nu in de campagne voor de Provinciale Staten.”

En die drie: heel graag wil.

“Als ik dat niet zou willen, dan zou ik onmiddellijk moeten stoppen.”

Dus heb ik gesproken met de politieke leider van het CDA en nemen we voorlopig afscheid van Camiel Eurlings, Jan Kees de Jager, Jack de Vries, Henk Bleker en wie nog meer genoemd worden als kandidaat-partijleider.

“Eh…”

Doe niet zo moeilijk.

“Je hebt gesproken met iemand die leiderschap toont. Punt.”

You’re the one and only.

“En met iemand die zijn verantwoordelijkheid neemt.”

Frans van Deijl