‘Kunst heeft alles met oplichting te maken’

Rob Malasch heeft met zijn Amsterdamse galerie Serieuze Zaken grote successen geboekt, onder meer met werk van jonge Chinese kunstenaars. Dit voorjaar moet er nog één klapper volgen, daarna houdt hij de ‘versleten galerieformule’ voor gezien.

‘Ik haal binnenkort Maxwell Snow vanuit Amerika hiernaartoe. Hij is een fotograaf van in de twintig en bloedrelatie van het schatrijke De Menil-geslacht. Ik kwam hem tegen op een diner in New York. Ik wilde eerst zijn broer Dash Snow naar Nederland halen, maar die was net overleden aan een overdosis heroïne – en ze lijken als twee druppels water op elkaar! Ik dacht dat ik gek werd toen ik hem zag. Anyway, die De Menil-mensen geven elk jaar miljoenen uit aan kunst en ik weet zeker dat Maxwell het he-le-maal gaat worden. Waarom? Omdat ik dat zeg, natuurlijk.

De kunstwereld heeft natuurlijk alles te maken met oplichting. Ik zou niet weten hoe ik het anders zou moeten omschrijven. Je kunt er jarenlang op gestudeerd hebben en er vreselijk serieus over doen, maar wie nu een interessante kunstenaar is of niet, het gaat altijd alleen maar over geld en het blijft een afspraak tussen een heel kleine groep mensen. En als daar meteen een hele horde mensen achteraan rent, dan is het gewoon zo.

Maar oké, ik zie ook weleens wat. Ik weet vooral altijd erg goed wat ik níet wil. Ik heb het bijvoorbeeld helemaal niet op dat getapte, op de populaire jongens. Dat vind ik zo verschrikkelijk oninteressant. Dat je dan in het Groninger Museum de studio van Herman Brood na gaat bouwen – ja, sorry hoor! Er komen natuurlijk heel veel mensen op af, maar het is zo Efteling.

Of zo’n Caldic Collectie in de Kunsthal Rotterdam; van die mensen die hun geld in de chemie hebben verdiend. Dat is helemaal geen collectie, er zit geen samenhang in, geen persoonlijkheid, geen karakter. Volkomen onzin, niveau De Wereld Draait Door, de waan van de dag bij elkaar gekocht! Het spijt me dat ik het zeg, maar ik vind dat zo verschrikkelijk oninteressant. Ze waren zo rijk en kochten zo veel kunst en waren – moeten we dan zeker denken – zo gelukkig en succesvol. Boek half uit en dicht. Boring!


Wat daar ónder zit, de mensen die nog niet zo vreselijk ‘geslaagd’ zijn, dát is het verhaal dat ik wil lezen. Neem de Young British Artists, mensen als Gavin Turk, Sarah Lucas, Tracey Emin – dat werk kostte toen ik ze naar Nederland haalde een paar honderd gulden, en nu? Een vermogen! Of Yue Minjun, de lachende Chinees. Toen ik hem tien jaar geleden naar Europa haalde, kostte wat hij maakte gemiddeld een paar duizend gulden. Nu worden diezelfde werken voor twee-, tweeënhalf miljoen euro verkocht.

Ik vond het best leuk om daar even aan mee te doen en een keer een miljoen binnen te slepen, maar dan ben je rijk: so what? Uiteindelijk is er altijd wel iemand die nóg rijker is. Net níet is wat dat betreft veel interessanter. Ik heb er echt moeite voor gedaan om dat grote succes niet binnen te halen, want alleen dan moet je steeds weer terugvallen op je creativiteit. Dat geldt voor kunstenaars ook. Rijkdom is waan, risico is de werkelijkheid.

We zijn in 1953 uit Indonesië hiernaartoe gekomen en dat is een van mijn meest ingrijpende ervaringen gebleken. Je wordt uit het paradijs gerukt en komt in Middelburg terecht, drie maanden na de watersnoodramp. Ik kan me goed herinneren dat die overgang een totaal gevoel van relativiteit bij me teweegbracht. Ik dacht: oké, zo kunnen de dingen dus ook gaan. En ik dacht ook: no use crying over spilled milk; geen angst en al helemaal geen faalangst, je maakt er maar het beste van.

Dus Maxwell Snow; hij is geen zekerheid en mensen zien dat niet zitten, maar dat vind ik juist de kick. En als dat straks een succes is, dan kun je dat tot in de lengte van dagen uitmelken, maar dat doe ik niet. Ron Amir, de Israëlische tekenaar, gaat hem nog voor en dan… Die versleten galerieformule heb ik nu wel onder de knie. Je kunt net zo goed naar de kunstenaar zelf gaan, of van het internet kopen. Nee, ik weet nog niet zeker wat ik ga doen. Ik weet alleen zeker wat ik níet ga doen. Het ligt allemaal open. Dat is een lekker gevoel, vertrouwd.”


Volgende keer: Isis van der Wel

Gijs De Swarte