Metamorfose

Iron & Wine, Kiss Each Other Clean, 4 sterren.

Voor wie The Creek Drank the Cradle nog inzijn hart meedraagt maar het werk van Samuel Beam de afgelopen jaren een beetje uit oog is verloren, lijkt een waarschuwing op zijn plaats: de karige intimiteit van dit bejubelde album uit 2002 heeft op Kiss Each Other Clean plaatsgemaakt voor een rijk, caleidoscopisch georkestreerd klankpalet. Helemaal als een verrassing komt dit niet: Our Endless Numbered Days (2004) en The Shepherd’s Dog (2007) plaveiden reeds de weg voor de weidse, muzikale gebaren die dit nieuwe album sieren. Samuel Beam, de bebaarde singer-songwriter die zijn muziek uitbrengt onder het tot een groepsnaam uitgegroeide pseudoniem Iron & Wine, heeft in tien jaar tijd een ware metamorfose ondergaan. De fluisterzachte vocalen zijn gebleven, maar de bescheiden tokkelende gitaren moeten het speelveld nu delen met, ja, wat niet eigenlijk? Moddervette analoge synthesizers, vibrafoons, piano’s, percussie-instrumenten uit alle windstreken, vooraanstaande leden uit de saxofoonfamilie: op Kiss Each Other Clean is het dringen geblazen voor een plaatsje in een klankbeeld dat drijft op een veelvoud van ritmes uit de populaire muziek. De nog immer cryptische teksten – ‘When the gun-shy goddess of love came back to patch things up /She had a purple heart and mother’s milk in a plastic cup’ (Big Burned Hand) – weerklinken nu zelfs meerstemmig uit zoet kwelende kelen. Soms is dat iets te veel van het goede. Maar dat goede is en blijft onwaarschijnlijk goed.

Ruud Meijer