Carolyn Steel: ‘We zijn bang geworden voor ons eten’

Ruim vier jaar onderzoek deed de Britse architecte Carolyn Steel naar verleden, heden en toekomst van onze steden. Ze kwam tot de conclusie dat de steden vooral door één ding worden gevormd: voedsel. Het boek dat ze erover schreef, werd een bestseller.

De hongerige stad, dat klinkt sinister. De stad als een nietsontziend monster dat alles wat voor zijn voeten komt verslindt. Is de toekomst werkelijk zo donker?
“Er is iets fundamenteel mis in de ontwikkeling van onze steden. Steden beslaan slechts 2 procent van het aardoppervlak, maar leggen beslag op 75 procent van de beschikbare voedsel- en energievoorraad. Er wordt verwacht dat in 2050 meer dan driekwart van de wereldbevolking in steden zal wonen. Kan dat goed gaan? Ik denk van niet.”

We gaan de apocalyps tegemoet?
“Nee. Maar ik ben van nature optimistisch, haha. De problemen zijn groot en de oplossingen zullen ingrijpend zijn, maar niet onmogelijk. In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten wordt de helft van het eten weggegooid. Tegelijkertijd zijn een half miljard mensen structureel ondervoed. Die paradox moet toch op te lossen zijn?”

Weg met de steden dus?
“Dat zeg ik niet. Ik ben geboren in hartje Londen. Ik houd van de stad. Steden hebben ons ook vooruitgang gebracht. Het voedselprobleem in de steden overigens niet nieuw. In het Rome aan het begin van de jaartelling woonden een miljoen mensen. Ook toen waren er enorme problemen om alle inwoners te voeden. Om de haverklap waren er voedselrellen. Maar er zijn andere problemen bij gekomen. De milieuverontreiniging, het watertekort, de energieschaarste, de kloof tussen het welvarende Westen en de rest van de wereld worden allemaal vergroot door de toenemende urbanisatie. Daarbij komt de productie van voedsel steeds verder onder druk te staan.”

Maar de graanopbrengst per verbouwde hectare groeit toch nog steeds?
“Klopt. Maar voedsel moet voor de beschikbare landbouwgrond concurreren met de teelt van gewassen voor biobrandstof. Indirect wordt ons voedselaanbod dus beïnvloedt door de olieprijs. Daarbij veranderen ook onze voedselgewoonten. Tegenwoordig eet de gemiddelde Brit tachtig kilo vlees per jaar, en ik heb geen enkele reden om aan te nemen dat dit in Nederland minder is. Honderd jaar geleden was dat slechts 25 kilo. In China ligt de vleesconsumptie nu nog ver onder het Europese gemiddelde van een eeuw geleden, maar het stijgt explosief. Hoe dat komt? Doordat steeds meer Chinezen in steden gaan wonen. Nu al wordt eenderde van de graanproductie gebruikt als veevoer. Dus ja, de wereldwijde voedselproductie komt steeds meer onder druk te staan.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Jeroen Junte