Bijna alles voor bijna niks

Moeten we onze cd-collectie op Marktplaats zetten nu er streamingsites als Spotify en RDIO zijn? Onze muziekrecensent en hartstochtelijk verzamelaar dacht er – met het mes op de keel – héél even over na.

‘Waarom doe je de hele boel niet weg?” Ik laat de vraag even in de lucht hangen, omdat ik niet weet of het een grap is of een serieuze suggestie. De blik in de ogen van de vragensteller verraadt dat hij het meent. Hij laat zijn blik langs de wand vol cd’s en verzamelboxen glijden alsof hij met een dichtgeknepen neus op de vuilnisbelt staat. Ik doe mijn mond open en probeer iets te zeggen dat op een antwoord lijkt, maar er komt niets uit: mijn verwarring is te groot. Deze heer, laten we hem een bevriende zakenrelatie noemen, is óf stikjaloers óf niet goed bij zijn hoofd. Respectvol opteer ik voor het eerste. Ik heb mensen hier wel vaker groen en geel van afgunst zien worden. Radiohead compleet in fraaie doos, de Barclay-jaren van Brel op vinyl, alles van Stravinsky gedirigeerd door de maestro zelf, alle heruitgaven van Miles Davis in luxe, metalen designboxen, één strekkende meter Bach, vijfenzeventig centimeter John Zorn en verder alles van waarde dat een plekje heeft tussen Fred Astaire en Frank Zappa. De cultuurbarbaar naast mij, ongemakkelijk geworden door de aanhoudende stilte mijnerzijds, meent er nog een schepje bovenop te moeten gooien: “Ik bedoel, wat moet je met al die troep in je huis?” Wanneer ik hem aankijk, bespeur ik geen greintje jaloezie. De man is oprecht verbaasd dat iemand er nog zo’n stoffig archief op nahoudt. Ik herneem mezelf en stamel: “Oké, dat zou ik kunnen doen. Maar wat dan?” Hij kijkt me triomfantelijk aan en zegt op een toon die mij even doet vermoeden dat ik in een reclamespotje ben beland: “Spotify natuurlijk!”

Ik moet eerlijk bekennen dat ik, toen zich deze scène een half jaar geleden afspeelde, geen flauw idee had waar de man het over had: de streamingsite met de naam van wat een vlekoplosser zou kunnen zijn, was toen nog maar net in Nederland actief. De ‘collega’ stond inmiddels te popelen om zijn Ster-spotje af te maken. “In principe is het gratis, maar dan krijg je er steeds reclame doorheen. Maar voor 44,99 kun je miljoenen tracks streamen op je computer. Dan ben je meteen van dat illegale downloaden af, want waarom zou je nog downloaden als alles wat je wilt horen permanent als een stream beschikbaar is? En voor een tientje heb je het als een app op je telefoon…” Ik voelde me even als iemand uit de negentiende eeuw die zich verzette tegen de komst van de stoomlocomotief. Eerst maar proberen om de imperfecties van het systeem boven water te krijgen. “Het lijkt me stug dat je er álles op kunt vinden,” zette ik de aanval in. “Nee,” antwoordde hij met een zelfingenomen glimlach op z’n smoel, “maar heb jij dan wél alles in die kasten van je staan?” En, alsof hij aandelen in het bedrijf had, ratelde hij z’n verkooppraatje verder af: dat je Spotify moeiteloos aan je eigen digitale library kunt koppelen, en als ik dan mijn fysieke collectie voorafgaand aan de rit naar het milieupark maar even zou digitaliseren, zou er toch een redelijke vorm van volledigheid moeten ontstaan. Ik overzag de implicaties: wanneer ik mijn complete collectie moest gaan checken op Spotify teneinde te weten te komen of ik een bepaald item moest digitaliseren of niet, dan zou ik weken, zo niet maanden onafgebroken aan het werk zijn. En dan was er ook nog mijn digitale muziekcollectie die, zoals er steevast onderaan het scherm in iTunes stond, ‘4492 onderdelen, 15,8 dagen, 28,35 GB’ omvatte. Een naar hedendaagse maatstaven belachelijk klein beetje natuurlijk. Maar de nieuwsgierigheid was gewekt. Mijn verzet, dat nog enige maanden zou duren, bleek uiteindelijk niet meer dan symbolisch te zijn.


Hoewel Spotify al sinds mei 2010 actief is in Nederland, druppelt de impact en importantie van deze Zweedse streamingsite maar mondjesmaat door. In veel gevallen hebben we de klok wel horen luiden, maar weten we niet precies waar de klepel hangt. Daarom wordt Spotify met opmerkingen als ‘dat is toch hetzelfde als iTunes?’ of ‘je kunt toch gewoon alles downloaden?’ vaak bruut van tafel geveegd. Die laatste opmerking heeft overigens alles te maken met de Nederlandse houding ten opzichte van piraterij. In de rest van Europa is streaming een stuk populairder dan in Nederland omdat de diverse regeringen daar het downloaden uit illegale bron formeel strafbaar hebben gesteld. In Nederland is dat niet zo. Dus waarom zou je vijf of tien euro per maand betalen als het ook gratis kan? De diverse vakbladen proberen daar sinds kort een antwoord op te geven. Computer!Totaal kwam eind vorig jaar met een groot verhaal over het gebruiksgemak van de afspeellijsten van Spotify, en Buma/Stemra Magazine, een uitgave van de gelijknamige auteursrechtenorganisatie, presenteert in het eerste nummer van 2011 een uitgebreid artikel over de digitale muziekmarkt met als dragende illustratie een paginagrote afbeelding van een beeldscherm waarop Spotify in volle werking is. Moraal van het verhaal? Streaming zou de muziekindustrie in rustiger vaarwater kunnen brengen, maar zolang de dienst nog maar 650.000 abonnementen heeft verkocht en het bedrijf over 2009 nog 20 miljoen euro verlies draaide, lijkt die conclusie nog een beetje wishful thinking. Want iedereen onder de dertig beschouwt muziek als iets dat even gratis is als de lucht die je inademt. Oké, je betaalt iets voor je provider, maar that’s it. De nieuwe Radiohead, Beady Eye of PJ Harvey? Dankzij Isohunt en Vuze heb je ze binnen een kwartier op je computer staan. Wie de legale weg via iTunes of bol.com bewandelt, is vaak meer tijd en zeker meer geld kwijt. Om over de trip naar de platenzaak nog maar te zwijgen. Met andere woorden: wat zal je dan óók nog gaan zitten klooien met een betaalde dienst als Spotify? En voor de muziekjournalist die – we keren nu even terug naar het begin van dit verhaal – zo goed als alles al in zijn kast heeft staan en maandelijks door de muziekindustrie wordt voorzien van vele tientallen nieuwe titels, is het helemaal zoiets als water naar de zee dragen. Daar is mijn bevriende collega het echter niet mee eens: ik moest het toch maar eens proberen. En dat deed ik.


Eerst de gratis variant dan maar. Na het aanmelden verschijnt er een afspeellijst op het scherm die mij zó op het lijf is geschreven dat het me een akelig, big brother is watching me-gevoel geeft. Tom Waits: $29.00, Nick Drake: Cello Song, Joanna Newsome: ’81, Drive-By Truckers: (It’s Gonna Be) I Told you so, Low: In Silence… Het zijn allemaal songs die ik op mijn harde schijf heb staan. Hoe kunnen ze dat nou weten? Pas wanneer ik op die lijst onder de titel Gesproken memo 6 mijn eigen stem hoor, valt het kwartje: Spotify heeft zich, ongevraagd nota bene, toegang verschaft tot mijn iTunes-bibliotheek. Een beetje brutaal wel, maar ik ben zo nieuwsgierig naar de inhoud van deze gigantische database dat ik besluit om me daar even niet over op te winden. Het volgende dat iedereen namelijk gaat doen, is proberen om de imperfectie van het systeem aan te tonen door de namen van een paar favoriete, maar enigszins obscure artiesten in te tikken. Ik begin met Lenine, de Braziliaanse singer-songwriter die in Nederland nog een goed bewaard geheim is. Bingo! Naast al zijn solo-albums onder eigen naam verschijnt er ook een rits platen waaraan hij als producer of sideman heeft meegewerkt.

Of neem Moska. Tik zijn naam in en je hebt metéén al zijn albums. Klik op een albumtitel en je hebt metéén de muziek. Enig enthousiasme begint zich meester van mij te maken. De snelheid is overweldigend. Een wat minder bekende naam uit het verleden nu. De naam van Laura Nyro, een zo goed als vergeten grootheid, schiet mij te binnen. Wederom prijs! Eli and the Thirteenth Confession, New York Tendaberry – collector’s items die hier ten burele in een stalen archiefkast staan. Beide titels plus nog een handvol andere albums: ze hebben het gewoon! Nog even verder grasduinen in de sixties, maar nu wat meer voor de hand liggend. Velvet Underground? Present. Captain Beefheart? Present. Soft Machine? Present. Henry Cow? Present. Can? Present. Het is ongelooflijk. Maar er zijn ook artiesten van wie je op voorhand al vreest dat ze zullen schitteren door afwezigheid. Frank Zappa, Prince en Joni Mitchell leefden bijvoorbeeld altijd al op gespannen voet met de muziekindustrie. Wonder boven wonder laat alleen Zappa het op Spotify afweten.


Inmiddels overgegaan op het Unlimited-abonnement – optimale geluidskwaliteit en een app op je iPhone, waardoor je ineens een iPod met honderdduizenden albums hebt – wordt het tijd om de eigentijdse indie-acts uit te gaan checken. De Nederlandse singer-songwriter Blaudzun eerst maar, omdat ik binnenkort een interview met hem heb. Vroeger zou ik naar de kast zijn gelopen om te kijken of hij daar – zoals het hoort, maar zoals het lang niet altijd is – onder de B zou staan. En als hij er zou staan, zou het schijfje dan ook daadwerkelijk in het doosje zitten? Ik tik Blaudzun in. Enter: alletwee de albums zijn beschikbaar. Klik: muziek! We blijven nog even bij de andere artiesten van het V2-label. Het album van Pien Feith, Dance on Time, verscheen bijvoorbeeld op 17 februari jongstleden. Weer raak!

Leuk natuurlijk, maar het feit dat heel veel artiesten bij het verschijnen van een nieuw album meteen al op Spotify of het vergelijkbare RDIO staan, roept wel vragen op. Voor de nieuwe Feith betaal je bij iTunes €9,99 voor een download van het hele album. Bij Spotify kun voor hetzelfde bedrag beschikken over bijna alle nieuw verschenen albums met als bonus miljoenen andere tracks – van de cellosuites van Bach tot Metastasis van Xenakis, van Potato Head Blues van Louis Armstrong tot Cobra van John Zorn. Dus wie gaat er het fysieke album van Feith voor 114,99 nog kopen? Gooien ze daar bij V2 niet ontzettend hun eigen glazen in?

Rick Haayen, international marketing manager van dit in 1997 door Richard Branson opgerichte bedrijf, vindt van niet. De grote verdienste van initiatieven als Spotify vindt hij het gegeven dat door de goede diensten van die sites heel veel mensen uit het illegale circuit worden gehaald. “Mensen zijn kennelijk nog steeds bereid om voor muziek te betalen als ze er iets goeds voor terugkrijgen,” stelt hij. “Het illegale downloaden heeft ervoor gezorgd dat er, vergeleken met tien jaar geleden, nog maar twintig procent van de muziekindustrie over is. De vraag of het wel rendabel is wat wij doen, is nu nog niet relevant. Zie het maar als een diepte-investering in een heel andere markt. De platenindustrie heeft de afgelopen vijftig, zestig jaar geleefd van het verkopen van kopieën. Bedrijven als Spotify verkopen geen muziek, maar maken muziek toegankelijk. Dat is een heel andere business. De grotere toegankelijkheid van wat er allemaal wordt gemaakt op muziekgebied, zal uiteindelijk toch ook leiden tot een grotere verkoop. Er zal altijd behoefte blijven aan het fysieke product, aan tastbaarheid. Op een cd of een vinyl-lp kun je een handtekening laten zetten. Het fysieke product zal nooit verdwijnen, al zal het wel steeds minder corebusiness worden.”


Misschien moeten we het zo zien: het feit dat er in elke stad, deelgemeente of wijk nu een bibliotheek staat die is gevuld met zowel antiquarische exemplaren als de allernieuwste bestsellers heeft er niet toe geleid dat er geen papieren boeken meer worden gekocht. Ook het digitale boek zal dat niet voor elkaar krijgen. Met Spotify heb je de Centrale Discotheek, een onderdeel van de Gemeentebibliotheek Rotterdam die zich profileert als de grootste fonotheek van Europa, bij wijze van spreken aan huis. En zoals ieder zichzelf respecterend mens, e-books of geen e-books, zijn verzameling Reve, Mulisch, Updike of Roth nooit de deur uit zal doen, zullen Bach, Beatles, Basie en Brel altijd op een plaatsje in de herberg kunnen rekenen. Dus nee, waarde vriend, mijn verzameling zul je niet op Marktplaats tegenkomen. Voor mij geldt het adagium: toon mij je platenkast en ik zal zeggen wie je bent. Want eerlijk gezegd ben ik wel een beetje trots op ‘al die troep in mijn huis’.

Ruud Meijer