‘Geheimen zijn desastreus’

Schrijfster Yolanda Entius komt uit een familie van oppotters. Toen haar vader overleed, hoorde ze dat pas anderhalf jaar later. Die benauwende jeugd is voor haar de spreekwoordelijke goudmijn. ‘Als ik schrijf, ben ik de baas.’

Kwetsbare zielen zijn het, de personages van schrijfster Yolanda Entius. Ze kunnen hun draai in het leven moeilijk vinden en proberen met wisselend succes overeind te blijven. Slechts een enkeling vindt de weg naar het grote geluk, voor de rest zit er niets anders op dan moedig doorgaan met falen.

Al vanaf haar eerste roman Rakelings, die werd bekroond met de Selexyz Debuutprijs 2006, heeft Yolanda Entius (49) een heel eigen stijl gevonden, die op een bepaalde manier dezelfde gevoeligheid en vervreemding heeft die haar personages kenmerkt. Entius is niet van de grote woorden; met relativerende nuchterheid en gevoel voor humor zoekt ze het vooral in het kleine, terwijl grote, ingrijpende gebeurtenissen soms meer worden gesuggereerd dan uitvoerig beschreven.

Ook haar nieuwe roman, Het kabinet van de familie Staal, na Alleen voor helden (2007) en De gelukkigen (2010) haar vierde, is weer een echte ‘Entius’. Mees kijkt hierin terug op haar leven en het gezin waarin ze opgroeide, en dat naast haarzelf bestaat uit de tirannieke vader Kobe, de onderdanige moeder Muis en Mees’ oudere zussen Do en Ilse. Een gezin waarin vooral gezwegen wordt, zeker over moeilijke zaken (zoals de dood van de eerstgeborene), en waarin iedereen zo min mogelijk geluid dient te maken. Kobe is namelijk nogal onverdraagzaam en autoritair.

Ongeschonden komen de kinderen niet uit dat gezin tevoorschijn, vooral Ilse niet. Zij raakt steeds meer de weg kwijt. Kobe en Muis kunnen daar niet mee omgaan, en wanneer hun dochters vertellen dat zij op jonge leeftijd herhaaldelijk werden lastiggevallen door buurman Jan, vriend van Kobe, worden ze gesommeerd het huis te verlaten en komt het contact tot een einde.


“Het huwelijk is een bron van ellende en menig gezin een broedplaats van malheur,” lezen we in de roman. Heb je niet zo’n hoge pet op van het gezinsleven?

“Mensen kunnen het best gezellig hebben, maar elkaar ongelooflijk naar het leven staan in relaties en gezinnen. In mijn boeken zijn de relaties tussen ouders en kinderen meestal wat moeizaam, en dat heb ik dit keer tot onderwerp genomen. Uitgangspunt voor deroman was het einde, waarin Kobe en Muis redelijk extreem gedrag gaan vertonen. Lange tijd koos ik partij voor de kinderen, maar het levert een interessanter boek op als je ook in de huid kruipt van die ouders en de lezer zover krijgt dat hij hoopt dat het toch goed met ze komt. Ik heb geprobeerd dat te bereiken. De wil om de vader en moeder te begrijpen, is het thema en het vlees van de roman.”

En, is het gelukt om begrip te krijgen voor hun bizarre gedrag?

“Ja, gedeeltelijk wel, door me in ze te verdiepen en Muis en Kobe een wereld te geven met hun eigen dromen en verlangens. Zij proberen ook dingen voor elkaar te krijgen, maar daarin maken ze rare en onhandige keuzes. Het zijn geen slechte mensen. Eerder onmachtig.”

Als een vader zijn dochters verwijt zelf schuldig te zijn aan hun aanranding, deugt dat toch niet?

‘Nee, hij kiest partij voor de verkeerde op dat moment. Kobe is zo gekwetst door deze Jan, zijn enige vriend, de buurjongen die hij bijna als een zoon beschouwde, dat zijn woede en gekwetstheid op dat moment groter zijn dan de gekwetstheid van zijn kinderen. Hij kan geen oog hebben voor het belang van anderen. En dat geldt ook voor Muis. Zij voelen zich altijd eerst zélf slachtoffer; zij zijn bedonderd door Jan en door hun kinderen, die er jarenlang hun mond over hebben gehouden – iets wat ze hun kinderen zelf hebben geleerd. Omdat zij zich slachtoffers voelen, gaan ze hun kinderen als dader zien: die doen hun dit aan. Zoals vrouwen soms worden gestraft omdat ze zijn verkracht. Ik vind het moeilijk te begrijpen dat je een dochter die geestelijk ziek is en die aandacht en liefde nodig heeft, verstoot. Maar Muis kan de angst dat ze zelf schuld zou hebben aan de ziekte van Ilse niet aan.”


Er blijft veel in raadselen gehuld. Ook als lezer krijg je geen antwoord op wat er precies allemaal is gebeurd, bijvoorbeeld met Ilse of het overleden broertje.

“Precies, want daar gaat het juist over: het zwijgen over belangrijke dingen, terwijl je weet dat daar ellende van komt. Dan gaat iemand namelijk zelf bedenken wat er gebeurd kan zijn, en die gedachten gaan alle kanten op. Ik ken de wereld waarin over belangrijke zaken wordt gezwegen heel erg goed en die heeft mij nooit bevallen. Maar soms kan iemand écht niet over iets praten. Dat is onbevredigend, maar soms gaat dat zo in het leven. Het zou een goedkope oplossing zijn als een roman wel op alle vragen een antwoord zou geven.”

Ging het er bij jou thuis vroeger ook zo aan toe?

“Ja, het boek is in dat opzicht behoorlijk autobiografisch. Ik kom uit een ingewikkeld gezin. Een gezin van oppotters. Als je ons gezin zou moeten samenvatten in een beeld, dan ziet dat er zo uit: een ronde, zware eikenhouten tafel waar wij omheen zitten, mijn vader praat over zijn werk, mijn moeder luistert naar mijn vader en wij kinderen zwijgen. En na het eten zitten we allemaal zwijgend voor de televisie. Het was een benauwende sfeer, waarin er geheimen waren, er niet werd gepraat en onverwerkt leed kon doorrotten. Waarin je heel voorzichtig moest zijn en het dan nog altijd fout deed. Zelf ben ik helemaal niet bang dat mensen bij mij naar binnen kijken, dat hoort juist bij je werk als schrijver.”

Dan zal je familie niet blij zijn met deze roman.

“Waarschijnlijk niet, maar ik schrijf wat ik moet schrijven. Met mijn moeder heb ik al dertien jaar geen contact. Toen op een gegeven moment bleek dat mijn vader was overleden, kon ik er gewoon niet meer omheen; ik zat alleen nog maar na te denken over die gekke familie van me. Ik heb wel even overwogen om het onder pseudoniem uit te brengen, maar dat zou nergens op slaan: het boek gaat over de desastreuze gevolgen van geheimen en dan zou ik zelf ineens een geheim hebben!”


Muis ziet haar dochter Mees als de kwade genius die verantwoordelijk is voor het uiteenvallen van het gezin. Heb jij die rol ook?

“Ja, in de ogen van mijn moeder ben ik het kruis op ons huis. In december 2008, vlak voor Kerst, hoorden we via iemand anders dat mijn moeder contact met ons wilde. Toen kwamen mijn zussen en ik te weten dat mijn vader al anderhalf jaar daarvoor was overleden. De hele familie had gezwegen, omdat mijn moeder niet wilde dat wij het wisten; zo hadden ze dat besloten. Hoe ze ooit contact met ons had gewild zonder ons te vertellen dat papa dood was, geen idee. Korte tijd later kreeg ik een heel nare brief van haar, die me enorm kwetste. Ik heb me afgevraagd of ik haar nog wilde zien – ze is 77 jaar -, maar ik heb ervoor gekozen dat niet te doen. Als ik erheen ga doe ik mijn moeder pijn, en mezelf. Nu kan ik het op afstand houden. Het is allemaal zo absurd dat ik het uiteindelijk vooral zielig vind voor mijn moeder. Wat moet zij eenzaam zijn, als je jarenlang je kinderen niet meer ziet.”

Maakt dat het draaglijker, je verplaatsen in de ander?

“Zeker. Hoe machteloos ik me vroeger soms ook gevoeld heb thuis, als ik schrijf, ben ik de baas. Ik word heel vrolijk van kunst, omdat die je leert als het ware langs de dingen heen te kijken, om te zien wat er áchter zit. Toen ik geschiedenis ging studeren, was dat omdat ik wilde weten waarom de wereld zo geworden was als-ie was. Toen ik naar de toneelschool ging, was dat omdat ik wilde weten waarom mensen zo geworden waren zoals ze waren. En dat doe ik nu als schrijver ook. Dat is in zekere zin mijn redding. Nou ja… laten we het niet dramatischer maken dan het is. Het helpt om te relativeren en dingen wat luchtiger te bekijken. Mensen zijn ploeterende helden, iedereen doet z’n best. Muis en Kobe doen óók hun best, maar ze kúnnen het niet.”


De meeste van je personages zijn zulke ploeterende helden en hangen soms met de nagels aan de rand. Herken je dat?

“Ik heb wel mijn plaats gevonden nu, met het schrijven, maar wat ik herken is dat mensen zich uit de put proberen te denken. Maria uit Rakelings lijkt wel op mij. Zij had een flinke tik van de molen. Maar ik denk weleens: ik had ook zomaar aan de andere kant terecht kunnen komen, ik zit daar misschien wel helemaal niet zo ver vanaf. En misschien zitten we daar allemáál wel niet zo ver vanaf. Ik vind het echt een wonder dat niet veel meer mensen gek zijn. Het kan zomaar mis gaan: je maakt een paar foute keuzes, komt een keer een verkeerde persoon tegen op het verkeerde moment… Ik ben een vechtersbaas, een doorzetter, ik laat me er niet onder krijgen. Er is een periode geweest dat er achter elkaar goede vrienden stierven, door een dodelijke ziekte of zelfdoding. Dan keek ik op een foto: die is dood, die is dood, die is ook al dood. Ik was nog geen veertig! Dat was zwaar. Een goede vriendin van me pleegde zelfmoord. Ze was een zondagskind, alles ging goed in haar leven, en toen kreeg ze voor het eerst een tegenslag te verwerken. Daar kon ze niet mee omgaan. Ze werd depressief, ging dingen zien die er niet waren. Ze wees alle hulp af. We brachten haar naar het Riagg, maar ze weigerde en ging naar haar moeder om op krachten te komen. Genoeg krachten om een haakje in het plafond te draaien. Ze had het touw met boter ingesmeerd, voor het geval ze in een reflex toch nog wilde leven. Afschuwelijk. Ik ben zó boos geweest. Ze was niet iemand die zich al jaren van de ene depressie naar de andere sleepte; ze had beter kunnen worden als ze hulp had aanvaard. Dan heb ik geluk, want ik weet wél hoe ik moet vechten. Ik kom niet uit het warmste nest van de wereld, maar ik ben er wel goed vanaf gekomen.”


Ze lacht: “Dus misschien hebben mijn ouders het eigenlijk juist wel hartstikke goed gedaan.”

Yolanda Entius (1961) studeerde geschiedenis en doorliep de toneelschool in Amsterdam. Daarna speelde ze diverse rollen, onder meer bij het gezelschap mugmetdegoudentand, en regisseerde ze ook stukken. Vanaf eind jaren tachtig schreef Entius diverse scenario’s, maar toen Op drift, waar ze al jaren aan werkte, niet kon worden verfilmd, besloot ze het om te werken naar een roman: Rakelings (2005). Na dit debuut, dat met de Selexyz Debuutprijs werd bekroond, volgden Alleen voor helden (2007) en De gelukkigen (2010), dat mogelijk wordt bewerkt tot een televisiefilm. Het kabinet van de familie Staal, Entius’ vierde roman, verschijnt bij uitgeverij Cossee.

Vivian de Gier