Op zoek, maar naar wat?

The King of Limbs

De wil om alles wat Radiohead maakt geniaal te vinden is altijd groot geweest, maar na het beluisteren van The King of Limbs lijkt de rek er toch een beetje uit. Al een dag nadat de band het album midden februari op zijn website te koop zette, sloegen fans, kenners en andere autoriteiten elkaar driftig met sterk uiteenlopende oordelen om de oren. Zo was er iemand die eerlijk bekende dat hij na 26 keer draaien nog niets zinnigs over de plaat kon zeggen, maar dat hij ervan overtuigd was dat hij, louter door te volharden, uiteindelijk wel het licht zou zien. Voor een ander was de maat vol: het gedreutel, gereutel, gemekker en gemauw moest nu maar eens afgelopen zijn. Voor een groot deel kun je het wel met die laatste meneer eens zijn: met name in de vier eerste stukken hoor je muzikanten die wanhopig op zoek zijn naar – ja, naar wat eigenlijk? In Morning Mr. Magpie zingt Thom Yorke over een ekster die niet alleen zijn melodieën, maar ook zijn magie heeft gestolen. Daar slaat hij de spijker op de kop. Van de magie die op In Rainbows nog volop aanwezig was, is nog maar een karikaturale schim over. The King of Limbs bevat acht schetsmatige pogingen tot liedjes die bij elkaar nog geen 37 minuten duren. Radiohead had, zo gaf Yorke te kennen, geen zin meer om er een volledig album uit te persen. En als we op de lethargische, larmoyante sfeer van de muziek af mogen gaan, is dat maar goed ook.

Ruud Meijer