Vrijblijvend vertier

Er bestaat in Nederland een ietwat ongemakkelijke wisselwerking tussen televisieseries en speelfilms. In de jaren zeventig en tachtig werden Nederlandse films regelmatig in een (veel langere) tv-bewerking uitgebracht, waarbij de oorspronkelijke lengte tot gaapverwekkende proporties werd opgerekt. Dat gebeurt zelden meer. Wel wordt de formule van succesvolle films (Costa, Shouf Shouf Habibi!, Het Schnitzelparadijs) soms uitgemolken door er een ‘eigen’ tv-serie aan vast te knopen. De omgekeerde weg wordt overigens ook bewandeld. Series die het goed hebben gedaan bij een kinder- of tienerpubliek (Zoop, Het Huis Anubis) kregen een vervolg in de bioscoop. In het algemeen mag worden vastgesteld dat het origineel beter, authentieker en coherenter is dan de spin-off danwel rip-off. De enige uitzondering die me te binnen wil schieten, is Dunya en Desie. Regisseur Dana Nechushtan slaagde erin de lijn van die serie verder door te trekken in een geestige, lichtvoetige en ontroerende film.

Zoiets moet ook Will Koopman voor ogen hebben gestaan. Nadat ze vijf seizoenen lang Gooische Vrouwen had geregisseerd, achtte ze de tijd rijp voor een speelfilm. Bevrijd van het ’45 minuten-stramien’ meent ze meer te kunnen vertellen. Immers: “Door de spanningsboog van een speelfilm kun je veel meer met je karakters doen.” Door die karakters uit hun vaste milieu te halen, hoopte ze ‘de deuren van Gooische Vrouwen letterlijk en figuurlijk open te zetten, wat het gegeven een grote filmische meerwaarde geeft’.

Klinkt plausibel. De praktijk bewijst evenwel het tegenovergestelde. Als er één ding is dat opzichtig aan deze film ontbreekt, dan is het wel een spanningsboog. We hebben veeleer te maken met een aaneenschakeling van minuscule spanningsboogjes die met creatief knip- en plakwerk bij elkaar worden gehouden. De vier vrouwen uit de titel hebben elk een min of meer onafhankelijk verhaallijntje toebedeeld gekregen. Cheryl (Linda de Mol) tobt over haar uiterlijk, Claire (Tjitske Reidinga) twijfelt of ze eigenlijk wel aan een nieuw huwelijk toe is, Anouk (Susan Visser) komt in aanvaring met haar dochter en Roelien (Lies Visschedijk) struikelt van de ene daad van onbezonnen idealisme naar de andere. Aangezien het vertrouwde ensemble aan bijrolspelers natuurlijk ook weer een duit in het zakje mag doen, heeft scenarist Frank Houtappels kunst- en vliegwerk moeten verrichten om iedereen aan bod te laten komen. Dat geeft de film iets kortademigs. Probleempje hier, pijntje daar. Misverstandje links, ergernisje rechts. Volkszanger Martin Morero (Peter Paul Muller) gaat uiteraard weer vreemd. En iedereen mag zijn hart uitstorten bij dokter Rossi (Derek de Lint) die onnavolgbaar blijft zwijgen. Het is allemaal best vermakelijk. Zoals ook de tv-serie altijd garant stond voor een portie vrijblijvend vertier.


Maar er worden geen ‘deuren opengezet’ en van enige diepgang is nergens sprake. Dat kán eigenlijk ook niet. Want als de personages (en hun sores) écht waren uitgediept, zou dat de nekslag zijn geweest voor de luchtige toonzetting en milde ironie waaraan de serie haar succes ontleent. Gooische Vrouwen is een naadloze voortzetting van die serie. En daarmee krijgen de bezoekers precies wat ze willen. Maar ‘filmische meerwaarde’ ontbreekt ten enenmale.

Gooische vrouwen. Regie: Will Koopman. Vanaf 10 maart in de bioscoop.

Erik Spaans