Vroeger was het helemaal niet beter

Veel Nederlanders, zo blijkt uit een vandaag verschenen onderzoek van het Sociaal-Cultureel Planbureau, idealiseren het verleden. Vroeger, zo denken ze, ging alles een stuk beter. Maar wie zich erin verdiept, ziet dat mensen destijds simpelweg over andere dingen klaagden.

Eerst maar even afspreken wat ‘vroeger’ is. Want het is natuurlijk wel belangrijk waarmee we onze huidige situatie vergelijken. Onze grootouders hebben een ander concept van ‘vroeger’ dan wij. Laten we het nu gemakshalve houden op de jaren zeventig en tachtig. Ook toen waren er onderzoekers die de tevredenheid van de Nederlanders peilden. Wat leverde dat op?

Halverwege de jaren zeventig bespeurde het SCP vooral een grote vrees voor economische achteruitgang. De werkloosheid nam toe, en in het SCP-onderzoek van toen hoefden werklozen niet op veel clementie van werkenden te rekenen. Die zagen werkzoekenden als ‘futloos’, ‘behept met een slap karakter’ en ‘het tegenovergestelde van een doorzetter’. Conservatieve opvattingen, vooral onder laagopgeleiden, wonnen volgens het SCP terrein. De roep om law and order werd luider. Vanuit hun eigen ontevredenheid waren de laagopgeleiden ontevreden over het optreden van de overheid. Dat verschijnsel is dus allesbehalve nieuw, alleen kunnen we ze tegenwoordig benoemen als PVV-stemmers en Telegraaf-lezers.

In 1985 deden ruim twaalfduizend lezers van regionale dagbladen mee aan een onderzoek dat werd georganiseerd door Leidse en Rotterdamse wetenschappers. De deelnemers bleken zich gemiddeld genomen vrijer te voelen dan toen ze twintig jaar oud waren. Maar de overgrote meerderheid voelde zich tegelijkertijd onveiliger. Voor maar liefst 96 procent van de mensen was ‘veiliger’ een synoniem van ‘vroeger’.

De problemen van die tijd waren anders dan die van nu. Van bezorgdheid over een multiculturele samenleving was geen sprake. 29 procent vond de werkloosheid het grootste probleem, 20 procent de vrees voor oorlog, 10 procent de honger in de wereld (1985 was het jaar van Live Aid). De criminaliteit en de milieuvervuiling scoorden elk 8 procent. De angst voor een oorlog was bij een eerder onderzoek van de Universiteit – toen nog hogeschool – Twente uit 1981 al zeer aanwezig: veel mensen achtten een beperkte nucleaire oorlog in Europa voor het jaar 2000 waarschijnlijk. Die angst was in de jaren zestig, de koudste periode van de Koude Oorlog, natuurlijk nog groter. Uit het Twentse onderzoek bleek overigens ook dat veel mensen de kans groot achtten dat Nederland binnen enkele tientallen jaren een republiek zou zijn en dat er veel minder met de auto gereden zou worden.

In de jaren tachtig ging het slecht met de Nederlandse economie. Toch scoorden we toen al hoog, soms zelfs het hoogst, op de lijst van meest tevreden volken in Europa. Ons geluk bleken we van andere factoren te laten afhangen dan de manier waarop we werden geregeerd, zoals van onze gezondheid. Maar desgevraagd klaagden we gewoon verder over onze eigen portemonnee. Gevoelens van onveiligheid hebben de angst voor een kernoorlog vervangen, en over twintig jaar zullen we ongetwijfeld weer andere zorgen hebben.

[[ poll uid=388 ]]

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Mark Traa