De open brief

Een nieuwe dimensie voor de wereld van de sport.

Hoera! De sportwereld is aan de open brief. In de literatuur wisten ze allang wat een geweldig medium de open brief is. Arnon Grunberg bijvoorbeeld schrijft er al jarenlang elke week één, aan iemand die er van langs dient te krijgen. Dat epistel wordt dan gepubliceerd in het Belgische weekblad HUMO.

Nu is het aan de sport. De deuren van achterkamers, huiskamers, bestuurskamers en kleedkamers moeten worden opengegooid.

In de wereld van de sport bestond de open brief lange tijd niet. Ruzies genoeg toch, maar er was geen sporter, trainer of bestuurder die zich eraan waagde.

Misschien zijn er al die jaren wél bloeiende verborgen briefwisselingen geweest, in de sport. Het is niet ondenkbaar dat Louis van Gaal en Johan Cruijff elkaar jarenlang woedende brieven hebben gestuurd. Mooi beeld: Cruijff, die na een nieuwe hatemail vanuit Amsterdam of Alkmaar of München achter zijn bureau gaat zitten, op zijn ballpoint zuigt en na heel lang denken schrijft: “Goede Lowie, dank voor je brief, wie ik me met afnemende interesse en stijgende ergernis door Danny heb laten voorlezen. Ik moet je helaas meedelen dat je weer eens geen gelijk heb.” En dan, kort voor zessen, als de piepers al op staan, nog even snel naar de brievenbus aan het eind van de straat hollen.

Wie weet. Zou kunnen. Maar open brieven: ho maar.

Tot Grischa Niermann.

Wie? Grischa Niermann. Duitse wielrenner die al dertien jaar bij Rabobank rijdt. Knecht die nooit in beeld rijdt. Heeft vaak vóór de televisie-uitzending begint al twintig bidons en vijftien abrikozentaartjes bij zijn kopmannen afgeleverd. Tevens pionier op het gebied van de open sportbrief.


Niermann en zijn collega’s waren kwaad over het verbod op communicatiemiddelen tijdens de eerste wedstrijden van dit seizoen. Niermann schreef er een brief over, gericht aan de voorzitter van de Internationale Wielerunie, en publiceerde die op een Duitse website. Smullen. De toekomst van de sport ligt in de open brief. Daarom: vijf handige tips voor de beginnende openbrievenschrijver.

Niermann begint. “Lieve Pat McQuaid!” is een sterke opening. Dat ‘lieve’ voorspelt niet veel goeds. Het uitroepteken is optioneel, maar het laat zien dat hij er zin in heeft.

Tip 1: Begin vriendelijk en energiek.

Eerste zin van Niermann (vertaald uit het Duits): “Omdat ik uw telefoonnummer nu even niet bij de hand heb, probeer ik het op deze manier.” Uitstekend: je hebt z’n nummer vast wel, maar dat ga je natuurlijk nu niet zoeken. Schrijf je toch even een brief. Net zo makkelijk.

Tip 2: Achteloosheid werkt altijd.

Vervolgens stelt Niermann McQuaid de vraag of hij het zelf ook niet vreemd vindt dat de UCI zich druk maakt om de oortjes, terwijl de ene na de andere toprenner gedrogeerd van het toneel verdwijnt.

Tip 3: Schuw de retorische vraag niet.

Niermann voegt eraan toe dat de renners nog niet hebben willen staken tegen het oortjesverbod, omdat ze de wielersport niet nog meer schade willen toebrengen. Zo veel barmhartigheid, zo veel begrip. Kom daar als Pat McQuaid nog maar eens overheen.

Tip 4: Nooit vergeten te benadrukken dat jij de verstandigste bent.

In de laatste alinea spreekt Niermann de hoop uit dat McQuaid misschien toch valide argumenten heeft voor het oortjesverbod en roept hij de UCI-baas op om zich in contact met de renners te stellen.


Tip 5: Laat de mogelijkheid open dat het hele geval een gevolg is van gebrekkige communicatie. Maar dan wel van gebrekkige communicatie van de ander.

PS: Dit was mijn eerste column op deze plek. Aangenaam kennis te maken. Bonustip: gebruik altijd een PS.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import frank heinen