Haat/liefde

Bløf, Alles blijft anders, 3 sterren.

Dag, nacht, licht, donker, slapen, reizen, wakker, tijd, klok, vasthouden, loslaten, regen, zon, maan, sterren. Voilà, het vocabulaire van Peter Slager, de poet laureate van de Zeeuwse rockband Bløf. Sinds jaar en dag ordent hij zijn idioom volgens de regels der syntaxis, stopt hij in elke song een vage relationele of persoonlijke crisis, vraagt hij zijn bandleden om er de ritmische, harmonische en melodische Bløf-principes op los te laten. Zijn eigen baslijnen en de charismatische stem van Pascal Jacobsen doen de rest.

In deze regels schuilt de haat-liefdeverhouding die veel van ons hebben met de muziek van Bløf. Enerzijds levert deze kille formule warme, onweerstaanbare popmuziek op, anderzijds heb je het idee dat je al tien albums lang naar hetzelfde nummer zit te luisteren. De woorden staan in een andere volgorde, de arrangementen en tempi variëren, de elektriciteit staat aan of uit, maar er is nooit eens iets nieuws onder de zon. Elke song is niet meer dan een manier om hetzelfde reisdoel te bereiken. En dat reisdoel is altijd maar weer ‘de perfecte plaat’.

Ook Alles blijft anders is weer zo’n album geworden. De elektriciteit staat dit keer aan, de gitaren klinken als die van U2 of Kings of Leon, het energielevel staat op maximaal: deze inmiddels met goud bekroonde plaat laat een ontketend Bløf horen dat het spelen nog lang niet zat is. In een heftige song als Punt speelt een band die erom schreeuwt om live te worden ervaren. Maar wat we met strofen als ‘Hoeveel weegt een ziel/En is dat veel?/En als-ie valt/Blijft-ie dan heel?’ aan moeten, zal altijd wel een raadsel blijven.

Ruud Meijer