‘Ik heb een bom’ roepen op Schiphol kost 750 euro

Het is weer vrijdag en u weet wat dat betekent: juridisch nieuws! En we willen natuurlijk ook uw mening weten. We gaan eerst terug naar woensdag 26 januari. Een 21-jarige Amsterdammer maakt amok op de nationale luchthaven. Tijdens een veiligheidscontrole roept hij meerdere malen dat hij een bom bij zich draagt. De passagiers in de buurt verstarren: twee dagen daarvoor vond een bomaanslag plaats in Moskou.

De alerte marechaussee grijpt gelijk in. De man wordt aangehouden, hij draagt geen explosief bij zich. Na verhoor wordt hij vrijgelaten, het proces verbaal is opgemaakt en wordt doorgestuurd naar de rechtbank in Haarlem. Dat is natuurlijk tegen het zere been van law & order partij PVV. “KAMERVRAGEN!” dachten André Elissen en Lilian Helder dus, niet geheel onterecht, gelijk. Want waarom werd de raddraaier zo snel vrijgelaten?

Minister van Veiligheid Ivo Opstelten (VVD) noemt het in zijn beantwoording ‘onaanvaardbaar dat mensen dreiging en wanorde veroorzaken met valse bommeldingen’. Maar volgens Opstelten was de aard van de kwestie snel duidelijk. Man roept bom, wordt opgepakt, krijgt proces-verbaal en wordt dan heengezonden. Het was anders geweest als de Amsterdammer door zijn handelen er ook nog voor had gezorgd dat vluchten vertraagd zouden zijn geweest. Enfin, hij krijgt een boete van 750 euro. De volledige beantwoording van de Kamervragen vindt u hier.

Maar nu komt u in beeld. Want is deze man voldoende gestraft? Want, zoals Elissen en Helder schrijven, wat zegt dit over de beeldvorming dat het verstoren van de openbare orde met een valse bomdreiging schijnbaar straffeloos kan gebeuren?

[[ poll uid=389 ]]

Bas Paternotte